Column: De huilende goochelaar

Een goochelaar probeert onze aandacht te trekken op de boulevard. Giovanni stoot Alma aan en wijst op het kleine blonde mannetje. 'Kijk, da's net Arri!'

Nieuwsgierig kijk ik hem aan. 'Arri was ooit onze overbuurman. Hij kwam volgens mij uit jouw streek. Is hier met een soort circusgroep ooit beland en blijven hangen. Want hier vond hij bijna de liefde.' Alma slikt een brok in haar keel weg. 'Liefde?', zegt ze kwaad, 'een puinhoop werd het!'

Arri (of Harry, zoals hij in het echt heette), trok eind jaren 70 veel bekijks met zijn verdwijntrucs, kaartspelletjes en dobbelstenen. En vooral met zijn lichte blauwe ogen en blonde melkboerenhondenhaar. Het was de tijd van stakingen bij FIAT, sociale onrust, communistische aanslagen en grauwheid in Italië. Arri kwam licht brengen in de donkere steegjes van Genua met zijn schaterende lach, humor en gekke truukjes. De jonge Giovanni had hem steeds vaker aan de bar zien hangen bij Monica, het mooiste barmeisje van de enoteca in de wijk. Totdat ze hem voor een glas had uitgenodigd in een andere bar, in een andere wijk. Want hun verkering was eigenlijk verboden. Hij was protestants. Zij was katholiek.

Toch had Arri in 1977 haar vader Giorgio om de hand van zijn dochter gevraagd. Resoluut had Giorgio hem de deur gewezen, en zijn volwassen dochter naar haar kamer gestuurd. Ze hebben het nog geprobeerd via de priester, maar die herinnerde zich vooral de royale donaties van Monica's vader, en schudde onverbiddelijk zijn hoofd. 'Twee geloven onder één dak? In dit land? Nooit!' Arri bleef Monica opzoeken in de bar. Totdat de eigenaar haar ontsloeg. 'Ik ben een vriend van je vader. Ik kan niet anders' had hij er met een beschaamde blik aan toegevoegd.

Die herfst werd Monica verkouden. De ziekte kwam met een kuchje, en werd langzaam een hoest. Een hoest die bleef hangen. Zorgen van haar ouders, collega's en vrienden wuifde ze treurig weg. Maar de hoest werd erger. Toen het bloed kwam smeekte haar vader haar naar de huisarts te gaan. Met een ernstige blik stuurde die haar onmiddellijk naar de longarts. Maar het was al te laat. Monica was niet meer te redden. Huilend had ze haar vader gesmeekt of ze Arri nog één keer mocht zien. Gebroken door het verdriet van zijn dochter gaf hij toe.

Met de laatste krachten in haar lichaam had ze Arri liefdevol aangekeken. Dankbaar voor de korte tijd die ze samen hadden mogen hebben. En ze bezwoer hem dat ze terug zou komen. Als duif. Om nooit meer van zijn zijde te wijken. 'Omdat duiven vrede brengen. En horen bij jouw magie', besluit Giovanni met een brok in zijn keel. Alma is er bij gaan zitten.

Ontroerd vraag ik hoe het verder ging met de Groningse goochelaar. 'Hij heeft het nog een paar maanden geprobeerd met zijn trucjes. Maar Arri kreeg steeds huilbuien. Midden op straat. De hele dag door. Mensen liepen uiteindelijk met een boog om hem heen. We begrepen het allemaal zo goed. Het was ook zo ongemakkelijk. Hij was niet te troosten. Op een dag is hij zomaar verdwenen. Zijn oude huisje heeft een paar maanden onbewoond, met de luiken dicht, staan wachten op zijn terugkeer. Of nieuwe bewoners.'

Alma klopt de stof van haar broek en staat op. 'Opeens stond hij er weer. Op zijn vaste plek in de Vicolo Armani. In 1979? Of was het 1980?' Giovanni haalt zijn schouders op. 'Waarschijnlijk had hij geld nodig. Zijn gezicht was getekend met de lijnen van zijn verdriet.'

Giovanni is even stil en tuurt over de azuurblauwe zee. 'En hij had opeens een hoed bij zich. Zo'n goochelaarshoed waar ze normaal een konijn of duif uit toveren. Maar daar deed 'ie niks mee. Het was alsof hij steeds hoopte dat ze daar ooit zou verschijnen. Maar er gebeurde niks. En dus bleven de huilbuien. Langzaam verdween het licht uit zijn ogen. Het gemis heeft uiteindelijk zijn hart gebroken. Al in 1984 is Arri veel te jong begraven in hetzelfde gebouwtje, naast Monica. In de schaduw van de populieren.'

Nieuwsgierig door dit verhaal lopen Roberto en ik die avond na het eten de heuvel op richting 'cimitero'. Na een kwartiertje vinden we op de begraafplaats het gebouwtje waar op een van de grafstenen de Groningse naam prijkt van de huilende goochelaar. Harry Rendering. Ik staar verdrietig naar de ingelijste vergeelde foto van Harry als Roberto zijn hand zachtjes op mijn arm legt en met zijn hoofd naar het afdakje van het gebouwtje wijst. Daar zitten ze te koeren. Twee duiven. Dicht tegen elkaar aan. En heel even is het helemaal stil om ons heen.

Marc Wiers
Marc is altied onderwegens tussen Genua (Italië), Straatsburg (Frankrijk) en Groningen. Wat hij onderweg tegenkomt, vertelt hij hier elke maandag. Volg Marc op Twitter
Meer over dit onderwerp:
columns opinie
Deel dit artikel:

Recent nieuws