Column: Treinmonoloog

In Pavia stappen ze in de coupé. Zij is hoogbejaard, de ander ook al flink op leeftijd. Ze gaan pal tegenover me zitten en beginnen over me te praten. Alsof ik er zelf niet bij ben.

'Kijk, dat is de zoon van Marianna, je weet wel die tandarts.'
'Nee mam, die is allang dood. Of wacht, nee ik vergis me, dat is die dikke jongen van Lucrezia.'
'Is die dood?'
'Nee, die is tandarts.'
'Bent u tandarts? Nee... die woont toch in Milaan tegenwoordig? Of wacht, deze trein gaat ook naar Milaan.'
'Mam, we gaan naar Genua.'

'Bent u advocaat? Hoe heet dat joch toch van Raffaela? Die getrouwd is met dat rijke wicht.'
'Mama! Zoiets zég je niet. Volgens mij is dat hem ook niet.'
'Luca, zo heet 'ie. Net zo slinks als zijn pa. Die had altijd foute vriendjes. Politici enzo. Hoe houdt zo'n Raffaela het uit met zo'n gladjanus? Weet je nog dat 'ie ging trouwen op de Villa Borghese? Wat een poeha. Nou ja, haar zoon is het in ieder geval niet.'

'Wie ging trouwen, Raffaela? Dat is al heel lang geleden hoor.'
'Nee, hun zóón!'
'Ze zijn alweer uit elkaar.'
'Wie, Rafaella en haar man?'
'Nee mam, die Luca en die rijke vrouw. Zij schijnt... je weet wel. Met die voetballer uit Portofino.'

'Wát!? Gabriele nogwat? Met dat rare haar? Dat is toch geen gezicht, zulk haar? Hij lijkt wel een haan. Vroeger gingen ze nog gewoon naar de barbier. Tegenwoordig hebben ze het haar getatto.. getoetta... hoe heet dat? Met van die lelijke blauwe inkt. Ze scheren hun haar weg alsof ze een of andere enge ziekte hebben, en dan zetten ze er plaatjes voor terug. Hij heeft tenminste fatsoenlijk haar.' Ze knikt naar me. 'En toch ken ik 'm.'

'Weet je wie ook een tattoeage heeft? Gianna van de pastazaak. In haar hals. Een of andere slang. Geen gezicht.'
'Zij is zelf ook een slang. Zou hij ook een tatto... toetta... inktvlek hebben?' Ze kijkt me onderzoekend aan.
'Mam! Zoiets zég je niet! Hij ziet er niet zo uit, hoewel... Zou hij uit Genua komen? Ik ken alleen de familie van Merlo, maar die wonen eigenlijk wat verderop, in Bogliasco. Althans, áls ze er nog wonen. Hij schijnt zijn bonnetjes nooit te bewaren en daar zijn ze bij de belastingen achter gekomen. Hoorde ik hoor, ik weet het verder ook niet precies.'

'Ja ja ja, hij lijkt er wel op. Hoe heet die ouwe ook alweer? Guiseppe Merlo? Die had toch een restaurantje in Nervi? Daar kon je altijd goed eten. Vooral de dorade was er heerlijk. Maar mijn hemel, dat is al lang geleden zeg.' Ze zucht.

Op station Genova Brignole maken de dames aanstalten om uit te stappen. Ik sta op en help ze hun koffers van de rekken te tillen. 'Ik ben Nederlander, en de man van de zoon van Dagnino. Uit Sestri. In Genua', zeg ik terwijl ze verbouwereerd omkijken.
'Zie je? Ik wist het. Homo!' sist de oudste tegen haar dochter, terwijl ze met hun zware koffers het perron op stappen, 'leer mij de mensen kennen.'

Marc Wiers
Marc is altied onderwegens tussen Genua (Italië), Straatsburg (Frankrijk) en Groningen. Wat hij onderweg tegenkomt vertelt hij hier elke maandag. Volg Marc op Twitter
Meer over dit onderwerp:
columns opinie
Deel dit artikel:

Recent nieuws