Onderzoek naar vogelsterfte door botsing met kleine windmolen krijgt vervolg

Een kleine windmolen (foto ter illustratie)
Een kleine windmolen (foto ter illustratie) © Jan Been\RTV Noord
Een onderzoek dat de provincies Groningen en Friesland lieten uitvoeren naar het aantal vleermuizen en vogels dat overleden is door een botsing met kleine windmolens krijgt een vervolg en wordt uitgebreid.
Naast Groningen en Friesland betalen ook de provincies Drenthe, Overijssel, Gelderland, Utrecht, Zuid-Holland en Noord-Holland mee aan het vervolgonderzoek.
Vorig jaar zijn op tien Groningse locaties onder dertien windmolens in totaal 26 dode vogels en 12 dode vleermuizen gevonden.
'Gemiddeld komt dit neer op ongeveer 2 vogels en 1 vleermuis per windmolen per jaar', melden de provincies Friesland en Groningen. Per locatie varieert het aantal slachtoffers. Een onderzoek naar de aantallen omgekomen vogels en vleermuizen in Friesland loopt nog.

Vervolgonderzoek

Het vervolgonderzoek moet meer duidelijkheid geven over de omstandigheden waaronder vogels en vleermuizen bij kleine windmolens zijn omgekomen en welke factoren daarbij hebben meegespeeld. Daarom kijken de onderzoekers nu onder meer naar de verschillende typen landschappen waar de kleine windmolens staan en naar de bebouwing, watergangen en beplanting op de erven.
Bij het onderzoek werken de provincies samen met makers en eigenaren van kleine molens.