Dagwoord: KOPPEL

© RTV Noord
Siemon Reker neemt in maart volgend jaar afscheid als hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de RUG. Vanaf 2 maart pakt hij dagelijks een publicatie uit zijn Groninger boekenkast en legt de vinger telkens bij één wisselend woord daaruit. Dat resulteert in de werkdagelijkse column Dagwoord.
Toen Groningen in 1984 een streektaalfunctionaris kreeg, kregen alle basisscholen nog in datzelfde jaar een leespakket toegestuurd - een pak papier met teksten die in het onderwijs bruikbaar waren, áls degene die voor de klas stond daar voor voelde. Nieuwe pakketten werden de jaren daarna op dezelfde manier verstrekt. Dat was dus geen verrassing meer, maar dat moet het wel geweest zijn, toen het college van GS van de Provincie Groningen het nieuwe zakwoordenboek kreeg en besloot om dit ook aan alle lagere scholen toe te laten sturen. Dat was eind 1988.
Blijkbaar was er een trend gezet: wanneer 't Grunneger Bouk en Het Grunneger Genootschop in 1990 elk (bijna) een jubileum vieren, besluit de laatste organisatie de nieuwe bloemlezing Liesterkralen aan alle scholen als present te geven. Dat kon minder schrijft Jan J. Boer in zijn inleiding. Hij is de samensteller van het boekje met 100 gedichten, afkomstig uit alle delen van Groningen en over een ruime tijd. De gekozen gedichten staan geordend op het geboortejaar van de dichter, van Geert Teis (1864) tot aan het broekie Henk Puister uit 1953. Hulp heeft Boer gehad van Hanny Diemer (Krödde) en Jur Engels (Toal en Taiken). Het is een breed palet aan auteurs, van wie bijna steeds twee titels opgenomen zijn, alleen de toppers krijgen enkele meer: bijvoorbeeld Saul van Messel, Hans Elema, Peter Visser.
Uit de hoek van Toal en Taiken kan ervoor gezorgd zijn dat één gedicht ongepubliceerd toch in Liesterkralen belandde, want de schrijver Jan Brouwer zat daar net als Jur Engels in de redactie. In Heur leste raaize vergelijkt Brouwer het laden van een veewagen met schapen met wat er in de Tweede Wereldoorlog gebeurde en hij eindigt met de plaatsnamen Westerbork, Treblinka en (in bredere kring waarschijnlijk verrassender) Gieten. De schapen zien we in de tweede regel. Het gaat over een vringe in zien hingen, "woarachter n koppel schoapen stoan te dringen".
Koppel is net als aantal en GS een woord waar discussie over gevoerd wordt: meervoud of enkelvoud? Komen of komt een aantal mensen te laat? Besloot of besloten GS? Koppel (net als aantal) was eerst een tweetal, een duo. Maar als Jan J. Boer van de meeste door hem geselecteerde auteurs een koppeltje gedichten kiest, is het een onbestemder getal geworden. Van de ene woordsoort is koppel dan verhuisd naar een andere, van zelfstandig naamwoord is het een telwoord geworden. En die spelen geen rol bij de selectie van de werkwoordsvorm in zinnen als "woarachter n koppel schoapen stoan te dringen".
Jan J. Boer (red.), Liesterkralen. Honderd Grunneger gedichten. Groningen, 1990.