Slaaponderzoek: Het gaat fout met de hoofdklok in je hersenen als je veel in de nacht werkt

Iemand is in slaap gevallen achter de laptop (ter illustratie)
Iemand is in slaap gevallen achter de laptop (ter illustratie) © ANP
Wie veel aan het werk is in de nacht, loopt meer risico op een slaapstoornis blijkt uit nieuw onderzoek. Marike Lancel, bijzonder hoogleraar Slaap en Psychopathologie bij de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) en werkzaam bij GGZ Drenthe, werkte mee aan dat onderzoek.
'We hebben een grote dataset gekregen vanuit België', legt ze uit. Via de Vlaamse krant De Standaard konden mensen meedoen aan een bevolkingsonderzoek naar slaapstoornissen. Dat deden flink wat mensen: 'Meer dan vijftigduizend mensen hebben de vragenlijst ingevuld. En al is het geen representatieve steekproef, we konden daardoor wel bepaalde groepen selecteren.'
'Er kwamen veel gegevens naar boven over welke slaapstoornissen mensen mogelijk hebben, hoe lang ze ongeveer slapen maar ook of ze in ploegendiensten werken en zo ja, in welk type ploegen. Mensen vulden ook hun leeftijd en hun opleidingsniveau in en daardoor konden we de gevolgen van het werken in verschillende ploegendiensten goed met elkaar vergelijken.'

Slaapstoornis

Lancel vervolgt: 'We konden de gegevens van mensen die een dagdienst werken naast de gegevens leggen van mensen die een ochtend- en avond- of nachtdienst werken, of die werken in roterende diensten. Dat is wel de sterkte van dit onderzoek. En we wisten wel dat werken in ploegen slaapproblemen geeft, maar het is nooit goed onderzocht of het ook slaapstoornissen geeft.'
Je spreekt van een stoornis als je het langer hebt dan drie maanden, vaker dan drie keer per week
Marike Lancel - Bijzonder hoogleraar RUG
Er zit een wezenlijk verschil tussen slaapproblemen en slaapstoornissen: 'Bij een slaapstoornis heb je langere tijd en frequent last van problemen en die problemen hebben consequenties voor je functioneren. Je spreekt pas van een stoornis als je het langer hebt dan drie maanden, vaker dan drie keer per week en wanneer het je overdag ook in de weg zit. Dat kan zich uiten in vermoeidheid, maar ook in concentratieproblemen, prikkelbaarheid of een negatievere stemming.'
Lancel licht een aantal voorbeelden van een slaapstoornis toe. 'De meest voorkomende is een insomnia-stoornis, oftewel de chronische slapeloosheid. Er zijn ook mensen met bijvoorbeeld ademhalingsproblemen tijdens de slaap door een obstructief slaapapneu, of onrustige benen tijdens de slaap, maar mensen met slapeloosheid vormen wel de grootste groep.'
Marike Lancel, bijzonder hoogleraar Slaap en Psychopathologie bij de Rijksuniversiteit Groningen (RUG)
Marike Lancel, bijzonder hoogleraar Slaap en Psychopathologie bij de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) © Screenshot YouTube

De hoofdklok

'Het onderzoek laat zien dat het werken op andere tijden dan overdag, dus in ploegendiensten, het voorkomen van slaapstoornissen verhoogt. Dat is het sterkst bij mensen die altijd nachtdiensten draaien. Je gaat dan in tegen je biologische klok, tegen je 24-uurs-ritme. Je hebt in je hersenen een hoofdklok. Die regelt alle processen in het lichaam en zorgt ervoor dat het in de pas loopt met de buitenwereld.'
Alles is overdag ingericht op activiteit en in de nacht op rust
Marike Lancel - Bijzonder hoogleraar RUG
Met die zogeheten hoofdklok gaat het fout als je veelal in de nacht werkt. 'Dan ga je werken terwijl het buiten donker is, terwijl de biologische klok aangeeft dat dit de rustperiode is en je eigenlijk moet slapen. En overdag moet je na een nachtdienst slapen, maar dan is het buiten licht en je lichaam heeft dan de drang om wakker en alert te zijn', legt zij uit.
'Alles is overdag ingericht op activiteit en in de nacht op rust. Dat zorgt ervoor dat je overdag minder goed kan slapen en in de nacht waarschijnlijk met minder aandacht werkt en ook meer fouten maakt. Ook andere processen lopen verkeerd, zoals de spijsvertering.'

Opleidingsniveau

Veel in de nacht werken zou er voor kunnen zorgen dat het went. Er zijn maar weinig mensen die hun klok geheel kunnen aanpassen aan nachtdiensten draaien. Je kunt er mogelijk wel aan wennen of er beter mee leren omgaan, maar het is wel heel ongezond stelt Lancel. 'Je ziet dat als mensen ouder worden, het problematischer wordt. Er zijn wel bepaalde mensen die er beter tegen kunnen, dat zijn vooral echte avondmensen. Die schuiven hun ritme iets naar achteren en dan is het niet zo’n groot probleem.'
Uit het onderzoek is ook gebleken dat mensen met een lager opleidingsniveau vaker een slaapstoornis ontwikkelen bij het werken in nachtdienst dan mensen met een hogere opleiding. 'Daar kun je verklaringen voor zoeken, bijvoorbeeld omdat de werkzaamheden die ze verrichten, anders zijn. Iemand die aan de lopende band staat, kan ’s nachts misschien moeilijker een powernap nemen. Maar een arts kan, als er geen spoedgeval is, wel even slapen en dat werkt goed.'
'Een opleiding is een goede voorspeller van hoe welvarend je bent', gaat ze verder. 'Als je meer geld verdient heb je waarschijnlijk een woning die beter geschikt is en die je beter aan kunt passen aan het moeten slapen overdag, zoals het beschikken over een stille slaapkamer die goed donker gemaakt kan worden.'

Oplossingen

Ze erkent dat het probleem oplossen lastig is. 'De maatschappij is gericht op 24 uur lang doordraaien. De zorg, politie, veel andere beroepen moeten ook uitgeoefend worden in de nacht. Maar je kunt je er niet echt op aanpassen, je wordt niet ineens een nachtmens. Wissel verschillende werkschema’s af en maak de vrije periode na nachtdiensten wat langer', doet ze als suggestie.
Probeer in de ochtend en middag buitenlicht te krijgen, dan weet je klok dat hij goed loopt
Marike Lancel - Bijzonder hoogleraar RUG
Lancel geeft een voorbeeld: 'Begin met twee ochtenddiensten, dan twee avonddiensten en daarna twee nachtdiensten. Dit omdat de meeste mensen niet zo’n moeite hebben met het verlengen van een dag. Daarna moet je ook ruimte en tijd vrij hebben om weer in het gewone ritme te komen. Zo sjoemel je wat met je waak- en slaaptijden, maar je klok blijft gelijk aan het normale dag- en nachtritme van de buitenwereld.'
Ze voegt er wel aan toe: 'Dan moet een bedrijf wel in staat zijn om zoveel ploegen te hebben. Bij wisseldiensten is het het beste als je probeert je eigen ritme vast te houden. Blijf bijvoorbeeld op de gewone tijden de normale maaltijden nemen. Als je in de ochtend van het werk komt, ga dan gewoon ontbijten. En als je 's nachts gaat werken, pak dan het avondeten mee.'
'Probeer ’s nachts weinig te eten', gaat ze verder. 'En probeer in de ochtend en middag buitenlicht te krijgen. Dan weet je klok dat-ie goed loopt. Andersom moet je fel licht in de avond en nacht juist zoveel mogelijk beperken. Zo is het makkelijker om in je vrije tijd weer in je normale slaap-waakritme te komen.'