Zakenman reageert op beschuldiging curator

De Oost-Groningse ondernemer J. N. ontkent zich schuldig te hebben gemaakt aan failissementsfraude en onbehoorlijk bestuur van zijn negen failliete BV's.

Hij laat dat weten in reactie op onderstaande vragen, die RTV Noord aan hem zijn voorgelegd. Met als aanleiding het faillissementsverslag van curator Peter Bakker. Die heeft aangifte tegen N. gedaan in verband met faillissementsfraude. Justitie heeft de zaak in onderzoek.

Eerst een algemene vraag. Wat vindt u van het faillissementsverslag, waarin de conclusie wordt getrokken dat sprake is van 'onbehoorlijk bestuur'? U wordt daar als bestuurder van de failliete BV's aansprakelijk voor gesteld door de curator.
'Dit laat ik voor rekening van de curator. Ik heb de bedrijven opgebouwd en geprobeerd in moeilijke tijden het goed te leiden. Al mijn geld heb ik gestopt in de bedrijfsmatige activiteiten tot aan de laatste dag.'

Er wordt in het faillissementsverslag geconcludeerd dat 'er is gebleken dat er voorafgaande aan de faillissementen op uitgebreide schaal met activa geschoven'. De curator geeft daar meerdere voorbeelden van. Wat is uw reactie op die beschuldiging?
'Dat maakt geen verschil. Het bedrijf werd geconsolideerd geleid en ook door de curator afgewikkeld. Nergens blijkt dat dit onjuist is.'

Dan de volgende passage: 'De boedel heeft inzicht gekregen in het strafrechtelijk dossier. Aan de hand daarvan blijkt dat naast de heer N. nog een viertal andere personen verdacht worden van (strafbare) onrechtmatigheden voorafgaand aan de faillissementen. Onderzocht wordt in hoeverre jegens deze personen (eveneens) civielrechtelijke vorderingen zullen worden ingesteld. Jegens de heer J. N. zullen rechtsmaatregelen worden genomen.'
Wij concluderen hieruit dat u wordt verdacht van faillissementsfraude en dat het ook leidt tot vervolging. Wat is uw reactie daar op?
'Over een eventuele strafzaak doe ik geen uitspraak, behalve dat welke verdenking dan ook zeer onterecht is. Verder is het een kwestie van mijn advocaat. De civiele vordering van de curator is volledig afgewezen door de rechtbank, zo is het ook te lezen in het verslag. Wat mij betreft zal dat ook gelden in een eventuele strafzaak. Daar is namelijk meer voor nodig dan voor een civiele zaak.'

Nog een opvallende passage: 'Er was een enorme verwevenheid van de vennootschappen, waardoor het zicht op de verplichtingen en baten per vennootschap niet helder meer was. Financieringen zijn gebruikt voor een ander doel dan waarvoor ze waren aangegaan. Er was sprake van overfinanciering en uitholling van het vermogen. Het eigen salaris werd in 2012 bijna verdubbeld, terwijl het eigen vermogen van N. Beheer ultimo 2011 zwaar negatief was en er verlies werd geleden. Er werd doorgegaan met deze ondernemingen en het maken van nieuwe schulden, terwijl daarvoor vanaf 2010 al geen voldoende financiële basis meer bestond.' Dit is een vergaande beschuldiging. Dat vraagt om een reactie van uw kant.
'In 2011 werd er geen verlies geleden. Wat mij betreft is dit ook overigens vergaand onjuist en onnauwkeurig. Daarover ben ik verder in overleg met de curator.'

Verder wordt u verweten dat er 'geen sprake was van een deugdelijke administratie'. Wat is uw verweer daarop?
'Voor zover mij bekend is dat onjuist. Ik maakte gebruik van intern en externe gekwalificeerde mensen die voor alle betrokken partijen ruimschoots aan de criteria voldeden. Jaarlijks werden er een significante bedragen betaald voor deze diensten. De curator heeft dat volgens mij onvoldoende onderzocht. Ook heeft hij na het faillissement de boekhouding niet bijgewerkt, terwijl dat eenvoudig kon.'

Tot slot de volgende passage: 'Volgens de administratie van N. Beheer BV is de heer J. N. per augustus 2013 een bedrag van € 1.832.549,48 verschuldigd. De heer N. is gesommeerd om dit bedrag, alsmede rente en kosten en overige bedragen welke hij volgens eigen zeggen in rekeningcourant heeft opgenomen, aan de boedel te voldoen. (Verslag 8) Voorafgaand aan de faillissementen hebben een drietal partijen uit de directe (zaken)vrienden en/of familiekring van de heer J. N. geld ontvangen, waarvoor geen grondslag of titel is vastgesteld. Een aantal daarvan zijn aangeschreven ter betaling aan de boedel en/of in het kader van nader onderzoek. Het gaat om betalingen ter grootte van totaal € 50.338,37. gedaan. De boedel heeft nog geen (terug)betaling ontvangen, in één situatie is een schikkingsvoorstel gedaan.' Wat is uw reactie hierop?
'Daarover ben ik nog in overleg met de curator.'

Lees ook: Oost-Groningse zakenman verdacht van faillissementsfraude
Meer over dit onderwerp:
GRONINGEN
Deel dit artikel:

Recent nieuws