Dagwoord: GROOT-LOUG

© RTV Noord
Siemon Reker neemt in maart volgend jaar afscheid als hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de RUG. Vanaf 2 maart pakt hij dagelijks een publicatie uit zijn Groninger boekenkast en legt de vinger telkens bij één wisselend woord daaruit. Dat resulteert in de werkdagelijkse column Dagwoord.
Kornelis Mulder (1916-1978) was een bijzondere Groninger: Stadjer maar zeer op de Ommelanden gericht; Stadjer en zeer actief in het Groninger leven in het midden van de 20ste eeuw in een tijd dat het de sprekers elders uit de provincie waren die de dienst uitmaakten. Met zijn collega's van het groepje
Grunneger Minstreel
trok hij rond om liedjes en voordrachten ten gehore te brengen - teksten die hij in 1954 verzamelde in een bundeltje dat bij Drukkerij Krol
Oethoezen
verscheen.
Enkele tekeningetjes van Mulder laten hem zien als liefhebber van het platteland, het gebied waar hij ook van rept in zijn lyrische tekstjes. Maar de stad vergeet hij niet, getuige z'n attentie voor de klokken van d'Olle Grieze, het lied over de trolleybus, de hoge bult in het Noorderplantsoen. Mulder is origineel in z'n onderwerpskeuze.
De dinsdagse Veemarkt beschrijft hij, de oude traditie waar mensen uit de provincie van vader op zoon naar toe gaan, "vast ainmoal in week noar Groot Loug tou, / op Dingsdag noar Veimaark in Stad!!" (blz. 15) Het zal een latere tekst zijn uit Mulders repertoire: hij gaf meer en meer aandacht aan de taal van Groningen en hij paste zich waarschijnlijk toenemend aan aan wat er buiten de stad Groningen gezegd werd, vooral in het Oosten en het Noorden. In Romantiek van 't olle stroatje schrijft hij (nog) roupt 'roept', in het liedje over Stroatlewaai is het enkele malen röpt, mogelijk gevonden in Ter Laans woordenboek waar deze vorm binnen het geheel van het Gronings een wat bijzonder geval is (net als löpt 'loopt').
Groot-Loug is de niet-frequent gebruikte aanduiding voor de provinciale hoofdstad, vergelijkbaar met de aanduiding Mokum voor Amsterdam. Eigenlijk hoorde daar ook de jiddische aanduiding voor 'groot' bij, de Grote Plek.
Korn. Mulder, Grunneger minstreel. 35 veurdrachten, verskes en gedichten. Uithuizen, 1954.