Dagwoord: DOESTER

© RTV Noord
Siemon Reker neemt in maart volgend jaar afscheid als hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de RUG. Vanaf 2 maart pakt hij dagelijks een publicatie uit zijn Groninger boekenkast en legt de vinger telkens bij één wisselend woord daaruit. Dat resulteert in de werkdagelijkse column Dagwoord.
De directie Cultuur van de Gemeente Groningen gaf in 1990 de opdracht aan Reinold Kuipers om een bloemlezing te maken uit dichtwerk,
Inkt van dizze stad. Groningen in gedichten.
De titel is ontleend aan een van de weinige Groningse teksten, eentje van Henry Hes. Ede Staal is vertegenwoordigd met 't Twijde perron, de andere auteurs schrijven alleen in het Nederlands.
Maar het is herkenbaar en dichtbij, zelfs als het wat vagere beelden zijn, zoals bijvoorbeeld Hans Redeker die oproept: hij beschrijft de ogen van de mensen hier ("grijsblauw en klaar"), die in het openbaar vervoer stil zijn en op zichzelf gericht ("'t hek op de dam").
Dichterbij nog is Henry Hes' Botterdaip (blz. 61), althans de titel van de 3+2 regels. De laatste twee ("alle inkt van dizze stad / schrifst dou elke nacht") gaan vooraf aan drie die op een andere manier dan dou 'jij' in de slotregel typerend zijn voor de taal van de stad. De regels zijn: "daip in stain verzoop'm / touw van doestere wind / zoegt an dien voutstap".
Het stedelijke Gronings is een mix van elementen die alleen hier aangetroffen worden binnen de provincie en die ouder kunnen zijn, maar ook eerder progressief genoemd moeten worden. De persoonsvorm zoegt 'zuigt' zou door een wat strengere schoolmeester verbeterd zijn in zógt, al is die relatie minder eenduidig ten opzichte van het Nederlands. Echt gebruikelijk is immers Ned. ui vs. Gron. oe, zo zien we aan de doestere wind. Ook dat is een regelmatig maken van het dialect aan de standaardtaal, gangbaar Gronings is duuster. Ook in de mond van dizze stad wás dat wellicht de normale vorm.
Reinold Kuipers, Inkt van dizze stad. Groningen in gedichten. Groningen, 1990