Dagwoord: BODDE

© RTV Noord
Siemon Reker neemt in maart volgend jaar afscheid als hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de RUG. Vanaf 2 maart pakt hij dagelijks een publicatie uit zijn Groninger boekenkast en legt de vinger telkens bij één wisselend woord daaruit. Dat resulteert in de werkdagelijkse column Dagwoord.
In een periode dat er weinig geschreven en nog minder gepubliceerd werd in het Gronings, was daar Egge Wieringa met
Nadde spoanen
. Bij de Friese uitgever Lykele Jansma, net over de grens in Buitenpost, verschenen deze "Streekverhoalen ien 't zuideluk Westerkwartiers". Een jaartal ontbreekt, nemen we aan dat het 1978 is. Ook in het Westerkwartiers werd er toen nauwelijks geschreven en het is dus dubbel bijzonder wat Wieringa deed daar in Boerakker en omgeving. Hij worstelde zichtbaar met de schrijfwijze en misschien wel helemaal met de taal - pionier op zijn terrein met zijn dorpse en komische verhalen.
Een Nederlandstalige introductie verklaart de titel: spanen van de timmerfabriek dienden voor de stook van de oven in de bakkerij die ernaast gevestigd was. Niet alles kwam van de fabriek in de oven, buiten bleef ook wat liggen. Dat waren de nadde spoanen van de titel - ze moeten met hun vocht voor extra rookontwikkeling gezorgd hebben en wie weet voor wat voor smakelijke extra's dat gaf aan wat er gebakken werd.
Bijwoorden spelen in de taal een belangrijke rol om kleur en sfeer aan te geven. Ze veranderen met de tijd of verdwijnen. Het is vast een minderheid die nu nog bot gebruikt om 'erg, zeer' uit te drukken. Hail (en hol, hiel, heul e.d.) zijn veel gewonere vormen. t Voldee mie hail best 'het beviel me uitstekend' klinkt nogal wat gewoner dan bot best.
Als we hail e.d. van een extra e-tje voorzien, klinkt het nog authentieker: haile best is veel Groningser voor de oren dan hail best. Tellen we nu het een en het ander bij elkaar op om bij blz. 18 van Nadde spoanen te komen: "'t duurde niet bodde laang of jonges van 't febriek kregen ien de goaten...." Het duurde niet erg lang. Niet bot laang maar dat nog kleurrijker gemaakt tot niet bodde laang 'maar eventjes'. Een verdwenen bijwoord geïntensiveerd met een klein klinkertje en dat klinkt als een bijna vergane natte spaan op het erf van bakker Wieringa, nog net opgepikt voor hij helemaal verdwenen was.
Egge Wieringa bundelde later ook gedichten, twee zoons bewegen zich in de wereld van de Groninger streektaalmuziek als Dobbeljoe.
Egge Wieringa, Nadde spoanen. Streekverhoalen ien 't zuideluk Westerkwartiers. Buitenpost, z.j. (1978)