Door de mand: Kees Vlietstra over knippen en scheren

'Neem jezelf niet te serieus, maar je werk wel.' Dat was afgelopen vrijdag het advies van Groninger Arjen Lubach die te gast was in College Tour. Mooie uitzending. 'Neem jezelf niet te serieus, maar je werk wel.' Wat een heerlijk advies. En zo waar. Ik moest direct aan Benny en mijn vader denken.

Locatie: kapsalon De Stadskapper, Friesestraatweg. Tijdstip: begin jaren '90.

‘Hé vriend, wil je nog tien gulden extra verdienen? Ja? Dan moet je nu gewoon even een kwartier je bek houden. Alsjeblieft.' Mijn vader zit in de stoel van Benny de kapper. Benny kijkt via de spiegel naar mijn vader. Die kijkt stoïcijns terug. Op de kappersopleiding was Benny cum laude geslaagd op het onderdeel ‘sociale omgang met de klant’. Mijn vader was toen kroegbaas van Café West-End en geen liefhebber van prietpraat. Nog steeds niet trouwens.

Benny staat even met zijn mond vol tanden maar kiest toch maar eieren voor het tientje. Eigenlijk nog makkelijk verdiend ook. Even een kwartiertje geruisloos knippen en hij heeft een joetje fooi. Terwijl Benny mijn vader knipt, kort maar gedekt, denkt hij terug aan de laatste keer dat hij mijn vader als klant had. Een maandje geleden. Het was half twee 's nachts. Hij lag net een uurtje te slapen toen de telefoon ging. ‘Ja moi Benny. Met Co.’ Benny zit rechtop in bed, hij heeft de hoorn aan zijn oor. Langzaam komt er een gezicht bij de naam. ‘Ah moi Co, hoe laat is het in godsnaam?’

‘Tijd om geld te verdienen,’ antwoordt mijn vader. ‘Ik heb hier vier sjappies aan de bar zitten en die zeggen dat ze morgen naar de kapper willen. Toen dacht ik bij mezelf waarom morgen pas, dat kan nu ook nog wel even. Als je hier binnen vijf minuten bent dan kan je ze in serie knippen.’ Benny wrijft zijn ogen uit. Vier minuten later, De Stadskapper ligt op 50 meter van Café West-End, zitten Herman, Jacob, Rooie Henkie en Kareltje met een kappersschort aan de bar. Benny knipt terwijl de mannen hun biertjes drinken. Mijn vader glimlacht.

'Neem jezelf niet te serieus, maar je werk wel.' Het advies van Lubach kwam net te laat voor Hans van Breukelen. Die nam zichzelf even te serieus tijdens de persconferentie over de aanstelling van Advocaat als nieuwe bondscoach. Hansie had zich nog enigszins kunnen redden als hij de gouden tip van Benny in de praktijk had gebracht: Stil zitten als je geschoren wordt. Hans had wel gelijk om niet voor Henk ten Cate als bondscoach te kiezen. Die voert in die zandbak van de Verenigde Arabische Emiraten al een aantal jaren het advies van Lubach omgekeerd evenredig uit. Maar goed, Advocaat is dus de nieuwe bondscoach. En als er één zijn werk serieus neemt dan is het Dickie wel. We gaan volgende zomer dan ook gewoon naar het WK.

Jezelf niet te serieus nemen staat trouwens niet gelijk aan relativeren. Relativeren in de (top)sport is namelijk dodelijk. Op alle niveaus moet iedereen zijn stinkende best doen om het beoogde doel te halen. Of je nu de gepasseerde aanvoerder bent van Feyenoord en je club met een hattrick naar de titel schiet, het grootste talent in de Formule 1 die crasht op Barcelona, of je weer moet grensrechteren bij Engelbert 3 of een afgekeurde korfballer bent die zijn geluk gaat beproeven op het WK barbecuen: het is allemaal heel belangrijk. Als je alle tegenslagen bagatelliseert dan kan je ook niet maximaal door het plafond. Als je de schuld van falen buiten jezelf legt dan neem je je werk niet serieus.

Groningen heeft de playoffs gehaald. Dat is een waanzinnige prestatie. En niet omdat FC Twente Europa niet in mág maar omdat de FC een fantastische keeper en een top spits heeft. Donar overklast Landstede. En niet omdat Landstede zo zwak is maar Donar zo fucking goed.

'Neem jezelf niet te serieus, maar je werk wel.'

Locatie: restauratiewagon in de Intercity Groningen-Amsterdam. Tijdstip: begin jaren ’70.

Opa Hendrik en oma Jogie zitten met een bevriend kastelein echtpaar te klaverjassen in de trein. Mijn opa en oma hebben de regionale biertapwedstrijden in Groningen gewonnen en zijn nu op weg naar het Nederlands Kampioenschap te Amsterdam. Opa en oma zijn de trotse eigenaars van De Waterloo Bar aan de Verlengde Oosterweg in stad. Ze nemen hun werk zeer serieus. Daarom werden ze ook Gronings Kampioen. Mijn opa kon gewoon heel goed bier tappen en mijn oma serveerde de biertjes met een stralende glimlach uit. Perfect koppel. Ze waren die dinsdag vroeg vertrokken voor het NK. Ru Ploeger van het Poortershuis aan de Nieuweweg had een koeltas met blikjes bier meegenomen.

Tssss. Bij station Haren gingen de eerste blikjes open. Ze keken elkaar ondeugend aan. Was dit wel verstandig? Er stond wel een nationale titel op het spel. Alle clichés kwamen ter sprake voor een alibi om het op een drinken te zetten. Assen, even één voor de dorst. Hoogeveen, op één been kan je niet lopen. Meppel, dikke lul drie bier. Zwolle, als je bier moet tappen moet je ook weten hoe het smaakt. Amersfoort, stukje productconfrontatie. Opa en oma namen met andere woorden zichzelf totaal niet, maar hun werk zeer serieus.

Ietwat wankelend stapten ze op Amsterdam Centraal de trein uit op weg naar het NK biertappen in de Oude RAI. Helaas geen Nederlands Kampioen geworden. Wel een serieus mooie dag.
Meer over dit onderwerp:
sport beterweters beterweterssport
Deel dit artikel:

Recent nieuws