Instellingen

Begrippenlijst hoogwater

© Reinder Smith

GRONINGEN - Waterschappen en andere instanties hebben deze dagen hunhanden vol aan de hoge waterstand. Hier vindt u een beknopte uitleg van veelgebruikte begrippen.

BALGSTUW: Opblaasbare dam die bij hoogwater met water en lucht kan worden


gevuld. De grootste ter wereld ligt bij Rampspol (Overijssel) tussen het


Ketelmeer en het Zwarte Meer en bestaat uit drie zeer stevige rubberen


balgen.

BOEZEM: Het stelsel van plassen, kanalen en andere watergangen dat gebruikt
wordt als wateropslag. De boezem wordt gebruikt om het waterpeil te
controleren. Bij een te hoog peil kan bijvoorbeeld water in een boezem
worden gepompt en van daaruit in een rivier worden geloosd.

DIJKGRAAF: Voorzitter van het dagelijks bestuur van een waterschap. De
dijkgraaf wordt voor 6 jaar benoemd door de Kroon. Sommige waterschappen
hebben het over een 'watergraaf' of noemen de dijkgraaf kortweg
'voorzitter'.

GEMAAL: Installatie waarmee water uit een gebied kan worden gepompt. Omdat
polders meestal lager liggen dan het omringende gebied, zijn gemalen nodig
om het water weg te pompen naar meren, rivieren, kanalen of de zee. Vroeger
werden gemalen aangedreven door molens, nu meestal door diesel- of
elektromotoren.

INUNDATIE: Het opzettelijk onder water zetten van een gebied. Als het
waterpeil van een rivier zo hoog is dat dijken dreigen door te breken, kan
ervoor worden gekozen het water in een dunbevolkte polder te laten lopen
zodat de druk op de dijken wordt verminderd. Het gebied waar het water in
wordt opgevangen, heet het overloopgebied. Inundatie wordt ook wel gebruikt
als militaire tactiek.

KWEL: Grondwater dat omhoog komt door ondergrondse stromingen. Kwel wordt
normaal gesproken door sloten afgevoerd.

NAP: Hoogtes worden in Nederland gerelateerd aan het Normaal Amsterdams
Peil. NAP is ongeveer gelijk aan het gemiddelde zeeniveau. Een groot deel
van Nederland ligt lager en zou dus zonder dijken, duinen en waterkeringen
onder water komen te liggen.

SPUIEN: Het lozen van overtollig water door een speciale spuisluis,
bijvoorbeeld van een kanaal in zee. In zee spuien is doorgaans alleen
mogelijk bij eb (laag water).

STORMVLOED: Vloed in combinatie met harde wind, waardoor de zeespiegel voor
de kust sterk stijgt.

STORMVLOEDKERING: Constructie waarmee bij zeer hoge waterstanden een rivier
of zeearm kan worden afgesloten om overstromingen te voorkomen. De
bekendste en grootste stormvloedkering in Nederland is de
Oosterscheldekering in Zeeland.

WATERSCHAP: Regionale overheid die verantwoordelijk is voor de
waterhuishouding. Met de term 'hoogheemraadschap' wordt hetzelfde bedoeld.
Iedere 4 jaar mogen burgers naar de stembus om het bestuur van de
waterschappen te kiezen. De opkomst is doorgaans laag: in 2008 gemiddeld 24
procent. Het kabinet wil de verkiezingen in hun huidige vorm afschaffen.

Bronnen: ANP, Rijkswaterstaat, Wikipedia, www.watervragen.nl