Column: Kwakdeuze

Ik ben bij de Buuv. Niet bij mijn buurvrouw, maar in Veendam. In het winkelcentrum. In de Kerkstraat om precies te zijn. En om nog preciezer te zijn: bij petit-eetcafé De Buuv. 'Ouderwets gezellig eten in een ontspannen sfeer' staat op een bordje op de deur.

Ik ben in De Buuv op uitnodiging van stichting Bogdike. Of ik wat verhaaltjes wilde vertellen op de Streektoaldag? Op verrassende plekjes in het centrum spelen Groninger artiesten. En niet de minste. Erwin de Vries, Bert Hadders, Gert Sennema. Sijtse Scheeringa en Krzysztof Groen, om er een paar te noemen. De regen komt met bakken uit de hemel. Het deert niet, het is toch onderdak.

Harry 'altied onderwegens' Niehof speelt voor me aan. Een mooi ploegje mensen luistert aandachtig naar de liedjes van de Milnsumer troubadour. Het laatste liedje gaat over crisis. 'Zulfs de gitaarsolo dut der aan mit', zegt Harry tussen de regels. Het kan kloppen want de gitaarsolo kan in het Guiness Book of Records als kortste ter wereld.

Harry bedankt het publiek en vertelt voor mij hele mooie woorden dat ik na hem aan de beurt ben. Met het verhalenbundeltje onder de arm, kwedel ik nog even met Harry, die ondertussen zijn gitaren in de koffers vlijt. 'Grunnen Leeft' maak ik een grappige zinspeling op een van zijn liedjes. Harry lacht niet. Ik ook niet, als ik me omdraai. Heel De Buuv is leeg.

Nou ja, bijna leeg. Vriend Janneman die met me mee is, zit er. Zijn zwager Jan zit er, maar dat is logisch want die zit in de organisatie en een hele aardige man en vrouw van de EHBO zitten er ook. Maar die gaan weg als ze merken dat er voor hen toch geen werk te doen is. 'Succes', zegt Harry en slingert zijn gitaren op de schouder. Daar sta ik, voor twee mensen.

Er komt een vrouw binnen. Niet te ruim in het vlees en een bril. Gelukkig, denk ik. Toch nog een echte toehoorder van mijn verhalen. 'Kin 'k hier ook eem pizzen?' vraagt ze met een benauwd gezicht. 'Ik mout zo neudeg hè'.

Ik zit in een verkeerde film. Een film van een verlopen schrijver die in zijn nadagen in kleine zaaltjes voorleest uit eigen werk. Geen mens die hem kent. Ik begin dan toch maar te vertellen, ik krijg er tenslotte ook iets voor betaald. Aan de andere kant van de muur begint er, aan het geluid te horen, een enorme boorhamer te kloppen en te gieren. Kennelijk wordt er verbouwd bij de buren van de Buuv. Ik ben niet meer te verstaan. Ik kan wel janken.

Buiten regent het pijpenstelen. Het lieve meisje achter de bar van De Buuv brengt me in de pauze een bakkie troost op een mooi plankje met een koekje. 'Komt aal goud heur', zegt ze troostend. Ik kijk wat om me heen. Een paar tafeltjes met stoelen, een grote bar aan de zijkant ergens achterin de wc's, de geur van frituur en een vleugje verschraald bier. Het komt me ergens bekend voor.'Kwakdeuze' zegt geboren Veendammer Janneman.

Ja man, De Buuv was vroeger de Kwakdeuze, een roemrucht café, bekend in de Veenkolonien en omstreken. Ik ben er zelf ooit ook iets te lang geweest. Ik moet meteen aan Tollie denken. Tollie zat bij mij op de Havo, op de WSG, de Winschoter Scholengemeenschap. Tollie kwam op een dag met buslijn 13 uit Veendam en dat was bijzonder want hij was de enige Veendammer op de hele school. En ik zat naast hem.

Tollie had een markante kop. Een grote haakneus en ogen die je een beetje spottend aankeken. Het blonde haar viel als een gordijntje over zijn wenkbrauwen. En hij had o-benen en daarmee kon ie voetballen als een grote. Hij dolde ooit in een toernooi de beste voetballer van de school door de bal tot drie keer toe en achter elkaar over hem een te wippen. De speler in kwestie liet zich meteen wisselen.

Tollie vertelde dat hij altijd op stap ging in de Parkstad. Eerst naar de Kwakdeuze en dan liet hij zich, een kilometer verderop met de taxi naar De Barrage rijden. En niet zomaar. Nee de taxi van Tollie reed achteruit door de Kerkstraat naar het Oosterdiep naar disco Barrage. 'Dat vin'k nou mooi', zei hij achteloos. Tollie was een aparte. Ik kon goed met hem en hij met mij.

Wij hadden een gezamenlijke hobby: tijdens de pauze stiekem roken in de wc van de school.
Tot die ene keer. Toen er een klein mannetje op een klein fietsje onder het wc-raam doorreed waar wij dikke rookwolken uitbliezen. Even later stond het mannetje in het naar rook stinkende toilet. Het was Tijdhof. De rector. De allerhoogste baas van de school. Hij wou ons van school afsturen. Hij begon heel giftig met mij. 'Jou!! Jou!! Wil ik hier nooit meer zien!!' Dankzij Tollie, die kon praten als Brugman, mocht ik en ook hij blijven. Zonder straf.

Ik ben hem nog steeds dankbaar. Op de laatste schooldag zag ik Tollie voor het laatst. Wij kenden geen LSD met galafeest met jongens in pakken goed van snit en mooie meisjes in nog mooiere galajurken. Nee, wij moesten het doen met een laatste biertje in café t Pleintje.
Na heel veel laatste biertjes zette ik Tollie af bij het busstation. Daar stapte hij in lijn 13.

Ik keek de bus weemoedig na. Op de zebra bij snackbar Menno en zijn lekkere kippen, zag ik de bus plotseling terug komen terugrijden. Niet zomaar terugrijden,nee in zijn achteruit. 'Toetoet'. De bus bleef bij Menno voor de deur staan. Net achter de chauffeur zat een man met een hele dikke grijns op zijn gezicht. Het was de allerlaatste keer dat ik hem zag.
Tollie uit Veendam.

Na de pauze komt er gelukkig toch nog heel wat volk in de Buuv. Ik vertel over Wim Swart, mijn held van de Langeleegte. Als ik even opkijk over de koppen voor me, zie ik achteraan een man, met dun grijs haar, een haakneus en ogen die me een beetje spottend aankijken.

Als ik klaar ben met lezen, zoek ik hem. Nergens ook maar een spoor. Ik wil graag geloven dat het hem was. Al is het alleen maar voor het verhaal.

Erik Hulsegge

Meer over dit onderwerp:
commentaren columns opinie Veendam
Deel dit artikel:

Recent nieuws