Qsil wil komend jaar deuren sluiten in Winschoten: 'Buitengewoon geschokt'

De Qsil-fabriek in Winschoten
De Qsil-fabriek in Winschoten © Steven Radersma/RTV Noord
Glasfabriek Qsil uit Winschoten gaat in de loop van volgend jaar dicht. Het management heeft dinsdag het voorgenomen besluit bekendgemaakt de locatie per 1 juni 2024 te sluiten. Het bedrijf, dat in 1972 ontstond als glasfabriek van Philips, bestaat 51 jaar en telt ruim honderd werknemers.
De fabriek is begonnen als beeldbuizenfabriek voor zwart-wit televisie. Momenteel is Qsil een fabrikant van kwartsbuizen, staven en speciaal glas. De producten worden voornamelijk geleverd aan de lampenindustrie.

'Buitengewoon geschokt'

Volgens FNV-bestuurder Janwillem Compaijen is het personeel dinsdagmiddag ingelicht over de sluiting. 'Ik ben geschokt. Buitengewoon geschokt, net als de werknemers. Zaterdagmiddag houden wij een ledenvergadering om te overleggen over de ontstane situatie. Zij kunnen hun vragen en zorgen bij ons kwijt.'
Het besluit is voorgelegd aan de ondernemingsraad. Het bedrijf zocht volgens FNV tevergeefs naar overnamekandidaten, maar zegt door te gaan met die zoektocht. Ook wil Qsil met de vakbonden in overleg over een sociaal plan voor het personeel.

Kostenstijgingen

Tijdens corona was het drukker dan ooit voor Qsil, dat staat voor Quarzschmelze Ilmenau, een Duits bedrijf dat sinds 2016 eigenaar is. Het zeer zuiver glas werd gebruikt om lampen te maken die het coronavirus kunnen doden, bijvoorbeeld in ziekenhuizen.
Toch leed Qsil de afgelopen twee jaar verliezen door een krimpende markt. 'Daarnaast zijn de kosten van energie en grondstoffen flink gestegen. Deze kostenstijgingen kunnen niet worden doorberekend aan de zeer prijsgevoelige klanten. Hierdoor is de bedrijfsprognose voor de komende jaren duidelijk negatief', laat het bedrijf schriftelijk weten.

122 werknemers

Dat heeft dus gevolgen voor de fabriek in Winschoten, vindt het moederbedrijf in Ilmenau. Op dit moment werken 122 mensen bij Qsil in Winschoten.
Dit bericht is aangevuld met een reactie van FNV-bestuurder Janwillem Compaijen