Column: Het horloge van mijn biologische vader

Het is de derde dag van mijn vakantie. Ik geloof ook de derde dag dat het regent. En dat zal ook nog dagen zo doorgaan. Ik ben niet in Schotland of in het Noorse Bergen waar het bijna elke dag van het jaar regent. Nee, ik ben gewoon op Numero Dertien. Mijn vakantie bestaat uit opkalefateren.

Opkalefateren van het huis. Jaren heb ik er niks aan gedaan, heb ik rommeltjes 'verstommeld' op kelderplanken, in kastjes op zolder of gewoon mijn eigen schrijfkamer compleet mee opgevuld, zodat het er meer uitziet als een opbergschuur. Al bijna twintig jaar is er niet geschilderd, hangt de rotte drempel van de achterdeur van ellende in elkaar en kan er in de garage geen auto meer gestald.

'Doe haarst toch drij weke vakantie?' zegt buurman Knuterman als hij mij ziet sjouwen met een oud matras. 'Ik heb wat achterstalleg onderhold. En dat achterstalleg wil ik der geern veur weg hebben', zeg ik gevat. 'Den hest volgens mie aan drij weke nait genog', zegt buurman lachend en nog poepiebruin van zijn vier weken vakantie in Griekenland wandelt hij weg met Pipo de hond.

De moed zakt me in de schoenen. Waar ik ook kijk. Keukenkastje, achtertuin of slaapkamerraam. Overal moet iets aan gebeuren. En geen Lientje om me te helpen. Lientje is naar China. Met een vriendin een vriendin opzoeken die achter de Chinese muur woont. Ze is al vijf dagen weg. Niks gehoord. 'Gain bericht, goud bericht' is het motto van Lientje.

Ik besluit een plan de opkalefatercampagne te maken. 'n Hoes is net n pizza', zegt vriend Harm Lubbert altijd. 'Most bie de bodem begunnen'. En zo begin ik in de kelder en heb dan nog de hoop dat ik binnen drie weken op zolder ben. In mijn reis door het huis, kom ik van alles tegen.

Videobanden met de complete maffiatrilogie The Godfather, nog in plastic. Een gave kies van Biegel, het overleden hondje van Lientje. Een walkman inclusief koptelefoon en een muziekcassette van de 'Best of' van de Bee Gees van Antje uit een vorig leven. Een antieke bruine knuffelbeer van wie ik echt niet weet van wie die is. Een oud kussen vol met kattenharen van Tommie de rooie je-weet-wel-kater. Ik bijt even op mijn lippen als ik bedenk dat ie al weer twee jaar in de tuin ligt begraven.

Het opruimen maakt me weemoedig. Mijn 21 ritjes naar het afvalstation van rooie Akkerman zijn een welkome hedendaagse afleiding in de reis naar het verleden. Elke dag ga ik even naar pa en moe, verslag uitbrengen wat ik allemaal gedaan heb, waardoor ik het gevoel krijg toch nog iets gedaan te hebben, want in huis zie ik er weinig van terug.

Van Lientje krijg ik inmiddels de mooiste foto's toegestuurd. Op de Chinese Muur, in de oude Stad van Peking en tig keer op de foto met Chinezen want Lientje is door haar blonde langheid Chinees beroemd. Van jong tot oud Chinees wil met haar op de foto, waar haar vriendinnen dan weer foto's van maken.

Na twee weken krijg ik toch het gevoel dat ik ben opgeschoten dat er iets van orde in de chaos is, dat het huis weer op een huis begint te lijken. Ik zit aan de grote achtertafel en heb net de administratie bijgewerkt, in die zin dat ik negentig procent van alle papieren heb weg gemieterd en de rest keurig netjes in een map heb gestopt. In mijn hoofd ontstaat zelfs een opgeruimd gevoel.

Mijn blik valt op het laatje in de tafel. Zo'n laatje die zijn naam eer aan doet. Een laatje zoals een laatje eruit moet zien. Met een koperen ring waar je hem mee opentrekt. En dat doe ik.
Oude batterijtjes, kapotte paperclips, vergane markeerstiften, pasfotootjes van vroeger, lippenbalsem, een verlopen paspoort met gaten erin, drie biljetten van 1 dollar en een horloge.
Een horloge met een zilveren wijzerplaat en een bruin echtleren bandje. Dat weet ik want op de lichtbruine achterkant van het bandje staat Esprit Real Leather. Best wel een mooi horloge. Het is ook van mij. Gekregen van mijn vader. Niet van mijn vader, maar van mijn biologische vader. Mijn verwekker.

In mijn leven heb ik hem vier keer gezien. Een eerste bijzondere ontmoeting, in een busreis op zijn verjaardag naar Lauwersoog, op zijn sterfbed en tenslotte op zijn crematie. Ergens tussen de eerste en de laatste maal kreeg ik dat horloge.

Ik denk terug hoe veel ik uiterlijk op hem lijk, en hoe innerlijk weinig. Ik denk aan de laatste vrouw in de rij op de crematie die zei: 'Jij bent écht een zoon van je vader'. Het was het enige wat ze zei. Daarna liep ze weg.

Ik kijk of ik het horloge aan de praat kan krijgen. Ik kan de wijzers wel draaien maar de secondewijzer gaat niet lopen. Ik schud nog een paar keer. Maar er gebeurt niets. Ik vermoed dat er een nieuw batterijtje in moet.

Ik leg het horloge terug in een nu bijna leeg laatje. Langzaam schuif ik het dicht. Opgeruimd staat netjes.

Lientje is ook weer terug uit China. Ze stapte langs een van trots stralende man het huis binnen en keek eens goed om zich heen. De wenkbrauwen gingen een paar keer omhoog, ze knikte wat, ze streek met haar wijsvinger over de schoorsteenmantel, keek dan naar mij en zei:

'Haarst mie ook wel eem n moal n berichtje sturen kint in China…'

Erik Hulsegge

Ik wil Okkie Smitbedanken voor de prachtige verhalen die hij tijdens mijn afwezigheid op deze plek schreef.

Meer over dit onderwerp:
columns Winschoten
Deel dit artikel:

Recent nieuws