Column: Kantinejuf

Giovanni loopt langzaam. Het is heet vandaag. In het centrum van Genua wijst hij met zijn ogen naar het kantoorgebouw waar we heen wandelen. '37 jaar heb ik daar gezeten. We waren net familie.'



Hij was technisch inspecteur bij de grootste wooncorporatie van de stad, mijn schoonvader. Hij zag hoe de palazzi langzaam overgingen op liften. Centrale verwarming. Aardlekschakelaars. Dubbele beglazing. '37 jaar. We zijn begonnen met 143 collega's. Toen ik tien jaar geleden met pensioen ging, waren er nog maar 57 over. Meer dan de helft is vertrokken. En nooit opgevolgd...' Hij zucht. Ik kijk hem aan. Ik vertel over de vele flexwerkers in Groningen. In de bouw, de zorg, het onderwijs. Dat ze zeggen dat de werkloosheid lager is dan een jaar geleden, maar dat door de vele zzp'ers zonder pensioenopbouw en vast inkomen niemand meer weet hoe het echt zit. 'Eigenlijk is bij jullie de werkloosheid net als hier meer dan tien procent', concludeert hij met zachte stem.

Inmiddels staan we voor de ingang van de 'Istituto Autonomo delle Case Popolare'. De receptioniste herkent mijn schoonvader en zwaait. Enthousiast wil Giovanni door het ijzeren draaihekje naar binnen. Maar het ding blokkeert. De receptioniste staat geschrokken op, roept iets en drukt blijkbaar op een knop, want door een zoem begrijpen we dat we naar binnen kunnen. 'Vroeger zat dit hier niet. Kon iedereen zo naar binnen lopen', merkt Giovanni treurig op. Binnen is het koel. We lopen door naar zijn vroegere kantoor. Daar is niets van over. Hippe felgekleurde plantenzuilen, een loungeplek en een fruitsapbar domineren de ruimte. Ondanks de hipheid zitten er allemaal vijftigers en zestigers. 'Had je geen jongere collega's de laatste jaren?', vraag ik hem verbaasd. Treurig schudt hij zijn hoofd. 'Een paar invallers. Zonder contract. Ze werden niet eens uitgenodigd voor ons kerstdiner. En nu zijn zelfs die allemaal weg.' Vrolijk herkent hij een paar ex-collega's, die hij hartelijk de hand schudt.

Een half uurtje later zitten we weer buiten, in de schaduw op een terras tegenover zijn vroegere kantoor. We hebben het over de groeiende groep mensen die niet meer echt in dienst is, en steeds vaker het gevoel krijgt nergens meer bij te horen. Geen kerstpakket. Geen pensioen. Geen jubileum. 'Bij RTV Noord, de omroep van Groningen, word je als freelancer nog wel overal bij betrokken. En je krijgt het kerstpakket', breng ik in. Giovanni geeft met een handgebaar aan dat dat niet hetzelfde is. 'Vroeger was je in vaste dienst, omdat een bedrijf een echte relatie met je wilde. Toen werd winst deels in het bedrijf gehouden om de mensen bij elkaar te houden. Toen diende geld de mens. Nu lijkt het wel andersom. Nu dient de mens het geld. Zelfs bij de overheid. Alles moet efficiënt. Alles volgt de markt. Alsof je er als mens alleen economisch toe doet.'

We staren voor ons uit. Ik noem de Europese familiebedrijven zoals Philips, Citroën en Olivetti, die mooie dingen wilden maken en hun personeel fatsoenlijk wilden behandelen. Die kwaliteit van producten en zelfs van leven net zo belangrijk vonden als het maken van winst. 'Ook die bedrijven worden nog te vaak verkocht aan aasgieren', mompelt mijn schoonpa, en hij bestelt met een zwaai richting de bar twee rode wijn. 'Hier in Italië gaat het nog altijd om het goede en het mooie. Om familie en vrienden. Maar we houden het steeds minder goed vol. Hier hadden ouders nog gewoon tijd voor hun kinderen. En konden ze hun huur of hypotheek betalen met veertig uur werken per week. Dat is langzaam verdwenen. Het is net of steeds meer mensen weer in de derde klasse komen te zitten. Mensen die hun best doen. Die hard werken. En het toch niet redden...'

Als de serveerster onze wijn neerzet, zie ik dat mijn schoonvader haar herkent. 'Aurelia? Jij hier?' Ze haalt haar schouders op, wijst met een hoofdknik naar het gebouw tegenover ons en mompelt iets over economische hervormingen en overbodig zijn. Met een wrange glimlach loopt ze weer naar binnen. 'Ze was de kantinejuffrouw. Ze kende iedereen. Ze was het sociale cement tussen de collega's. Blijkbaar hebben ze haar er vlak voor haar pensioen ook uitgebonjourd. Vervangen door een efficiënte cateraar met flexwerkers en een winstmarge. Terwijl dat soort mensen onbetaalbaar is.' Hij neemt een slok wijn. 'Mijn ouders hebben zich vanaf de derde klasse omhoog gevochten. Ik ben bang dat jullie generatie dat ook weer moet doen.' Ik hef mijn glas. 'Op Aurelia. En Antje en Carla. En Joke en Fiena.' Hij kijkt me vragend aan. 'Eersteklas kantinedames in Groningen.' Giovanni gaat staan, spreidt zijn armen en roept over het terras 'op Gioca en Fina!' Verbaasd beginnen sommigen te applaudisseren. In de Italiaanse zon. Voor onze Groningse heldinnen achter de balie, in de keuken, achter het stuur, in de kantine en met de stofdoek in de hand. Deze is voor jullie.

Marc Wiers
Marc is altied onderwegens tussen Genua (Italië), Straatsburg (Frankrijk) en Groningen. Wat hij onderweg tegenkomt vertelt hij hier elke maandag. Volg Marc op Twitter
Meer over dit onderwerp:
columns GENUA
Deel dit artikel:

Recent nieuws