Doodsoorzaak baby in sporthal Ter Apel blijft onbekend, 'kwam niet door gebrek aan zorg'

Mensen bij het aanmeldcentrum in Ter Apel
Mensen bij het aanmeldcentrum in Ter Apel © Jan Been/RTV Noord
Het overlijden van een drie maanden oud jongetje, vorig jaar in het aanmeldcentrum voor asielzoekers in Ter Apel, is niet veroorzaakt door een gebrek aan zorg. Of de omstandigheden in de sporthal een rol hebben gespeeld kan niet worden gezegd, omdat de doodsoorzaak nog altijd niet gevonden is.
Dat concludeert de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) in een gezamenlijk rapport met de Inspectie Justitie en Veiligheid (IJV).
Het kind overleed op 24 augustus, in de periode dat het op zijn drukst was in Ter Apel. Buiten de poort van het aanmeldcentrum sliepen honderden mensen. De overleden baby en zijn moeder overnachtten in de sporthal die op het terrein staat, en daar niet op ingericht is.

Doodsoorzaak onbekend

De doodsoorzaak van de baby blijft vooralsnog onbekend. Al eerder werd wel duidelijk dat er geen strafbaar feit heeft plaatsgevonden. Onderzoek bij het Nederlands Forensisch Instituut heeft vooralsnog niet geleid tot een vaststelling van de doodsoorzaak.
Of die oorzaak ooit wordt gevonden, blijft vooralsnog de vraag. 'Neuropathalogisch onderzoek (microscopisch onderzoek van de hersenen na het overlijden, red.) zorgt later mogelijk alsnog voor duidelijkheid over de precieze oorzaak, maar zulk onderzoek duurt lang en de uitkomst is nog niet bekend', schrijven de instanties.

Omstandigheden sporthal ongezond

De omstandigheden in die sporthal waren ongezond voor een moeder met jonge kinderen, concludeert de IGJ. De hal was bijvoorbeeld niet schoon genoeg. Ook verbleven er veel mensen dicht op elkaar, waardoor het risico van verspreiding van infectieziekten groot is.
De moeder van de baby sliep eind augustus samen met haar baby op één matras. Haar andere kind, een jongen van twee jaar oud, deelde een matras met een andere, onbekende vrouw. Er was geen wieg in de sporthal beschikbaar, en ook ontbrak het aan verschoonmatten of andere mogelijkheden om de baby te wassen.
Toch is er 'op basis van de nu bekende informatie geen relatie vast te stellen tussen de verblijfsomstandigheden in de sporthal en het overlijden van de baby', schrijft de inspectie. 'Feit blijft dat het tragisch is dat een baby onder deze omstandigheden overlijdt', benadrukt de Inspectie meerdere keren.

Bloed en schuim op gezicht

De baby was in de dagen voorafgaand aan het overlijden niet zichtbaar ziek, blijkt uit het rapport. Het kind, zijn moeder en oudere broertje waren vier dagen in Nederland toen het gebeurde.
Op de ochtend van 24 augustus wordt de moeder tussen 6.00 en 7.00 uur wakker en ziet ze dat het jongetje bloed en schuim op zijn gezicht heeft. De moeder roept om hulp en rent samen met een andere vrouw naar buiten.
Om 6.59 uur maakt een aanwezige brandwacht contact met de centrale. Twee BHV-medewerkers starten met de reanimatie. Maar dat mag niet meer baten. Zodra ambulancemedewerkers de eerste hulp overnemen, is de baby al overleden.
De ambulancedienst treft hierin geen blaam, schrijft de inspectie. 'Op de oproep om hulp is conform de richtlijnen door de ambulancedienst gereageerd.'
De medewerkers hebben gedaan wat in hun mogelijkheden lag
Rapport van de inspecties

Grote aantallen asielzoekers

De Inspectie Justitie en Veiligheid constateert dat de COA-locatie in Ter Apel niet voorbereid was op de grote aantallen personen die door hen opgevangen moesten worden.
'De COA-medewerkers hebben, ondanks dat ze onvoldoende toegerust waren, vanuit humanitair oogpunt gedaan wat in hun mogelijkheden lag', schrijft de inspectie. Zo heeft het COA ervoor gekozen om in de sporthal kwetsbare personen op te vangen, hoewel de hal daar niet voor was ingericht. Zo hoefden zij in ieder geval niet buiten op het grasveld te overnachten.

COA: grote schok

Het COA laat in een reactie weten het overlijden van de baby als grote schok te hebben ervaren. 'De situatie in Ter Apel in die periode was en is een zwarte bladzijde in het bestaan van het COA.'
De conclusies van de IGJ dat de verblijfsomstandigheden in de sporthal en de geleverde zorg geen relatie hebben met het overlijden van de baby als ziet het COA een bevestiging 'dat medewerkers en betrokkenen alles hebben gedaan wat zij op dat moment konden doen.'