Column: De laatste der Tammo’s

Nu er afgelopen jaar in heel Nederland maar één Tammo geboren is, en dan ook nog eens in een Fries gezin, dreigt er een Groningse identiteitscrisis. Want ook Fré, Truida en Lammie worden langzamerhand nog zeldzamer dan de reuzenpanda.

Bij voorstelrondjes wisten we vroeger waar we aan toe waren. Sjefke kwam uit Limburg, Sipke uit Friesland en Harrie uit Den Haag. En Tammo kwam uit Groningen. Niet dat het verder wat uitmaakte, heus niet, want ook Limburgers kunnen reuze intelligent zijn, en niet álle Groningers zijn bot, maar je had toch een eerste indruk. Net als kleding gaf de naam vaak iets prijs over de identiteit van de man met wie je aan tafel zat. Het was een soort postzegels verzamelen: ‘Ik turfde vandaag één Drent.’ Maar als iedereen Jesse heet, is dat net zoiets als een uniform Mao-pak. Wat heb je eraan om Groninger te zijn als niemand je meer als zodanig herkent?

Zou Tammo later eenzaam worden in het legioen Jesses en Sophies? Misschien wel, en wie weet wordt hij zelfs gepest, daar in Sneek: ‘Hahaha, gekke Tammo!’ Maar hij kan ook zijn bijzondere naam koesteren. Want zo leuk is het nou ook weer niet om, net als de helft van de klas, Daan, Anna of Sem te heten. Het mag dan lekker veilig zijn, in die grauwe massa van Juliaas, Evies, Tessen en Noah's, maar dat het een middelmatig begin is, dat staat vast. Daarom zijn er ook ouders die hun kind Splinter, Woest of Wolde noemen. Of DJ. DJ Woest, dan staat zijn bestemming meteen al vast. Inclusief de zekerheid dat DJ op zijn zestiende wegloopt en alleen nog maar een keer thuiskomt om de erfenis te regelen.

Een naam is niet alleen onderscheidend, hij kan ook verbindend zijn. Neem bijvoorbeeld Eurosonic, het Groningse popfestival van afgelopen week. Euro- is bij uitstek verbindend. Een paraplu waar van alles onder valt, van eurobenzine tot eurozone. De naam is alleen niet erg en vogue, in deze tijd van populisme en volksmenners. Met een beetje pech gaat Euro Tammo achterna.

Het is een wonder dat het festival ondanks dat voorvoegsel nog zo populair is, met meer dan 40.000 betalende bezoekers. Groningen was een week lang de pophoofdstad van Europa, met een enorme verscheidenheid aan bandjes, nationaliteiten en culturen. Misschien lag het aan de andere helft van de naam: -sonic. Ook verbindend. Elke kroeg die afgelopen week zijn livemuziek presenteerde als Coksonik, Uurosonick, Jagersonic, Grunnsonic (voor Tammo), Platosonic of Pleuropsonic (met DJ Woest), sloot daarmee automatisch aan bij Eurosonic. Dat kun je daardoor met een beetje kwade wil een allegaartje noemen, maar het bereikt daarmee wel de kritische massa die nodig is om internationaal een begrip te worden en de DJ’s aller landen hier te verenigen.

Eigenlijk vergaat het Eurosonic net als Europa. Een allegaartje met steeds meer podia, maar wel met één naam. Waar DJ’s, Tammo's, Sjefkes, Sipkes en Harries komen dansen, maar ook grijze muizen als Daan, Anna en Sem. Een welkome verscheidenheid in een eenheid. Dat die laatste Tammo een Fries is, valt in die herrie niet eens op.

Willem van Reijendam
Meer over dit onderwerp:
columns
Deel dit artikel:

Recent nieuws