Vroag en antwoord: Het menselijk lichaam

© RTV Noord
Nieuwe maand, nieuw thema: deze maand zullen onderwerpen aan bod komen die met het menselijk lichaam te maken hebben. Verschillende delen van het lichaam worden besproken en deze week zijn dat de voet en de teen.
Dat de maand mei is begonnen betekent ook een nieuwe, verse vragenlijst van Vroag&Antwoord, de 14e alweer! De nieuwe ronde staat net online en daaraan kan iedereen die Gronings praat de komende twee maanden meedoen op www.hetverhaalvanhetgronings.nl.
Terug naar de voet. Die kwestie is eigenlijk het meest overzichtelijk van de twee. We hebben het woord twee keer behandeld in de enquête en daaruit kwam een duidelijk beeld naar voren. In het Westerkwartier wordt vooral voet gezegd, gelijk aan het Nederlands. Vout wordt gebruikt op het Hogeland en in een deel van het oosten van de provincie. In plaatsen die bovenin deze regio liggen wordt vooral vout gezegd, dus in Appingedam, Delfzijl, de Woldstreek, ongeveer tot Wagenborgen. Ten zuiden daarvan zul je meer en meer voude horen, dus ook in de Veenkoloniën en in Westerwolde.
‘Teen’ lijkt in Vroag&Antwoord meer verscheidenheid op te leveren. Ter Laan heeft de meest voorkomende varianten ook opgenomen in zijn woordenboek en bij teune heeft hij genoteerd dat die variant vooral in het zuiden van de provincie voorkomt: Westerwolde. Dat komt ook uit de enquête naar voren, maar ook rónd Westerwolde wordt teune opgeschreven, bijvoorbeeld in Musselkanaal, Stadskanaal, Ter Apel, helemaal tot Bellingwolde aan toe.
Het Westerkwartier noteert vooral toon, hoewel teen daar toch ook een keer of wat voorbijkomt. Het lijkt erop dat die Nederlandse variant vooral gegeven wordt door de jongere Westerkwartierders. Toon is ook gebruikelijk op het Hogeland en in het een deel van het Oldambt. Net als bij de kwestie vout/voude geldt ook hier dat tone genoemd wordt in het deel van Groningen dat onder Wagenborgen ligt, dus in een deel van het Oldambt en in de Veenkoloniën en Westerwolde.
Er worden nog enkele varianten genoemd, maar die zijn wat ongebruikelijk of onduidelijk. Zoals bijvoorbeeld tain: die wordt vooral naar voren gebracht door deelnemers van na 1960, de jongere generaties dus. De hierboven genoemde benamingen zijn de meest gangbare.
Volgende week: de buik en de arm.