Dagwoord: NÒ

© RTV Noord
Siemon Reker neemt in maart volgend jaar afscheid als hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de RUG. Vanaf 2 maart pakt hij dagelijks een publicatie uit zijn Groninger boekenkast en legt de vinger telkens bij één wisselend woord daaruit. Dat resulteert in de werkdagelijkse column Dagwoord.
Dij blieven wil, mout schrieven!
noemde de Grunneger Schrieversverainen het jubileumboek ter gelegenheid van hun tienjarige bestaan. (De Schrieversverainen was opgericht op initiatief van de streektaalfunctionaris.) De oorspronkelijke betekenis van die uitdrukking is, dat een zakenman zijn bedrijf in stand moet houden door rekeningen te schrijven. Ik heb f 17,50 betaald voor de aanschaf van het boek, vol bijdragen van alles wat naam en geen naam had in de destijdse wereld van de Groninger schrijverij. Het zijn er ettelijke tientallen, misschien wel 60 stuks. Veel gedichten, ook een groot aantal verhalen die eerder vertellingen zijn: de schrijver spreekt de lezer geregeld toe.
Daar wordt nog meer dan elders gestreefd naar gesproken taal en daarin komen tussenwerpsels voor. Die verlevendigen de inhoud. Neem deze voorbeelden:
(Jan Nomden) , as plitie niks dee, den mozzen ze zulf mor ingriepen. (blz. 52)
(Gerhard Tuinema) Overaal in dij omtrek was noh voldounde viswoater, mor ik ging nog wieder.
(Jantje van der Waal-Uden) Non heur man oet tied kommen is, het zai zörg veur t hondje.
Tussenwerpsels zijn bijwoorden, dat zien we het duidelijkst aan Jantje van der Waals tekst. Nu haar man is overleden: non is voegwoord en tussenwerpsel ook, want ook op die manier wordt non in het Gronings gebruikt. Bekendste schrijver van deze variant was misschien Hans Elema, die ook in de omgeving van Delfzijl opgroeide, net als Jantje van der Waal.
Gerhard Tuinema gebruikt feitelijk hetzelfde woord, maar schrijft noh, met een h om de kortheid van de klinker te accentueren, net als in oh, bah en dergelijke.
Jan Nomden, de derde Oldambtster in de rij, beoogt kennelijk dezelfde klank maar noteert deze anders in .
Alle drie Schrievers uit een bepaalde regio in Groningen willen helemaal of vrijwel hetzelfde noteren - het Nederlands kiest simpeler voor nou.
Dij blieven wil, mout schrieven! Uutgoave vanwege t tienjoarig bestoan van de Grunneger Schrieversverainen. Stadskanaal, 1998. Luuk Houwing, Fré Schreiber e.a. (red.)