Dagwoord: ROVVEL

© RTV Noord
Siemon Reker neemt in maart volgend jaar afscheid als hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de RUG. Vanaf 2 maart pakt hij dagelijks een publicatie uit zijn Groninger boekenkast en legt de vinger telkens bij één wisselend woord daaruit. Dat resulteert in de werkdagelijkse column Dagwoord.
Naar de omschrijving van Van Dale is een
roffel
'op een trom voortgebrachte reeks van snel op elkaar volgende slagen, met beide stokken afwisselend gegeven'. Een vergelijkbaar geluid kan natuurlijk ook met de vingers op een tafel veroorzaakt worden. De betekenis die daaruit voort gekomen zal zijn is de volgende in het Nederlandse woordenboek: '‘kastijding van een soldaat’) hetzelfde als
roffel
(sein op de trom, gebruikt voor het spitsroeden lopen onder tromgeroffel voor een soldaat die gestraft werd)'.
Die betekenis kent het Gronings ook, het duidelijkst in het begrip kontrovvel. Dat zou directer begrepen worden voor degene die er niet bekend mee is, als het geschreven was als kont-rovvel. Maar ook de roffel op de trom is uiteraard gangbaar in het Gronings.
Er is een derde betekenis die Van Dale niet heeft, maar die ook logisch samenhangt met wat de trommelaar doet en die we in het woordenboek van Ter Laan vinden als '3. zwaar werk, zware ziekte. Hai het n dikke rovvel had = is ernstig ziek geweest". Dat zouden we de figuurlijke versie van een pak slaag kunnen noemen.
Maar ook de vierde omschrijving van Ter Laan staat niet in het Groot Woortdenboek van de Nederlandse Taal: "4. een tijdlang, een stevige zet." Was Ter Laan hier zó enthousiast over de betekenis dat hij zet in deze context in het Nederlands gebruikte? Ook deze betekenis is zó afleidbaar uit wat de trommelslager doet, want een rovvel is een reeks van tikken. Het duurt automatisch een poos: denk aan wat er in een circus te horen kan zijn als iemand iets spannends gaat doen.
Misschien is het woord in deze betekenis ook Jan Iden (Froombos, 1930) wel dierbaar, als hij in Voarenslu op blz. 41 schrijft over enkele personeelsleden op een boot: "d'Olle en de d'koksmoat zellen pebaaiern of ze n rovvel sloapen kinnen." 1) Het regelmatige gebrom en het trillen van de Bronsmotor van het schip zal niet langer daarna de dreigende roffel zijn als stille aankondiger van een onheilsboodschap. Rovvel in deze betekenis is een opvallend tikje in een (dan nog) verder rustig voortgaand verhaal waarin de verteller ons allerlei feiten achter elkaar opdient.
1) Zó staat het er. Waarschijnlijk is op een laat moment en wellicht automatisch iets aan de lidwoorden veranderd.
Jan Iden, Voarenslu. Scheemda 1999.