Column: Hoe meet je immateriële schade?

We zouden willen dat het anders was, maar mensen kunnen het al sinds de steentijd niet laten elkaar te jennen, te pesten, te treiteren, laat in de avond nog met de hamerboor te gaan klussen en zondagsmorgens vroeg de bladblazer te hanteren. 'L’enfer, c’ est les autres', stelde Sartre al vast.

Wanneer het gesar alle perken te buiten gaat, wordt soms de Rijdende Rechter ingeschakeld en in een enkel geval iemand doodgeslagen. Verder accepteren we het als een gegeven dat we elkaar psychische schade berokkenen. Niemand haalt de eindstreep zonder krassen op de ziel.

Maar wat als de dader geen buurman, ouder, klasgenoot of collega is, maar de overheid zelf? Of, laten we er geen doekjes om winden, de NAM? Als je ‘s nachts niet kan slapen omdat je boerderij kraakt in zijn gebinten, als je grijs haar krijgt bij de gedachte dat het huis geen cent meer waard is of als je je gedachten niet meer bij je werk kunt houden omdat je bang bent voor de volgende aardbeving? Dan is er niemand om dood te slaan en de jurisdictie van de Rijdende Rechter houdt daar ook op.

Daarom spanden deze week 127 Groningers een unieke rechtszaak aan tegen de NAM waarin ze eisen dat deze immateriële schade wordt vergoed. Ze hebben het dan over derving van hun woongenot, stress en gezondheidsklachten. Onmeetbare grootheden dus, die niet makkelijk in een juridisch hokje passen. Vandaar dat de eisers het afdoende vinden om vast te stellen dát er leed wordt berokkend, terwijl de NAM en Staat zich weer eens van hun meest autistische kant laten zien door te vragen naar zoiets onbenulligs als een doktersverklaring.

Hoe de uitspraak van de rechter in Assen ook uitpakt, het ligt voor de hand dat er wordt doorgeprocedeerd tot aan de Hoge Raad. Er hangt vreselijk veel van deze uitspraak af. Als de eisers in laatste instantie gelijk krijgen, kunnen ook de omwonenden van al die geplande windparken, de buren van een kermis, mensen die nare herinneringen hebben overgehouden aan het eten van een bedorven haring, nou ja, wie niet, immateriële schade claimen. Voor de immateriële letselschadeadvocaten breken er gouden tijden aan en de immateriële afdeling van de rechtbank moet verkassen naar een luchtkasteel. De krassen op onze ziel zouden een staatszaak worden.

Claimen is één ding, gelijk krijgen een tweede, maar welk bedrag hoort daar tenslotte bij? Wat staat er bijvoorbeeld voor het moeten aanhoren van het tergende gezoef van windmolens in de verte? Voor wakker liggen van het wonen in een scheurhuis in het aardbevingsgebied? Zelfs het aantal nullen is bijna willekeurig. Het probleem met immateriële schade is dat die net zo min in geld is uit te drukken als immaterieel geluk.

Daarom zou er zoiets als een immateriële vergoeding in het leven geroepen moeten worden. Liefde, troost en aandacht mogen dan niet hun sterke kanten zijn, overheden en bedrijven zullen toch een emotionele kant moeten ontwikkelen om het leed dat ze aanrichten op passende wijze te verzachten. Excuses, een bos bloemen maar vooral een eerlijk gesprek zouden een mooi begin zijn.

Willem van Reijendam
Meer over dit onderwerp:
columns
Deel dit artikel:

Recent nieuws