Vrienden eren schilder Matthijs Röling in de winter van zijn leven

© Reyer Boxem
Hij noteerde eens in een gastenboek: 'In de herfst van het leven zijn onze vrienden het dierbaarst'. Nu eren de schildersvrienden van Matthijs Röling hem met een expositie bij zijn tachtigste verjaardag. Een gesprek met de eminence grise van het Noordelijk Realisme over vriendschap, liefde en collegiale betrekkingen. En over ruzies om niks met grote gevolgen.
Door Ellis Ellenbroek
Matthijs Röling geeft een boks ter begroeting. De vingers van de oude bebaarde schilder zijn vergroeid en maken hem onthand. Lopen gaat eigenlijk ook niet meer. Zijn dagen brengt hij door in zijn vaste hoekje in de keuken van de boerderij in Ezinge waar hij woont met echtgenote Patricia (62). Een pluizige plaid onder zich, de net zo pluizige teckel Ruby van dertien nooit ver weg. 'Ik ben blij dat ik zo’n lieve vrouw heb en zo’n lieve hond.'

Dwarse ogen

Roken doet Matthijs Röling met een sigarettenhouder. Iets vaker dan ze zouden willen steken hij en Patricia - Patje voor de meesten - er eentje op. Komt door de stress. Vanwege zijn tachtigste verjaardag, op 31 maart, is er een bijzondere tentoonstelling in de maak. Meer dan zestig kameraden uit het vak brengen werk bijeen in Museum Nienoord in Leek. De jarige werd verzocht zelf exposanten voor te dragen. Een enerverende taak, vergelijkbaar met het uitnodigingsbeleid van een trouwerij of zo. Wie wel? Wie niet? En waar ligt de grens? 'Ik heb geen zin mijn leven te beëindigen met dwarse ogen in de kop van een ander. Maar ik ben vast mensen vergeten.'
Er gaan zoveel gedachten door je kop
Matthijs Röling - schilder
Hij riep het ergens over zichzelf af, toen hij in 2011 in het gastenboek van Museum De Buitenplaats in Eelde noteerde dat in de herfst van het leven onze vrienden het dierbaarst zijn. Toenmalig Buitenplaatsdirecteur Geert Pruiksma, nu aan het roer in Nienoord, onthield het en initieerde de vriendenexpo. Zelf kan Röling zich de woorden niet herinneren, laat staan wat hij ermee bedoelde. 'Er gaan zoveel gedachtes door je kop. Je moet iets schrijven in zo’n boek en dan bedenk je iets aardigs. Ik heb er echt niet op zitten broeden, zo van: dit is een boodschap voor de wereld.'
Met een mengeling van ernst en spot: 'Ik had het beter niet kunnen schrijven. Nu wordt daar een hele fanfare omheen gebouwd. En daar zit ik nu aan vast!'
De aantekening die Röling in het gastenboek naliet
De aantekening die Röling in het gastenboek naliet © Geert Pruiksma
Zo’n vijftig jaar al woont hij in Ezinge. Röling werd geboren in het Zeeuws Oostkapelle en bracht een deel van zijn jeugd al door in Stad Groningen. Vader Bert (1906-1985) werd er in 1950 hoogleraar Polemologie, de wetenschap van oorlog en vrede. Matthijs vertrok naar het Westen om te studeren aan de Haagse Kunstacademie en later de Amsterdamse Rijksakademie van Beeldende Kunsten. Van beide scholen werd hij verwijderd. In Amsterdam beledigde hij naar eigen zeggen de directeur. Het stond hem er toch al niet aan. Neem bijvoorbeeld het optreden van de docent die over zijn schouder meekeek en in zijn tekening ging zitten krassen.
In Den Haag leerde hij veel en genoot hij aanmoediging van een deel van de docenten. Maar de 'zelfverklaarde avant-gardisten' pruimden hem niet. Het was de tijd waarin abstracte kunst je-van-het was. Van kunstenaars werden politieke en maatschappelijk geëngageerde statements verwacht. Röling had daar geen boodschap aan.

Noordelijk realisme

Terug in het Noorden groeide Röling in de jaren zeventig van de vorige eeuw uit tot een van de belangrijkste figuratieve schilders van naoorlogs Nederland. Matthijs voerde het Noordelijk Realisme aan, een stroming die juist bleef werken naar de waarneming en ook wel bekend staat als de Noordelijke Figuratieven. Met gelijkgestemden formeerde hij de Fuji Art Association, een kunstcollectief dat met tentoonstellingen het culturele leven in Groningen Stad een boost gaf. De dichters Jean Pierre Rawie, C.O. Jellema (1936-2003), en Fritzi Harmsen van Beek (1927-2009) hoorden bij de associatie, net als kameraden Ger Siks (1942-2023), Wout Muller (1946-2000), Trudy Kramer en Clary Mastenbroek.
Een portret van Matthijs Röling in 2022 geschilderd door Jannes Koetsier
Een portret van Matthijs Röling in 2022 geschilderd door Jannes Koetsier © Geert Pruiksma
Als docent aan Kunstacademie Minerva en de schildersklassen van de Klassieke Academie was Röling de grote inspirator van een hele lichting verse noordelijke realisten, onder wie Sam Drukker, Douwe Elias, Pieter Pander en Jan van der Kooi. Hij was de man die tassen met kunstboeken meesleepte naar school, hamerde op het belang van kennis van materiaal en de juiste verfmenging. De leermeester die later nog graag en vaak met een hele bups oud-leerlingen en creatieve geestverwanten op reis ging naar Frankrijk waar ze ook elkaar schilderden.

Fabelachtige figuren

Zelf borg hij de kwasten al in 2009 op. Noodgedwongen. Gelukkig was er een omvangrijk oeuvre. In magisch realistische stijl, geënt op de Italiaanse Renaissance. Veel geometrische vormen, eenhoorn-achtige wezens en andere fabelachtige figuren. Röling beschilderde wanden en gewelven van verschillende monumentale gebouwen in het land. Dat deed hij vaak met Wout Muller. Van hen samen is bijvoorbeeld een wand in de Aula van de Rijksuniversiteit Groningen, een plafondkoepel in cultuurcentrum De Oosterpoort in Stad en het gewelf van cultuurgebouw ’t Marnehoes, een voormalig kerk in Wehe-den-Hoorn.

Verstoorde motoriek

Een landschapje was het laatste, in 2009. Van het een op het andere moment lukte het niet meer. 'Ik had wel vaker een zeer vermoeide hand. Dus na dat schilderijtje dacht ik bij mezelf: Ik houd me de komende dagen eventjes gedeisd. En toen kwam er niks meer.'
Een beschadiging van de kleine hersenen met verstoorde motoriek tot gevolg maakte een eind aan het zelf doen. De schilder maakt er geen geheim van dat overmatige alcoholconsumptie een kwade rol speelde. Later openbaarde zich tevens de ziekte van Dupuytren, ook wel koetsiershand genoemd. Daar gingen de vingers krom door staan.

Winter

Nadat de thuiszorg hem heeft gewassen hijst hij zich tegenwoordig in zijn rolstoel. Op de tuin raakt hij niet uitgekeken. Vandaag maken de roeken in de bomen zich op voor het voorjaar. Ze vliegen af en aan met takken voor nieuwe nesten. De herfst van Rölings leven is overgegaan in de winter.
Op de piano een rouwbericht van een gestorven vriend, een assyrioloog. Patje loopt nette zwarte schoenen in, de uitvaart is morgen. Begrafenissen, je went er aan. Maar jeugdvrienden Roon en Laurens, rechtsgeleerde en arts in ruste, zijn er gelukkig nog, hij hoopt ze op de opening te treffen.
Mensen die schilderijen maken die ik lelijk vind zijn niet mijn vrienden
Matthijs Röling - kunstschilder
We spreken over vriendschap. Wat is het verschil tussen kunstvrienden en andere vrienden? Hoe verhoudt vriendschap zich tot liefde? En kun je bevriend zijn met een vakgenoot op wiens werk je neerkijkt? 'Mensen die schilderijen maken die ik lelijk vind zijn niet mijn vrienden', zegt de schilder.
De beste vriend? Dat wisselde met de tijd. Als docent op Academie Minerva kwam collega Wout Muller aardig in de buurt. Die schilderingen van hen samen waren zonder vriendschap niks geworden. 'Je moet je voor zoiets compleet kunnen inleven in elkaars motieven, die moet je doorgronden. En je houdt rekening met elkaar. Dat kan niet als je geen vrienden bent.'

De essentie

Röling was 21 jaar toen hij in Griekenland echt de geest kreeg. Hij was er met Hilde met wie hij in Amsterdam in een kraakpand woonde. Ze raakte in verwachting van hem. 'Ik kende haar niet goed genoeg om met haar te trouwen. Ik hield het wel open. We gingen op reis om elkaar beter te leren kennen. Maar in Griekenland kregen we slaande ruzie. Om niks. Om een leeslampje in het hotel. Of het aan of uit moest. Ik denk dat ik het uit wilde hebben.'
Hilde keerde terug naar huis met het laatste geld. Matthijs bleef achter met zijn schetsboek. Opgetogen: 'En dat ging toch lekker! Ik had al honderden tekeningen gemaakt, maar ineens wist ik hoe het moest. Ik had de essentie te pakken. Niks overbodigs, het juiste doen. Tekenen jongens!' Met de verkoop van werk en een baantje als kruier op een bouwplaats van een fosforfabriek, bekostigde hij de terugreis en ontmoette onderweg in de trein zijn eerste echtgenote Karin, die ook vlot zwanger raakte. Zo kwam het dat hij, begin twintig, in 1965 binnen acht maanden twee keer vader werd.

Ménage à trois

Sinds 21 jaar is hij getrouwd met Patricia, in Nieuw Guinea geboren, maar met een Groningse vader. Een vrije geest die een poosje in Ezinge kwam wonen, en niet meer wegging. 'Ik ben in mijn leven ontzettend leuke vrouwen tegengekomen. Patje is er een van', aldus de schilder die ook een liaison had met Fritzi Harmsen van Beek.
Met Erik, begin jaren negentig model op Minerva, beleefde hij eveneens een aantal vrolijke jaren. 'Ik had het met hem wel eens over een trio. Dat vond hij ook interessant, een dametje erbij. We zijn op zoek gegaan en hebben iemand gevonden.' De ménage à trois met de goedlachse Marian uit Oldenzaal spatte uiteen toen ze gedrieën op reis waren naar Mexico en Guatemala en Erik en Marian fikse strijd kregen.
Dit portret van de kunstenaar is geschilderd door Pieter Pander
Dit portret van de kunstenaar is geschilderd door Pieter Pander © Geert Pruiksma
'Ik kijk graag naar mooie mensen en dat kunnen jongens of meisjes zijn', mijmert de schilder.
Patricia: 'Ik ben ook een halve jongen.'
Zij: 'Ik denk dat ik meer vriend ben dan geliefde. We hebben wel liefde, maar voor mij is vriendschap zeer belangrijk in een relatie.'
Hij: 'Zeker. Dat je geïnteresseerd bent in elkaar, empathie hebt met wat de ander doet en graag in elkaars gezelschap bent.'
Zij: 'Je was ontzettend opgelucht dat ik het jou niet moeilijk maakte. Je voorgaande verhoudingen waren best onstuimig. Met mij kwam er na een lange periode van onrust weer rust in huis. En ik was ook heel snel zwanger, van onze dochter Belle, er kwam weer een gezin.'
Hij: 'Jaja. Ik vond het prettig. Eindelijk rust.'

Een eigen wereld

Belle (25) sluit de kinderrij van vier, na Tako (58), Joris (57) en Sebastiaan (53). Er zijn vier kleinkinderen. De omgang met het nageslacht ging en gaat met hobbels. 'Matthijs is een uitstekende leraar, kan een goede vriend zijn, maar blonk niet uit in het vaderschap', zegt Patricia. 'Hij zag niet wat het kind nodig had, wilde vooral zien wat hij hoopte. Hij leeft in een eigen wereld, met wat daarbuiten valt kan hij zich slecht verbinden.'

Aan iets kleins kan je zwaar tillen

Met Wout Muller kwam het niet meer goed. Röling deed nog een verzoeningspoging, die mislukte. 'Zo erg mijn best heb ik ook niet gedaan.' Ze kregen een conflict tijdens hun gezamenlijke arbeid aan de plafondkoepel van De Oosterpoort in 1991. Over de werkverdeling. De docent in Röling staat op als hij het toelicht: 'Als je een boom gaat schilderen met veel blaadjes, wil je graag eerst de lucht erachter hebben geschilderd. Dat is handiger. Nou, Wout had een boom geschilderd en meende dat ik daar wel even lucht achter kon doen.'
Na een giftige woordenwisseling maakten de twee het werk in ijzige stilte af, Muller verhuisde later naar Ierland waar hij in 2000 plotseling overleed. 'Het ging om iets kleins, maar daar kun je zwaar aan tillen. Maar Wout is nog steeds een vriend en zo wil ik me hem ook herinneren. Ik ben naar zijn begrafenis geweest.' Muller en zijn vrouw, Clary Mastenbroek, hangen allebei op de vriendenexpositie in Leek.
'In momenten van akeligheid heb ik wel gedacht: Als de pil van Drion er was geweest, zou ik hem nemen.' Maar tegenover uitzichtloosheid heeft hij iets anders gesteld, kalme verzoening met het lot, met wat onaf is of nog een rafelrandje heeft. Patricia pakt de wijn erbij en schenkt hem in. 'Geresigneerd', mompelt de kunstenaar. Patricia: 'Dat is geen woord.' De Dikke Van Dale geeft Matthijs gelijk. Geresigneerd betekent gelaten, berustend.
Dit portret is geschilderd door Svetlana Tartarovska
Dit portret is geschilderd door Svetlana Tartarovska © Geert Pruiksma
'Ik ben tevreden omdat ik zo’n mooi leven achter me heb. Ik verwacht er ook helemaal niks meer van.' Gefrustreerd dat hij zo vroeg moest stoppen met zijn passie? 'Nee. Ik had aanvankelijk niet in de gaten dat het zo definitief zou zijn, het overkwam me en ik wende er aan.' Hij prijst zich gelukkig dat in het rustige Ezinge zulke geschikte mensen tegenover kwamen wonen. De overbuurvrouw doet in antiek en curiosa. Wekelijks rolt hij er heen met de rolstoel. De vensterbank staat vol trofeeën uit buurvrouws winkel. Olifantenbeeldjes, een boeddha, op tafel staat een bronzen haas. 'Ik koop graag eens iets nieuws om naar te kijken.

Rechter Röling

Hemelsbreed een kilometer of dertien verderop nadert in Groningen het nieuwe onderkomen van de rechtenfaculteit van de universiteit de voltooiing. Rölinggebouw zal het gaan heten. Naar Matthijs’ vader Bert die bekend werd als rechter in het internationale Militaire Tribunaal in Tokio. Dat tribunaal berechtte na de Tweede Wereldoorlog Japanse oorlogsmisdadigers. Belle heeft de vraag wel eens gehad of Rölinggebouw op haar vader slaat, zegt Patje.

Dol op dooien

Vakbroeder en vriend Pieter Knorr, die vergankelijkheid als thema heeft, heeft gevraagd of hij Matthijs mag vastleggen, als die zijn laatste adem heeft uitgeblazen. Röling, geamuseerd, over het verzoek: 'Dat wil hij bij wel meer dooien. Hij is dol op dooien.' Maar prima hoor. 'Wat kan mij het schelen. Hij doet maar.' Een collegiale dienst, vindt Patje het, een gunst. Hoe hij dan vereeuwigd wordt is Röling om het even, hij merkt er toch niks van. Bezwerende toon: 'Dood is dood. Ik denk echt dat er niets is op de eeuwige jachtvelden. Evenveel als voor onze geboorte.'
Matthijs Röling en kunstenaarsvrienden
‘Matthijs Röling en kunstenaarsvrienden’ is van 7 april tot en met 3 september te bezoeken in Museum Nienoord in Leek. Er zijn meer dan zestig exposanten - overleden of nog levend. Onder hen Rölings tekenjuf Fie Werkman en zijn oom, schilder Gé Röling, collega’s Henk Helmantel, Piet Sebens, Martin Tissing en Wout Muller, alsmede vele leerlingen, onder wie Sam Drukker, Jannes Koetsier, Douwe Elias, Pieter Pander en Jan van der Kooi.
Vanwege Rölings tachtigste verjaardag tonen Museum Wierdenland in Ezinge (tot en met 4 juni) en het Veenkoloniaal Museum in Veendam (tot en met 18 juni) eigen werk van de schilder.