Column: Truus

Toen we beiden nog in Groningen woonden, gaf Roberto cursussen Italiaans. Vaak kwamen cursisten gezellig bij ons over de vloer. Zoals Truus.

Truus reed steevast elke maandagavond om 21 uur in haar oude rode Alfa Romeo Spider voor. Ze was nogal fors uitgevallen en niet meer zo goed ter been, dus zodra we haar hoorden claxoneren, vlogen we de straat op om haar uit dat lage onhandige onding te tillen. Ze weigerde een ordinaire maar makkelijke, hoge Japanner te kopen. 'Geen persoonlijkheid', mompelde ze er verontwaardigd achteraan.

Ze woonde in een oud familiehuis achter Sauwerd. Alleen, vertelde ze er trots bij. Ondanks haar liefde voor Italië bleef ze verknocht aan het Grunneger Laand. Als we vroegen naar de reden van die liefde sloeg ze haar ogen neer. En volgde er een ongemakkelijke stilte. Aanvankelijk was deze dame van stand nogal timide. Als ze in het Italiaans sprak althans. Want zodra de les klaar was, kon ik haar boven in mijn werkkamer in het Nederlands horen schaterlachen. Om zichzelf. Helemaal na haar wekelijkse glaasje wit. Die ze zelf meenam. 'Het leven is te kort voor slechte wijn', mompelde ze er verontwaardigd bij.

Vlak voor de zomervakantie werd het voor Roberto tijd om de rekening te versturen. Tot zijn verbazing kreeg hij die factuur teruggestuurd. Er stond een dik rood kruis door de aanhef, met in koeienletters erboven 'adressering onjuist!!' Verbouwereerd controleerde Roberto in zijn dikke cursistenmap het adres. Alles bleek te kloppen.

Verbaasd keek hij me aan. 'Misschien is ze verhuisd?' opperde ik schouderophalend, 'of is het verkeerd bezorgd?' Ook de tweede en derde poging kwamen retour. Met steeds dezelfde letters boven het adressenvenster. 'Adressering onjuist!!' Ik adviseerde Roberto voorzichtig om toch eens te bellen. Maar Truus nam niet op. Een mobieltje had ze niet. E-mail al helemaal niet. Berustend in zijn verlies maakte Roberto in de vakantie zijn nieuwe cursistenrooster. 'Zal ik Truus er ook weer inzetten?' Dat leek me niet.

Op de eerste maandag na de vakantie zaten we nietsvermoedend te eten toen het bekende geluid van de claxon door de straat schalde. Blij keken we elkaar aan. Truus!! Truus was iets slechter ter been en zag iets minder goed dan voor de zomer, maar haar cursusavondje met haar 'schattebouten' wilde ze niet missen. Toen Roberto haar na de les naar haar autootje bracht, vroeg hij voorzichtig waar de factuur naartoe kon worden gestuurd. Het grote lijf van Truus stokte, ze legde haar gerimpelde hand op zijn arm en zei streng 'jongeman, mijn voornaam spel je T. R. U. C. E. Truce! Zodra u mij op juiste wijze aanschrijft, betaal ik u per omgaande', mompelde ze er verontwaardigd bij. Sindsdien betaalde ze haar facturen keurig op tijd.

De laatste maandagavond voor de herfstvakantie bleef het stil in onze straat. Misschien had Truce zich vergist in de schoolvakanties? Zoals altijd nam ze haar telefoon niet op. Roberto is nog de straat ingelopen, misschien had ze geen parkeerplaats voor onze deur kunnen vinden. Maar nergens was haar rode Alfa Romeo te bekennen. Teleurgesteld kwam Roberto weer boven. 'Geen Truce.'

De week erop opnieuw geen Truce. Geen telefoontje. Geen briefje. Geen claxon. Woensdagavond reden we bezorgd naar Sauwerd. Bij het aangegeven adres stond geen rode Alfa. En het bleek geen groot familiehuis, maar een klein Gronings vervallen arbeidershuisje. Tussen de knotwilgen, bij een sloot. We belden aan. Niemand deed open.

De vrijdag erop hield Roberto met tranen in zijn ogen het Dagblad voor mijn neus. Tussen de rouwadvertenties zag ik een klein berichtje met haar achternaam. En slechts één naam eronder. Van haar zoon in Italië. 'Was het maar anders gelopen. Vaarwel lieve Truus.' Truce was weer gewoon Truus. En ze bleek nog eenzamer dan wij hadden gedacht. Rust zacht lieve Truus. We zullen je nooit vergeten.
Meer over dit onderwerp:
columns opinie
Deel dit artikel:

Recent nieuws