Door de mand : Kees Vlietstra kon dunken

Ik zit op een bankje voor ons huis en kijk naar mijn basketballende zoons. Ze gebruiken de mobiele korfbalpaal als basket. Ze spelen één tegen één. Als er een auto de straat in komt rijden dan rollen ze de paal snel naar de kant van de weg zodat de auto kan passeren.



Meestal steekt de bestuurder lachend een duim op. Als de paal weer op zijn plek staat spelen ze door. Hard tegen hard. Wie heeft als eerste tien punten. Make it, take it. De oudste is twintig centimeter langer dan de jongste en probeert tijdens het wedstrijdje trucjes. Mooie punten maken. Dat gaat niet altijd goed. Hij geeft grappig radio-commentaar bij zijn eigen acties. Ik glimlach. De jongste is aan het vechten. En wint met 10-9. Na het beslissende punt kijkt hij zijn grote broer uitdagend aan. 'Kan je ook met de bek dicht basketballen?'

De jongens gaan stoeiend naar binnen. Ze gamen verder op de iPad. Ik blijf nog even op het bankje voor het huis zitten en kijk naar de skyline van stad. De zon en de Westmalle Trippel gaan langzaam onder. Ik vlieg over stad naar het schoolplein van de Jan G. Jordensschool aan de Adriaan van Ostadestraat. Jaren '80. Op dat schoolplein ligt het mooiste basketbalveldje van stad. Heerlijke ringen met hufterproof ijzeren netjes. Jarenlang speelde ik daar samen met mijn broertje met en tegen de jeugd van Kostverloren. Pietje, Sven, Bernard, Leslie, de gebroeders Molenberg, Eddy, Jaroen, de broertjes Elting (die nog beter konden voetbalden), Bea en Martin; we vochten elkaar de tent uit.

We speelden ook wel eens 'uitwedstrijden'. Dan gingen we op de fiets, met dezelfde kruissnelheid als Bauke Mollema vandaag, naar het Noorderplantsoen om daar een team van gesjeesde studentjes weg te spelen. In Vinkhuizen hadden we het lastiger. De gebroeders Mischa en Marco van den Berg waren daar de baasjes. Die broertjes gebruikten heel veel Amerikaanse termen die wij niet begrepen. Wij speelden op zijn Kostverlorens; snoeihard. Dat konden zij dan weer niet begrijpen.

In die tijd droomde ik veel over basketbal. In die dromen kon ik al dunken. En niet zo'n beetje ook. In de Openbare Bibliotheek op de Vismarkt verslond ik Hoop Magazine, het Amerikaanse tijdschrift over de NBA. De actiefoto's van de helden van toen staan nog steeds op mijn netvlies. In een nummer uit 1986 (research mensen) stond op de middenpagina een poster van een dunkende Spud Webb. Dat was bijzonder want die Webb was maar 1,70 meter groot, 5 centimeter kleiner dan ik toen. Dwerg Webb won zelfs de NBA Slam Dunk Contest. In de wc van de bibliotheek heb ik de poster uit het tijdschrift gepulkt, bloedende vingers door die rot nietjes, en onder mijn jas de bieb uit gesmokkeld. Die poster was mijn drive. White men can't jump?Laat me niet lachen. Een jaar later kon ik dunken. Op de basket op ons pleintje. Eddy ramde me als felicitatie op mijn schouder. High fives deden we niet aan.

Het pleintje aan de Adriaan van Ostadestraat is natuurlijk niet uniek. Over de hele wereld zijn miljoenen pleintjes waar gespeeld wordt. Van Scheemda tot Saigon en van Buenos Aires tot Beerta. Zo heb ik gevoetbald op het Plaça de Catalunya, gevolleybald op het Plaza de Independencia in Quito, gebeachkorfbald op het Van Heekplein in Enschede en tikkertje gespeeld in Peking op het Plein van de Hemelse Vrede.

Spelen op een plein. Het plein is het voorportaal van het echte grote mensen leven. Spelen met zelfbedachte regels. Wie overwint de hoogste weerstand? Met en tegen elkaar. Met en tegen jezelf.

Afgelopen periode ben ik met Jong Oranje op Papendal, in Barcelona, Norwich, Antwerpen, Eindhoven en Bennekom geweest om wedstrijden tegen Catalunya, Engeland, Tsjechië, België, Duitsland, Het Grote Oranje en Taiwan te spelen. Ik heb genoten van een ambitieuze humorvolle jonge groep sporters die midden in het begin van het serieuze leven staan. Gelukkig zijn ze gek op spelen. Niet alleen in de sporthal maar ook op luchthavens, in kleedkamers, in restaurants, in hotellobby's en in taxibusjes. Overal werd 'gespeeld'. Van 'triviant crack' op de mobieltjes tot een rondo bij gate 14 op Schiphol. Heerlijk.

Was het Kostverloren pleintje onze habitat, Ajacied Abdelhak Nouri is opgegroeid op het Nigel de Jong-plein in Geuzenveld. Donderdag kwam het vreselijke nieuws dat de 20-jarige 'Appie' Nouri ernstige en blijvende schade heeft aan zijn hersenen. Ik slik en denk aan mijn spelende kinderen, aan mijn spelers in Jong Oranje. Een dag later ben ik samen met mijn jongste naar het pleintje in Kostverloren gereden. Het veldje lag er prachtig bij. Er waren bomen en bankjes. De ijzeren netjes waren vervangen door nylon. We hebben 'met de bek dicht' één tegen één gespeeld. Make it, take it.

Als mijn zoon een verdwaalde bal uit de bosjes haalt denk ik slikkend aan Appie Nouri. Met een glimlach met 10-7 verloren. Ik kan niet meer dunken.
Meer over dit onderwerp:
sport beterweters beterweterssport
Deel dit artikel:

Recent nieuws