Boeren over opvolging: door tot het niet meer gaat

Meer dan de helft van de oudere Groninger boeren zoekt een opvolger. Zonen en dochters staan niet te springen om het bedrijf van hun ouders voort te zetten. En iemand van buiten kan het vaak niet betalen. Boerderijen en daarmee vaak eeuwen familiegeschiedenis verdwijnen.



Door Loek Mulder

NoordZaken sprak met twee boeren die worstelen met de opvolgingsproblemen:
Akkerbouwer Cor Hospers (59) uit Ulrum met een twijfelende dochter Menna en varkenshouder Cees Duijndam in Drieborg. Drie dochters heeft hij, maar geen van hen heeft al de knoop doorgehakt.

Pootgoedteler Cor Hospers uit Ulrum:
'Ze moet goed weten waar ze aan begint'
Het zal niet makkelijk zijn afscheid te nemen van het bedrijf dat al tweehonderd jaar familiebezit is, zegt Hospers. Maar het is wel wat nu als een donkere wolk in de lucht hangt. De enige kandidaat die er voor overname is, dat is Hospers' 27-jarige dochter Menna. Maar die heeft momenteel een prima baan bij handelshuis HZPC. 'Voor het geld hoeft ze het zeker niet te doen', zegt Hospers. 'Maar ze zegt ook graag iets voor zichzelf te willen hebben.'

Geen vetpot
Natuurlijk heeft Hospers gesprekken gehad met zijn dochter en haar vriend, die er ook serieus over nadenkt om in te stappen. Over dat het geen vetpot is en dat ze net als Hospers zelf nu, werk voor anderen ernaast zal moeten doen om het hoofd boven water te houden.

Voor het geld hoeft ze het zeker niet te doen
akkerbouwer Hospers


Allerlei scenario's zijn de revue gepasseerd. Menna kan zelf blijven werken en een bedrijfsleider op de boerderij zetten. Nadeel: te druk. Ze kan investeren in het bedrijf en gebouwen en machines vernieuwen en grond aankopen. Nadeel: duur en dus risicovol. Of gewoon de maatschap op de huidige voet voortzetten en doorgaan met het telen van pootgoed op het huidige areaal. Nadeel: een mager bestaan.

Ongewis
'Met de 25 hectare grond van nu kan ik er van leven. Maar voor een beter rendement moet een boer naar 50 hectare. En voor een hectare grond moet 70.000 euro worden neergeteld. Het is heel erg moeilijk dat terug te verdienen.'

Menna zou zich vanuit een comfortabel bestaan met een vaste baan storten in een financieel ongewis leven, zonder de gemakken die ze nu geniet. Hospers: 'Ik rij in een auto van tien jaar oud. Zij krijgt een telefoontje dat ze even een nieuwe auto mag halen.'

Hospers zelf zal het wel rooien, mocht het niet lukken een opvolger te vinden en hij een punt achter zijn bedrijf zet. Er is volgens hem volop vraag naar ervaren boeren die in het buitenland collega's ondersteunen. Het moeilijkst zal het misschien wel zijn voor zijn vader. Negentig jaar nu en zijn hele leven op de boerderij gewerkt. Die ziet met lede ogen zijn levenswerk eindigen.



Varkenshouder Cees Duijndam, Drieborg:
'Door tot er een opvolger is'
Duijndam (67) heeft zijn hoop gevestigd op zijn drie dochters, allen rond de veertig. 'Ze weten hoe ik erover denk, maar ik wil ze niet dwingen.' Twee werken in de zorg en de derde dochter zit in de dienstverlening.

Veertig jaar heeft hij gewerkt om zijn bedrijf in de Reiderwolderpolder op te bouwen. Destijds kocht hij het van twee Groninger boeren. Driehonderd zeugen en tweeduizend mestvarkens houdt hij nu op twee locaties.

Openhartig
'Ik vind het moeilijk erover te praten.' Duijndam is openhartig over zijn situatie, maar het raakt hem. Bovendien vindt hij het lastig vrijuit te spreken omdat alles wat hij vertelt ook de waarde van zijn bedrijf bij verkoop kan beïnvloeden.

Alleen wanneer je een roeping hebt neem je een varkensbedrijf over
varkenshouder Cees Duijndam


Hij zou maar wat graag zijn bedrijf overdoen aan een van zijn nazaten, bekent hij. Maar tegelijkertijd waarschuwt hij ze ook: 'Het is zwaar en onaangenaam werk en een sociaal leven onderhouden is echt lastig, alleen al omdat je een uur in de wind stinkt.'

Druk
En dan heeft hij het nog niet eens over de bedrijfsrisico's en de psychische druk. 'Je bent voortdurend bezig met de gezondheid van de veestapel. Ieder jaar is er wel een opflikkering van een of andere ziekte. Ikzelf ben erg emotioneel en trek me de ziekten van mijn dieren erg aan. Zijn de varkens ziek, dan ben ik dat ook. Allemaal zaken waar mijn dochters mee om moeten kunnen gaan.'

Roeping
En iemand van buiten? Niet te doen, aldus Duijndam. Hij zoekt niet eens naar een andere kandidaat. De markt is te slecht voor verkoop van een varkenshouderij, waar de rendementen de laatste vijftien jaar bedroevend laag zijn. Wie wil zich nou diep in de schulden steken voor aankoop van een onderneming waar nauwelijks wat mee te verdienen is, vraagt Duijndam zich hardop af. Om van de mestproblematiek nog maar niet te spreken. 'Je moet echt een roeping hebben.'

Kleinkinderen
Het boerenbestaan is voor Duijndam verre van onbezorgd. 'Wanneer mij iets overkomt, dan heeft mijn vrouw een probleem. Ze weet wel iets van het bedrijf, maar ze kan het niet van me overnemen.'
En tja, met de leeftijd neemt ook de fitheid wat af. 'Maar wat moet ik? Wakker liggen? Ik vertrouw op onze lieve heer. Die heeft me op deze weg gezet.'

Hoe verder? Duijndam weet het zo nog niet. Hij werkt door zolang het kan en ergens aan de horizon gloort een sprankje hoop. 'Ik heb zeven opgroeiende kleinkinderen, de oudste is nu dertien. Ik ga er net zo lang mee door tot er een opvolger is.'

Lees hier het bericht over de CBS-cijfers over de opvolging bij boerenbedrijven
Meer over dit onderwerp:
Landbouw economie GRONINGEN
Deel dit artikel:

Recent nieuws