Vroag&Antwoord: Schupbloaden

De wekelijkse ontmoeting met Marc Wiers was juist verleden tijd, ik ging richting lift in de Mediacentrale toen de presentator in eigen persoon achter mij aan kwam sprinten: Terugkomen, er is een luisteraarster die een vraag heeft! Als dat geen service is.
De vraag ging over
schutbloaden
en het had verband met nagels knippen door moeder vroeger, want dan zei ze dat woord wel eens. De vraag was, hoe het precies zat. Dat verband kon ik in de uitzending niet leggen en ik beloofde echt, er de volgende week op terug te komen. Diezelfde middag werd het misverstand rechtgezet dat het om
schutbloaden
ging, het bleek om
schupbloaden
te gaan. Dat is een begrijpelijk geval van miscommunicatie,
schut
- en
schupbloaden
liggen in de uitspraak vlak naast elkaar. Omdat
schutbloaden
gewoner is in het gebruik, ligt het meer voor de hand dat het minder frequent gebruikte
schupbloaden
als
schutbloaden
verstaan wordt dan andersom.
Dat nieuwe woord schupbloaden maakt het eenvoudiger om met een antwoord te komen. Van belang is daarbij om te beginnen, dat we aannemen dat moeder bijna verzuchtend zegt dat het kind nagels lijkt te hebben als schupbloaden, zó zijn ze gegroeid. Maar wat zijn dan schupbloaden?
Dat woord staat niet in de drie Groninger woordenboeken, gemaakt door P. Boeles, H. Molema en K. ter Laan. Maar het is wel vindbaar in het grote tijdschrift dat de wereld van het Gronings had in de tijd van de Eerste tot de Tweede Wereldoorlog, het Maandblad Groningen.
Daarin gebeurt het vaker dat er een vergelijking van schupbloaden niet met de nagels maar met de grootte van een hand getrokken wordt. De handen zijn dan zo groot als het blad van een 'schep', want dat is een schup of schuppe in Oost-Groningen. (Neem als vergelijkbaar voorbeeld een jonge vrouw die voorgesteld wordt met "aarms as poaskestoeten en handen as korenschoppen".)
De vergelijking tussen handen en schupbloaden en schuppebloaden staat diverse malen in het oude Maandblad Groningen, maar ik vind een vergelijking met nagels eenvoudigweg mooier. Maar daar heb ik dus geen gevallen van kunnen vinden. Als bewijs van de andere toepassing een stukje tekst van Jelte Dijkstra uit 1925, waarin het gaat om een ruzie tussen twee vrouwen. Het gevolg is dat de ene littekens oploopt als er door de ander met een huishoudelijk voorwerp gegooid wordt: "Smeertoet, hest dien dele al schier? ruip dan 't aine wief, en keek, mit handen as schupbloaden tegen 't gezichte aan, deur 't venster van Dieuwertje, dei ain keer meer as vergreld de taange d'r deur smeten haar. 't Wief druig nog de dêllen."
De eerder aangehaalde korenschoppen kunnen dus ook gebruikt worden om de grootte van handen mee aan te geven. Tegenwoordig hoor je dat niet meer (voorzover ik kan waarnemen), kolenschoppen lijkt me daarentegen wél gebruikelijk. Je vraagt je dan af, of we in het midden van de 20ste eeuw een verschuiving meegemaakt hebben van korenschoppen naar kolenschoppen en daarmee onder andere een vertrek uit de landbouwmaatschappij demonstreerden. Het gas uit Slochteren vormt een toekomstige bedreiging voor de kolenschoppen.
Vroag&Antwoord bereikte iets meer dan 800 deelnemers aan de vijfde vragenlijst die vorige week donderdag werd afgesloten. Dat is een flinke sprong voorwaarts, want in de vorige editie kregen we juist geen 700 inzendingen. Daar is maar één nadeel aan: het zal lastig worden om in de laatste lijst van 2013 dat aantal te bereiken. Wie mee wil doen, aarzel niet. Dat geldt ook voor het attenderen van andere Groningers op dit onderzoek. Hoe meer sprekers mee schrijven aan hetverhaalvanhetgronings.nl, des te waardevoller en rijker wordt dat.