Column: Mijn moeder geniet op haar balkon

Als ik aan het eind van een warme dag mijn moeders appartement binnenstap, verwacht ik een verstikkende hitte. Gelukkig valt het mee, het is er zo'n graad of 25. We drinken een kop thee onder de parasol op haar smalle balkon. Tussen twee tuinstoelen is nog net ruimte voor een tafeltje.

'Kon je het hier uithouden vandaag?' vraag ik.
'Als je je maar rustig houdt, dan is er niks aan de hand.' Mijn moeder ziet er inderdaad niet uit alsof ze lijdt onder de hitte.
'Vind je het op een dag als vandaag ook jammer dat je geen tuin meer hebt?'
'Ach', zegt ze, 'het gaat best zo. Vroeger zaten we immers ook nooit in de tuin.' Ze heeft het over haar jeugd in de jaren '30 en '40 in het Friese Noordwolde. 'Niemand zat in de tuin, van tuinstoelen hadden we nog nooit gehoord. We zaten altijd binnen, of soms even buiten op een steen of een kistje. In de tuin werd niet gezeten, daar werd gewerkt.'

De voortuin was het domein van mijn oma, daar stonden kievietskoppen, goudsbloemen, rhododendrons en hortensia's. Achter was de moestuin, waar opa van alles verbouwde: aardappelen, sla, sperziebonen, wortelen, bessen, aardbeien. Mijn moeder vertelt dat haar neef Jan zoveel van bloemen hield, dat hij niet alleen vóór, maar ook achter zijn huis een siertuin aanlegde. Dat viel niet goed in de familie. Bloemen in de achtertuin? Wat een verspilling! Wat een luiheid!

'En als het lang droog was, hoe kregen de planten dan water?'
'Nou, sproeien ging natuurlijk niet', zegt mijn moeder, 'we hadden immers geen kraan. We haalden water uit de regenput. Mijn vader ging wel eens met een emmer water de tuin in en dan kreeg elke plant een beetje. Als het heel lang droog was, stond er soms nog maar een bodempje in de put. Dan moesten we er zuinig mee zijn.'

Die regenput herinner ik me nog wel. Als kleuter vond ik het spannend als het deksel eraf ging en ik onder opa's toezicht even mocht kijken in die donkere diepte. De put werd toen al niet meer gebruikt: het huis was inmiddels aangesloten op de waterleiding en in de keuken was een echte kraan.
'Voordat we die kraan kregen, hadden we een tijdlang een pompje op het aanrecht waarmee we water uit de regenput oppompten. Dat was een hele luxe, stromend water in de keuken. En het aanrecht zelf was ook een enorme vooruitgang. Daarvoor kwamen Italianen in het dorp, die plaatsten overal aanrechten'.
'Italianen in Noordwolde?'
'Ja, die aanrechten waren immers van graniet, dat kwam uit Italië.'

Een keuken zonder aanrecht kan ik me slecht voorstellen. Hoe moest je dan afwassen?
'Op de boenstap', zegt mijn moeder. Dat woord ken ik niet. Ze legt uit dat het een spoelplek in de schuur was, die aangesloten was op het riool.
'In de zomer ging dat prima, maar in de winter was het kou lijden.' Mijn moeder lacht plotseling. 'Ach ja, het  is zo slecht nog niet hier op het balkon. Wil je nog een kop thee?'

We laten mijn moeder rustig nazomeren op haar balkon, hopelijk komt na dit natte weekend de zon snel weer terug. Deze serie columns stopt hier, wordt misschien ooit vervolgd!

Meer over dit onderwerp:
columns GRONINGEN
Deel dit artikel:

Recent nieuws