Dagwoord: REKEN

© RTV Noord
Siemon Reker neemt in maart volgend jaar afscheid als hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de RUG. Vanaf 2 maart pakt hij dagelijks een publicatie uit zijn Groninger boekenkast en legt de vinger telkens bij één wisselend woord daaruit. Dat resulteert in de werkdagelijkse column Dagwoord.
Ter Laan heeft een
Proeve van een Groninger spraakkunst
gemaakt, het was nevenproduct van de bewerking van zijn
Nieuw Groninger woordenboek
rond 1950. Wat hij tegenkwam aan algemenere grammaticale informatie zette hij bijeen in dat boekje dat in 1953 bij Van der Veen in Winschoten verscheen. Helaas is daar geen inhoudsopgave of register bij gemaakt en zo is maar lastig na te gaan, waar hij bijvoorbeeld precies iets zegt over de abstracte zelfstandig naamwoorden op -
ing
. Zo zien ze er in het Nederlands uit (
vergadering, verdieping
) maar wat is Gronings?
Als het goed geobserveerd is, zegt Ter Laan alleen iets op een impliciete manier op dit punt - samengevat: -ing komt in het Gronings niet voor, wij hebben voor dat Nederlandse achtervoegsel -ing het suffix -en. Zie bijvoorbeeld op blz. 27 waar de Proeve vaststelt dat het Gronings een s-meervoud heeft bij "alle woorden, die in 't Hollands op ing uitgaan". Dat is stellig geformuleerd, de voorbeelden zijn vergoaderns, rekens, verdaipens, bukkens.
Nu is het Westerkwartier door Ter Laan grotendeels over het hoofd gezien en daar onttrekt de taal zich in dit opzicht zonder twijfel aan deze regelmaat. Maar hoe zit het elders, en vooral: hoe was het voordat Ter Laan zijn eerste druk van het woordenboek in de jaren '20 op de markt bracht? Dat is na te gaan bij de bundeling van vijf verhalen van Jakob Rietema, de veelgeprezen auteur uit Leens. Kort na zijn dood in 1970 verscheen weliswaar deze bundeling, maar de verhalen zelf kwamen al een halve eeuw eerder uit. Het verhaal "Bokketentoonstelling" is bijvoorbeeld in 1912 in druk uitgekomen. 1)
De titel alleen al is in strijd met Ter Laans regelmaat en dat is geen foutje, het hele woord en het losse tentoonstelling komen er vele malen in voor. Maar ook verder zien we kostwinning, schêlling, loading. Voor Rietema kwamen er dus heel gewoon van dergelijke woorden voor op -ing. Wel hadden die blijkbaar een meervoud op -s getuige het woord ofdailings (blz. 48). Eenmaal zien we "veur aigen reken'" (blz. 64): Rietema gebruikte de gereduceerde vorm dus ook wel eens, maar het is in 1912 een minderheid. De geassimileerde variant bewijst de binnenstadse Ebbenstroat (o.a. p. 77).
Rietema's praktijk was op dit punt heel wat losser dan de veel te strikte leer van Ter Laan die veel later allerlei taalbewuste navolgers kreeg.
1) Een bok was vroeger (en is misschien nog) in Leens een geit.
J. Rietema, Vief verhoalen. (Gebundeld door J.A. Fijn van Draat) Winschoten, 1970