Volslagen getikt (een lekker lang vakantieverhaal), deel 1

Simone Bos was zoals altijd precies op tijd toen ze op maandagochtend om negen uur het kantoor aan de Marktstraat in Delfzijl binnen liep. Haar chef stond haar al op te wachten. Hij had een bezorgde blik op zijn gezicht.

Simone was na haar Mulo direct gaan solliciteren. Doorstuderen was niks voor haar, ze was niet zo'n studiebol. Ze woonde voorlopig nog bij haar ouders aan de Oosterweren in Wagenborgen. Totdat ze de uitzet bij elkaar had gespaard, en een leuke kerel was tegengekomen.

Bij haar eerste sollicitatiegesprek was het meteen raak. En zo werd Simone in augustus 1968 kantoormedewerkster bij de handelsagent en importeur van Olivetti-typemachines in Delfzijl.
Haar chef Derk Huizinga mocht haar wel. En dat gold ook voor de Italiaanse vertegenwoordigers van Olivetti. Die bracht ze het hoofd op hol, met haar lange benen en blonde haar. 'Ciao bella! Che bionda!' ('Dag schoonheid! Wat blond!') riepen de kleine mannetjes als ze zich bij haar aan de balie meldden. Simone wist dan niet waar ze kijken moest.

Deze ochtend vroeg Derk haar direct in zijn kantoor. 'Ik heb ain roare vroag aan die' zei hij terwijl hij zenuwachtig met een potlood tekeningetjes maakte op een kladblaadje. Hij keek haar schichtig aan. 'Kist doe mörgen noar Itoalië goan veur ons?' Olivetti nodigde elk jaar z'n Europese importeurs en handelsagenten uit voor een relatiedag. In Turijn. En Derk kon er zelf niet bij zijn. Zijn vrouw lag sinds gisteravond in het ziekenhuis met een blindedarmontsteking. En hij moest bij de kinderen blijven.

Simone slikte verlegen. 'Wat mout ik doun din?' vroeg ze Derk verbaasd. 'Proaten en kieken' antwoordde Huizinga. Simone zou morgenvroeg vertrekken, via Duitsland en Zwitserland reizen en twee dagen in Turijn blijven bij de Italianen. Ze hoefde weinig te doen, behalve op de nieuwe prijzen letten ('het blieven Italioanen!'), presentaties van nieuwe modellen bijwonen ('goud kieken!') en vooral flink eten en drinken met de Italianen ('dat kinnen ze as gain ander!'). Na terugkomst moest ze Derk vertellen welke modellen de moeite van het importeren waard leken. 'Moar ik sprek gain woord Italioans' zei ze in de deuropening. 'Ze proaten Frans en Engels en doe hest MULO doan' antwoordde Huizinga, die alweer met zijn neus in de boeken hing.

Pa Bos had de jonge Wagenborgster na een slapeloze nacht om 6 uur 's ochtends met de Simca 1100 naar het station van Groningen gebracht. Daar begon Simone aan haar eerste reis, helemaal alleen, richting het zuiden.

Op woensdag had ze vanuit Zuid-Duitsland de trein genomen richting Turijn. Langzaam zag ze het landschap veranderen. Ze keek haar ogen uit toen ze voor het eerst de machtige Alpen voorbij zag glijden. En Simone was diep geraakt door de schoonheid van het Italiaanse platteland, waar kleine kleurrijke dorpjes als versierselen over de groene glooiende heuvels leken te zijn uitgestrooid.

Eenmaal aangekomen in de Italiaanse stad merkte ze pas hoe heet het er was. En hoe druk. Honderden scooters, auto's, trams, kleine vrachtwagentjes en schreeuwende mensen om haar heen. Het duizelde haar. De overgang was te groot. Een uur geleden zat ze nog in een koele rustige, zacht wiegende coupé en nu dit. Huilend ging ze op te trappen voor het station zitten. En voelde zich heel erg alleen.

Opeens lag er een hand op haar schouder. Ze keek op. Een klein Italiaans mannetje met een vaal wit overhemd en gele tanden keek haar lachend aan. 'Che succede?' zei hij in een taal die Simone niet verstond, maar op de een of andere manier wel begreep. Ze toonde hem een verfrommeld papiertje, met daarop het adres van het pension dat Derk voor haar had gereserveerd, en de naam van haar contactpersoon bij Olivetti. Het mannetje wees naar een gebouw aan de andere kant van het plein. Na lang turen zag Simone de letters 'Albergo'. Die stonden ook op het papiertje. Samen liepen ze het plein over. Hij tilde haar koffer.
De receptioniste in het pension leek iets in haar paspoort niet te begrijpen. 'Simone, con E?' vroeg het oude vrouwtje met gestreept schort ongelovig. Ook haar collega scheen haar naam maar raar te vinden. Na een lange blik in haar paspoort vulde het vrouwtje haar gegevens in, en kreeg ze eindelijk haar sleutel. Op het bonnetje zag ze dat de receptioniste zich had vergist. Er stond in sierlijke letters 'Simona'.

Glimlachend liep ze met haar koffer de nauwe donkere trap op. Het oude mannetje van het plein riep haar vanuit de hal nog iets na. Ze verstond het niet. 'Mangiáre!' zei de man, die met zijn hand een gebaar naar zijn mond maakte. 'Yes! Ja! Eh si!' riep Simone terug, blij dat ze het had begrepen – ze wilde zeker iets eten na de lange reis. Haar maag was wat van streek en een karbonade of gehaktbal zou haar goed doen. 'Aaaah, bellissimo! Alle nove' zei de Italiaan, stak 9 vingers omhoog, tikte op zijn horloge en liep naar buiten. 'Zou hij met míj willen eten' vroeg ze zich vermoeid af, terwijl ze haar kamer binnenging en op het bed als een blok in slaap viel.

Wor dt vervolgd: deel 2 en 3 lees je de komende weken.


Marc Wiers is altied onderwegens tussen Genua (Italië), Straatsburg (Frankrijk) en Groningen. Wat hij onderweg tegenkomt vertelt hij hier elke maandag. Volg Marc op Twitter
Meer over dit onderwerp:
columns GENUA
Deel dit artikel:

Recent nieuws