Column: Toch een medaille

Nog één nachtje slapen en dan mogen zo’n 23.000 sportgekkies weer in een massale kudde van Haren naar de Vismarkt denderen. ‘Recreanten’ noemt zich dat. Wat er precies gerecreëerd wordt, is onduidelijk, maar de beloning is zoet: bij de finish krijgt iedereen een medaille.

Dat was vrijdagavond nog even spannend, omdat de container met medailles in de Rotterdamse haven was gestrand in de sleepnetten van de douane, die tussen de medailles blijkbaar iets verdachts aantrof. Hoeveel deelnemers zouden die nacht hebben overwogen om dan maar af te zien van die 4 Mijl? Weinig vermoedelijk, want dan zouden de hardlopers, behalve spierpijn en afschrijving op hun bewegingsapparaat, ook de drie andere zaken mislopen die elke deelnemer krijgt. Dat zijn: tijdregistratie, je voornaam op je startnummer en verzorging onderweg en na de finish. Die verzorging heeft weliswaar allang haar snor gedrukt tegen de tijd dat je gewrichten beginnen te ontsteken en die voornaam op het startnummer stelt ook niet veel voor, maar de tijdregistratie is een bezit voor het leven.

Een medaille lijkt waardevol, maar is eigenlijk niet meer dan een tastbare herinnering die in de vergetelheid terechtkomt in het tinnen vaasje op de boekenkast. Net als de jodiumpillen die we volgende week uitgereikt krijgen als remedie tegen een eventuele kernramp, trouwens. Niemand wordt herinnerd omdat hij ergens een medaille heeft liggen. Maar een tijdregistratie! Voor eeuwig staat ergens op internet te lezen dat Dirk Pool uit Beerta in 2014 31 minuten en 16 seconden deed over het parcours. Ook wie verder een volmaakt reukeloos en anoniem bestaan leidt, duikt op Google nog op in de resultaten van de 4 Mijl, met tussentijden en al. Als er al geen leven is na de dood, dan toch in elk geval een uitslagenlijst van de ‘recreanten’.

Wat voor herinneringen houdt een ‘recreant’ eigenlijk over aan een 4 Mijl? Iets heel vitaals natuurlijk. Je voelt het leven door je aderen pompen terwijl je in je zorgvuldig getrainde tred de Hereweg afholt, toegejuicht door tienduizenden toeschouwers. Bonk, bonk, bonk, kadanst het bij elke stap in je hoofd, en ‘Wat een kutregen,’ ‘Hé daar staat mijn vader,’ ‘Zit ik nog op mijn streeftijd?’ ‘Nog drie mijl!?’ ‘Welke gek heeft dit bedacht’ en ‘Morgen meld ik me ziek.’ En pas in het zicht van de finish: ‘Ik ben een held! O wat voel ik me levend!’ Eigenlijk is deelname aan de 4 Mijl een vorm van voor de dood uit hollen. Je zou er natuurlijk ook rustig achteraan kunnen sjokken, maar dat is alleen weggelegd voor de meer beschouwende natuur.

Alle herinneringen aan deze barre tocht, de beelden, de schettermuziek. de stem van de speaker op de Vismarkt, het kwijl, de regen, het zweet en de natte winden (lepeltjes jus) die je tijdens het hollen niet meer kon ophouden, worden samengebald in die medaille die dus toch voor iedereen klaar ligt. Een stukje metaal, blijkbaar met containers tegelijk kwantumkorting besteld in een derdewereldland, (weten we dat ook weer) dat al deze ontberingen in zich opslaat en ze glans geeft. Een hele troost, want maandag rest, naast deze medaille, alleen nog de spierpijn.

Willem van Reijendam
Meer over dit onderwerp:
columns
Deel dit artikel:

Recent nieuws