Dagwoord: KEERL

© RTV Noord
Siemon Reker neemt in maart volgend jaar afscheid als hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de RUG. Vanaf 2 maart pakt hij dagelijks een publicatie uit zijn Groninger boekenkast en legt de vinger telkens bij één wisselend woord daaruit. Dat resulteert in de werkdagelijkse column Dagwoord.
In alle onopvallendheid staat het dunne boekje in de kast, dubbel onopvallend omdat het ook nog eens ondergaat in het vele werk van de schrijver zelf, Benjamin Broekema uit Warffum. Afgevoerd in WOII en vermoord in Auschwitz is hij na een uiterst productieve en succesvolle periode in de jaren '30 in Groningen. Vooral zijn toneelwerk werd graag door het publiek bijgewoond.
Bij zijn plaatsgenoot Haan's Boekhandel verscheen het kluchtje Dörstok'n koart. Alleen al de titel maakt duidelijk dat dit een vroeg product van zijn pen moet zijn geweest. In het stuk komt de joodse veekoopman Haiman voor, die in zijn rol het accent moet spreken dat voor deze groep kenmerkend is.
Broekema's taal is altijd soepele spreektaal, vol met humor die al dan niet gedateerd is. Komisch is bijvoorbeeld de vraag of de vrijlustige dochter al op haar 19de "al op kop ien jonges" moet zitten. Als running gag heeft Broekema vaak stopwoordjes in z'n stukken geschreven. In deze klucht is boer Bos bijvoorbeeld behept met de uitdrukking kiek zai je 'kijk, ziet u'.
De dochter heeft belangstelling voor Joacob van Doalen, lapkekeerl 'manufacturier'. Het woord kerel is als tweede lid van een samenstelling meestal niet anders dan een beroepsnaam en heeft niet de negatieve sfeer die het (later) via het Nederlands heeft gekregen.
Voorin het boekje met 15 genummerde pagina's zit een ex-libris geplakt van iemand die zich in de Groninger wereld tegen 1940 begon te roeren, daarna landelijk actief werd in de NSB en in betreffende organen publiceerde. Van hem is na 1945 in de Groninger wereld niets meer vernomen ook al heeft hij de oorlog overleefd.
Behab (= B.H. Broekema), Dörstok'n koart. Klucht ien ain bedrief ien 't Grönnengs dialect veur vair heeren en drei doames. Warffum, z.j.