Verdachten zwembadmoord mogen niet naar huis: ‘Onbegrijpelijk dat wij vastzitten’

De rechtbank in Groningen
De rechtbank in Groningen © Henk Binnendijk/Flickr Creative Commons
De vier verdachten van de Marumer zwembadmoord uit 2012 blijven voorlopig vastzitten. Ze werden eind vorig jaar veroordeeld tot 20 jaar cel en gingen daartegen in hoger beroep.
Jan Elzinga (40) werd in juli 2012 doodgeschoten voor de ingang van het zwembad in Marum. Drie van de verdachten zijn daar eind vorig jaar voor veroordeeld. En 58-jarige man uit Kampen kreeg zeven jaar cel opgelegd voor het leveren van het wapen. De vier gingen in hoger beroep tegen hun vonnis.
Volgens de advocaat van Coby van der L, de 61-jarige verdachte uit Roden, zit het viertal vast op basis van een 'evident onjuist vonnis.' Het Hof gaat daar niet in mee en laat alle vier de verdachten vastzitten.
Alleen verdachte moeder en zoon verschenen tijdens de korte zitting voor het hof in Leeuwarden. “We zijn allemaal op, we gaan er kapot aan dat we onterecht vastzitten”, zei de 44-jarige verdachte Monique H. uit Hollandscheveld via een videoverbinding. De schoonfamilie werd negen jaar na de moord opgepakt na nieuwe verklaringen van kroongetuige Willem P., die in 2014 tot 20 jaar cel werd veroordeeld voor de moord op Elzinga. P. zou een Zwollenaar de opdracht hebben gegeven om Elzinga dood te schieten. De man uit Zwolle kreeg vijftien jaar cel opgelegd.

Vervalste berichten

In ruil voor strafkorting onthulde P. dat de schoonfamilie de uiteindelijke opdrachtgevers waren van de moord. Als bewijs overlegde hij sms-berichten. De berichten waren een gesprek met P. vanuit de cel met Marcel H. De laatste zou bekennend hebben verklaard over zijn rol als opdrachtgever van de moord. Tijdens het strafproces van de schoonfamilie bleken de sms-berichten niet te kloppen. Ze waren vervalst. In werkelijkheid sms’te P. met zijn inmiddels overleden zwager, die voor Marcel H. door moest gaan.

'Absurde gerechtelijke dwaling'

P. loog onder ede hierover en is in oktober hiervoor veroordeeld tot anderhalf jaar cel. P. is niet tegen zijn vonnis in hoger beroep gegaan. “We zijn terecht gekomen in een absurde gerechtelijke dwaling. Het Openbaar Ministerie stelde dat de kroongetuige-overeenkomst met P. kon worden ontbonden als de man niet de waarheid zou vertellen. 'Waarom is dit niet gebeurd?', zei Van der L. tegen het gerechtshof in Leeuwarden. 'We zitten ten onrechte vast. Ik smeek u, laat ons vrij.'

In elkaar geflanst

In hun hoger beroepzaak zijn twee medegedetineerden van P. gehoord. Zij zouden hebben verklaard dat P. alleen maar uit was op een strafkorting en zijn nieuwe verklaring eigenhandig in elkaar flanste. P. had het strafdossier op zijn cel waaruit hij kon putten. Het is niet ongebruikelijk dat veroordeelden beschikken over een strafdossier. P. heeft telkens volgehouden dat hij dat niet had.

Schuld bij Elzinga

Eén van de medegedetineerden zei dat P. een schuld had bij Elzinga en dat de man daarom dood moest. De schoonfamilie stond er volledig buiten, zou de man hebben verklaard. Deze verklaringen kunnen niet zonder meer voor waar worden aangenomen en moeten eerst volledig worden geanalyseerd, zei de advocaat generaal (de officier van justitie in hoger beroep).
Het hof is het met het Openbaar Ministerie eens dat de persoonlijke omstandigheden niet zwaarwegend genoeg zijn dat die opwegen tegen het strafvorderlijk belang. De voorlopige hechtenis van de vier is met drie maanden verlengd. Voorlopig staat de inhoudelijke behandeling in hoger beroep gepland van 26 februari tot en met 1 maart 2024.