Dagwoord: HOEZENDAK

© RTV Noord
Siemon Reker neemt in maart volgend jaar afscheid als hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de RUG. Vanaf 2 maart pakt hij dagelijks een publicatie uit zijn Groninger boekenkast en legt de vinger telkens bij één wisselend woord daaruit. Dat resulteert in de werkdagelijkse column Dagwoord.
Is het verschijnsel van kerstverhalen iets wat in Groningen typerend is voor het Oosten van de provincie? Wie door de bundel
Grunneger Kerstverhoalen
bladert, krijgt die indruk. Veenkoloniaals, Veenkoloniaals, Veenkoloniaals is het ene na het andere verhaal. Goed, een oudere liedtekst van Neuteboom geeft nog een Westerwolds tintje aan het boekje (1985) en er zit een stukje stad-Gronings en waarschijnlijk ook een Oldambtster verhaal bij. Bij zo'n verdeling doet het gemis aan enige in- of uitleiding zich net zo voelen als het feit dat onduidelijk is wie de redactie gevoerd heeft, hoe de verhalen geselecteerd zijn en zelfs over de auteurs lezen we niets. Waarschijnlijk heeft niet iedere lezer van
Grunneger Kerstverhoalen
oude jaargangen van
Toal en Taiken
bij de hand om naar antwoorden op deze vragen te zoeken. Omdat het is uitgegeven door drie stichtingen die alle onder voorzitterschap stonden van Jan J. Boer, is iets omtrent de boekhistorie duidelijker.
In de vertelling Kerstfeest mit insproak van M.T. Bakker-Boekel (blz. 30-36) komt een woord voor dat Ter Laan tot vreugde zou kunnen hebben gebracht: "Doags veur kerst himmelde Aalbert t om hoezendak aan (...)", staat er op p. 32: hoezendak! Dat type woorden had/hadden in het bijzonder Ter Laans aandacht, het is een van de zeldzame onderwerpen van het Gronings waarover hij apart publiceerde. In zijn Proeve van een Groninger spraakkunst (Winschoten, 1953) schrijft hij over de achtergrond van die voorliefde: "Groot is de rijkdom in 't Groninger dialect aan woordkoppelingen, die in 't Hollands niet voorkomen en die bij mijn weten ook in menig ander dialekt ontbreken." (blz. 126) Wat is het dat anderen niet hebben? Aartenbonen 'erwten en bonen', dittendatten 'ditjes en datjes' en een reeks andere woorden gaan links en rechts uit op -en en worden door het voegwoord en verbonden. Maar dat laatste woordje legt het loodje tegen de identiek ogende eerste uitgang: aarten-en-bonen > aarten-bonen.
Bij Ter Laans verzameling ontbreekt hoezendak. Zou dat ongezien zijn gebleven of..... oogt dit alleen maar een woordkoppeling en ís het dat niet? Aan de rechterkant mist het -en want er is maar sprake van één dak. Belangrijker is, dat het begin weliswaar als hoezen- oogt maar eigenlijk moeten we het woord lezen als hoes-en-dak.
Die horen er ook bij want er is een tweede groep: "Ook bestaan er een aantal koppelingen van twee woorden in 't enkelvoud, altijd weer met de klem op het tweede lid, dus geheel tot één nieuw woord geworden." (blz. 130) Beppenbes 'grootouders' en boksemwams 'broek en jas' zijn hier de eerste voorbeelden, gevolgd door etendrinken. Om dat laatste draaide het goeddeels in het verhaal van mevrouw Bakker, het staat per ongeluk in deze tweede collectie opgenomen. Of het écht bij Ter Laans eerste groep hoort net als boksemwams, dat is weer een ander verhaal.
N.N. (red.), Grunneger Kerstverhoalen. Wildervank, 1985