Vroag&Antwoord: Even te druk - ik kan het niet wachten!

De vraag van een deelnemer aan Vroag&Antwoord (let op: we zitten in de eindfase van de mogelijkheid om aan Vragenronde 5 mee te doen, wie wil en kan, schrijf mee aan hetverhaalvanhetgronings.nl en help ons bij het onderzoek) is de volgende: “Hoe komen ze bij het gezegde: Ik kin't noit wachten?”
Zullen we eerst ‘es heel in het algemeen vaststellen wáár mensen een vraag over stellen als het over het Gronings gaat? Antwoord: ze informeren naar een verschil met het Nederlands. Bijvoorbeeld: Hoe komen we erbij om te zeggen dat iets
niks om (de) hakken
heeft? We vragen ons kennelijk minder vaak af, waarom het in het Nederlands
niets om het lijf
is. Onderscheid tussen Gronings en Nederlands zet ons aan het denken. Dat is de ene helft van het verhaal, de andere is: we vragen ons eerder af waarom het Gronings afwijkt van het Nederlands dan andersom. Nemen we
doubleren
als voorbeeld. Normaal Nederlands is iemand “is blijven zitten”, normaal Gronings was dat er één “zitten bleven is”. Het ene is goed in het Nederlands, het andere prima in het Gronings - hooguit zou je kunnen zeggen, dat het Nederlandse “is blijven zitten” onlogisch is (want waar in de vredesnaam vinden we het voltooide deelwoord dat je bij
is
verwacht?): als u een neerlandicus in de familie hebt, vraag hem m/v om opheldering!
De kwestie “ik kin t nait wachten” is een kwestie om maar één reden: in het Nederlands zeg je het niet zo. Als je dat wel doet, zit je fout en je loopt de kans om uitgelachen te worden, maar waarom? Dat is het gevolg van een toeval. Het toeval, dat het Nederlandse woord wachten eigenlijk alleen maar een passieve betekenis meer heeft. Eentje dus die lijdzaamheid uitdrukt en “ik kin t nait wachten” betekent nu juist dat iemand het zó druk heeft dat ‘ie geen tijd kan vinden om dit ook nog te doen. Dat is een stil, en tegelijk komisch verschil.
Maar zoek nu ‘es in Van Dale het woord wachten op. Daar staat heel duidelijk dat de betekenis vroeger geweest is ‘de wacht houden, waken’. En waken mag passief wacht lopen lijken, het is werkelijk een activiteit. Het luie betekeniselement ‘wachten, niets doen’ heeft in de loop van de tijd de overhand gekregen. Bordjes met de tekst “Wacht u voor de hond” wijzen op het actievere verleden van wachten, net als de niet meer zo gangbare aanduiding voor de keeper, de goalie - doelwachter. Het Engels heeft ons geholpen bij die luierende betekenis van wachten! Ik heb het even nagezocht. In het Dagblad van het Noorden is het woord doelwachter voor het laatst gebruikt op 13 februari van dit jaar. Driekwart jaar terug! Henk Mulder schreef toen een zaterdagse terugblik op de voorbije dagen en begon zo: “Vreemde capriolen. In een vacuüm graaiende doelwachters. We hebben er een paar gezien deze week.” Daar zien we aan, hoe abnormaal de Torwart bij ons is geworden: wat in het Duits gewoon is, is bij ons verhuisd naar het vergeetboek. Warten betekent achter Nieuweschans ook wel ‘wachten (en dus niets doen)’ maar óók is het een aanduiding voor werkelijk actief onderhoud plegen aan je auto, je tuin of echte aandacht hebben voor de medemens.
Stilletjes hebben wij in het Gronings die actieve betekenis van het aloude wachten gehandhaafd in die uitdrukking met kinnen (ik kin t nait wachten maar ook wel positief in de toezegging: O dat kin ik wel even wachten hör), terwijl die net zo stilletjes uit het Nederlands is verdwenen. En wij ons maar verbazen over het verschil op dat punt tussen die twee talen. Of denken dat het Grónings fout zit.....