Column: Telefoonterreur

We zijn in Groningen. En de telefoon gaat. Het is onze huislijn. Roberto neemt op. Aan zijn toon hoor ik direct dat het een verkooppraatje is. En zijn stem wordt steeds kwaaier.

Zijn rustige gebrom kan ik boven in mijn werkkamer nog net horen. Maar zijn toon wordt steeds harder. Feller. Aan het einde van het gesprek kan ik elk woord letterlijk verstaan. En ik denk de buren ook.

Nieuwsgierig ga ik naar beneden, en maak een 'wat is er?'-knik met mijn hoofd. Hij kijkt me verbijsterd aan en drukt het gesprek weg. 'Dit heb ik echt nog nóóit meegemaakt!' roept hij woest.

De dame in kwestie was van een energiebedrijf. En begreep Roberto's achternaam niet. Maar dat lag natuurlijk niet aan haar.

'Meneer Dagno wij hebben een heel erg mooie aanbieding voor u.'

'Sorry maar ik heet geen Dagno. Ik heet Dagnino.'

'Mag ik dan meneer Dagno van u?'

'Daar spreekt u mee. Maar je spreekt het uit als Dajn-jino, met een j-klank.'

'Hier staat toch echt Dagno. Meneer Dagno, heeft u wel eens berekend hoeveel geld u per jaar kunt besparen op uw energierekening?'

'Mevrouw echt, mijn naam spel je D-A-G-N-I-N-O. Het is Italiaans.'

'Dat heb ik hier ook staan. D-A-G-N-I-N-O. U bent geen Nederlander?'

'Wat gaat u dat aan?'

'Ik mag u alleen een aanbieding doen als u hier woont en een bankrekening heeft.'

'Ik ben ook Nederlander!'

'U bent NIET Italiaans?'

'Jawel maar ik ben met een Nederlander getrouwd en sindsdien heb ik twee nationaliteiten.'

'Ah vandaar die naam.'

'Welke naam?'

'Dagno.'

'Mevrouw mijn naam is Italiaans: Dagnino!!'

'U weet uw eigen naam niet eens?'

Op dat moment loop ik de kamer in. Als Roberto de verbinding heeft verbroken gaat hij beduusd zitten. 'Ik word nooit een Nederlander' zucht hij terwijl hij nog altijd naar de telefoonhoorn staart.

Ik vraag 'm wie er belde. 'Een dame van een energiebedrijf.' Ik vraag of hij de naam van het bedrijf heeft onthouden. 'Dat heeft ze niet gezegd.'

Ik druk op de telefoon op het knopje 'ontvangen gesprekken' en er verschijnt zowaar een telefoonnummer in het scherpje. Nieuwsgierig druk ik op 'bellen'. Na vier keer overgaan krijg ik een voicemailbericht.

Roberto kijkt me wantrouwend aan. 'Als ik iets inspreek bellen ze je vandaag nog terug, zeggen ze', hij haalt zijn schouders op, 'maar dan willen ze wel je naam weten.'

Marc Wiers
Marc is altied onderwegens tussen Genua (Italië), Straatsburg (Frankrijk) en Groningen. Wat hij onderweg tegenkomt vertelt hij hier elke maandag. Volg Marc op Twitter
Meer over dit onderwerp:
columns opinie
Deel dit artikel:

Recent nieuws