Column: TT Groningen

Diego kent Groningen als geen ander. Diego komt namelijk al tien jaar met een clubje vrienden richting het noorden. Op de motor.

Dik duizend kilometers rijden hij en zijn vrienden via Zwitserland en Duitsland onze kant op. Met een tent als onderdak, een dik leren pak tegen de kou en drie zakken met pasta in het kleine kofferbakje. Ingepakt door hun Italiaanse mama's. Onderweg slapen ze op campings in Zuid-Duitsland. Daar koken ze op een butagasstelletje hun dagelijkse prutje. Zodra 'Groningen' op de borden verschijnt gaan de duimen omhoog, en is het plankgas richting eindbestemming.

Diego is fan van Stad. Hij vertelt met plezier over de duizenden liefhebbers die ieder jaar opnieuw dik feest vieren met elkaar. De cafés die tot het holst van de nacht open zijn. De gezellige pleintjes en sfeervolle straatjes. De kampvuurtjes, spontane barbecues, nieuwe vriendschappen en onvergetelijke ontmoetingen die hij in onze 'città' heeft meegemaakt. Hij heeft hier zelfs een scharrel. 'Astra! Ze heeft blond haar en is wel één meter tachtig' zucht hij met een blije lach als je hem er naar vraagt. Sinds een jaar of vijf spreekt hij elke zomer met Astra af in Groningen, vertelt hij trots.

Diego was Astra op de camping tegengekomen bij de wc's. Met een blikje lauwe Heineken in de hand had hij haar in zijn onhandige Duits-Engelse koeterwaals aangesproken en ze was zowaar ingegaan op zijn avances. 's Ochtends hadden ze elkaar ongemakkelijk naakt in één slaapzak aangekeken. Astra wist niet hoe snel ze zich moest aankleden. En Diego was verkocht aan de 'beeldschone, lange blonde Groningse vrouwen.' Hij heeft nog altijd contact met haar, en toont me trots een WhatsAppje. Het lijkt me dat Astra eigenlijk Astrid heette, en dat ze Deense is, maar dat terzijde.

Want er is in ieder geval één Italioan in Genua die onze streek heeft ontdekt, constateer ik tevreden. Ik vraag hem wat hij vindt van 'la torre Martini' (Martinitoren), het gekke museum, het prachtige stationsgebouw en ons beroemde Peerd van ome Loeks. En of hij al eens is doorgereden naar de wijdse kust bij Noordpolderzijl. In de bossen rond Ter Apel heeft rondgelopen. Bourtange heeft gezien. Of hij tijd heeft gehad om te wadlopen, een rondje langs de hangende keukens van Appingedam te maken, of een visje te eten in Termunterzijl. Hij kijkt me wat verward aan, en moet zichtbaar diep nadenken over deze wereldberoemde (nou ja bijna) trekpleisters.

Dan antwoordt hij me weifelend. 'Nee dat plein hoe heet het, de Brink, met die kroegen vind ik leuk. En de grote camping bij de racebaan. En die grote twee T's bij de snelweg.' Nou begin ik zelf te twijfelen. Waar heeft hij het in vredesnaam over? 'Je weet zeker dat je het over onze universiteitsstad hebt?' vraag ik hem voorzichtig. 'Met veel studenten, de Grote Markt, een ringweg, een groot stadion, en heel veel groen eromheen?' 'Nee?' antwoordt hij onzeker. Hij begint te praten over wilde nachten op de camping. In colonne via de A28 naar Groningen. Over de TT, Antonelli, bier, 500cc, groot feest voor motorliefhebbers elk jaar eind juni. Ik vraag hem hoe hij er bij komt dat dat in Groningen is. 'Die borden volgen we altijd vanaf Arnhem. Overal staat dan Groningen aangegeven. Assen is toch het circuit?'

Roberto buldert inmiddels van het lachen. Onze andere vrienden begrijpen er niks van. Die moet ik tandenknarsend uitleggen dat Diego 25 kilometer voor Groningen afzwaait naar Assen voor de TT. 'Jij hebt Groningen dus nog nooit gezien?' vraagt vriendin Barbara met een grote grijns op haar gezicht aan onze Italiaanse motorheld. Die slaat zijn ogen neer en mompelt 'Jawel. Op de borden.'

Marc Wiers
Marc is altied onderwegens tussen Genua (Italië), Straatsburg (Frankrijk) en Groningen. Wat hij onderweg tegenkomt, vertelt hij hier elke maandag. Volg Marc op Twitter.
Meer over dit onderwerp:
columns opinie
Deel dit artikel:

Recent nieuws