Al jaren onterecht vast in de tbs-kliniek: 'Ze horen hier niet'

Forensisch Psychiatrisch Centrum Dr. S. van Mesdag
Forensisch Psychiatrisch Centrum Dr. S. van Mesdag © Ariënne Dozeman
In de tbs-kliniek in Groningen zitten twee mannen die daar eigenlijk niet meer thuishoren. Ze zijn tbs'er af, maar hebben nog wel intensieve zorg nodig. Die zorg kunnen ze nergens krijgen en dus wonen ze al jaren onterecht in de kliniek. 'Hier blijven is het minst slechte wat we hebben.'
De rechter besloot jaren geleden al dat de tbs van Ton en Patriek (niet hun echte namen) kon worden beëindigd. Toch wonen de mannen er nog steeds en draaien ze mee in de dagelijkse routine.
'Er is gewoon geen andere plek. En ik zie ze de komende jaren ook nog niet vertrekken'. Aan het woord is directeur van de kliniek en psychiater Harry Beintema. Hij legt uit dat er geen ggz-instelling is die de zorg voor de mannen kan overnemen.

Een bijzondere zorgvraag

De mannen hebben door een combinatie van problemen en stoornissen een bijzondere zorgvraag. Beintema: 'Ze vallen onder een reguliere dwangmaatregel van de ggz, een zogenoemde zorgmachtiging.' Dat houdt in dat de rechter vindt dat ze wel verplicht behandeld moeten worden, maar op een 'gewone' gesloten psychiatrische afdeling.
Dat soort langdurige zorgvoorzieningen zijn er volgens Beintema niet of nauwelijks. En dus belanden mensen zoals Ton en Patriek tussen wal en schip.
Toch zijn de mannen zeker geen uitzondering. Landelijk gaat het volgens Beintema om tientallen gevallen op het zwaarste beveiligingsniveau. Op het beveiligingsniveau daaronder schat hij het aantal op zo'n honderd. Beintema: 'Allemaal mensen die vastzitten omdat ze niet kunnen doorstromen, omdat voor hun zorgvraag geen voorziening is.'
Ze houden bovendien een plek bezet. Op dit moment wachten er in Nederland zo'n 150 tbs-gestelden in de gevangenis op een behandelplek.

Afbouw van de ggz

Beintema pleit voor kleinschalige verblijfsvoorzieningen waar deze mensen langdurig kunnen worden verpleegd. Maar er is weinig animo om zoiets te beginnen, zeker binnen een ggz die toch al kampt met enorme tekorten.
Dat die voorzieningen er niet zijn heeft volgens Beintema ook te maken met hoe we in Nederland naar de psychiatrie kijken: 'We vonden met elkaar dat de langdurige plekken in de ggz afgebouwd moesten worden, omdat we mensen niet langer gedwongen wilden opnemen.'
Enerzijds kan Beintema dat begrijpen. Dergelijke voorzieningen zijn niet ideaal: 'Op zo'n terrein, weg van de samenleving, raken mensen afgestompt'. Maar hij ziet ook dat in de praktijk voor sommige mensen deze voorzieningen wel nodig zijn.
Bij ons zit er meteen een hek van vijf meter omheen. Dat hebben ze niet meer nodig
Harry Beintema - Directeur van de Van Mesdagkliniek
Beintema: 'De reguliere ggz is gericht op herstel, op terugkeer in de samenleving. Maar bij deze patiënten gaat dat niet gebeuren. Zij hebben een grote blijvende handicap. Wanneer je niet constant op ze past gaan ze gevaarlijk gedrag vertonen.'
Wie zitten er in Van Mesdag

In Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) Dr. S. van Mesdag verblijven ongeveer 260 mannelijke tbs-patiënten. Het zijn mensen waarbij een psychiatrische stoornis (mede) heeft geleid tot het plegen van een misdrijf. Vaak speelt ook verslaving een rol. Om te voorkomen dat ze opnieuw de fout in gaan is behandeling nodig.

Doel van de behandeling is terugkeer naar de samenleving. Dat kan alleen wanneer de kans dat de patiënt weer de fout in gaat heel klein is geworden. Een rechter besluit, op advies van de behandelaars, of de tbs verlengd moet worden of kan worden beëindigd.

Een muur van vijf meter hoog

Maar is het dan zo erg dat deze zwaar psychiatrische patiënten in de tbs-kliniek blijven, waar er op ze gelet wordt en ze de zorg krijgen die ze nodig hebben?
Voor Beintema is het duidelijk: 'Iemand die geen tbs heeft, zou niet in onze kliniek moeten verblijven.' Beide heren zouden het volgens hem kunnen stellen met minder streng toezicht. 'Bij ons zit er meteen een hek van vijf meter omheen. Dat hebben ze niet meer nodig, maar goede begeleiding wel.'
De 5 meter hoge muur rondom de kliniek
De 5 meter hoge muur rondom de kliniek © Ariënne Dozeman
Volgens Beintema hebben deze mannen onterecht allerlei vrijheidsbeperkingen: 'In de avond worden bij ons alle patiënten ingesloten. Je mag niet je eigen telefoon hebben en er mag niet zomaar iemand op bezoek komen. Dat is in de ggz niet zo.'
Met de mannen zelf praten is door de aard van hun psychische problemen niet mogelijk. Maar Beintema weet dat ze het heel vervelend vinden dat ze nog altijd in de tbs-kliniek zitten. 'Een van hen uit dat ook regelmatig. Hij is daar boos over. Dan vraagt hij aan mij: Dokter Beintema, waarom vindt u geen plekje voor mij, want ik hoor hier niet.'

Het leven in de tbs-kliniek

Wie wel met mij wil praten is Ferdy (niet zijn echte naam). Hij is inmiddels een jaar of vijf patiënt in de Van Mesdagkliniek. Om een indruk te krijgen van het leven in de kliniek geeft hij me een rondleiding.
We gaan naar zijn favoriete plek: 'de boerderij'. Levendig beschrijft hij hoe de zonnebloemen er in de zomer bloeien en de tuin dan vol gewassen staat. In de volière zit 'zijn' Rocky, een fraai gekleurde vogel die meteen reageert op Ferdy's lokroep.
Als ik morgenochtend wakker word en ze besluiten tot een urinecontrole, dan moet ik in een potje plassen
Ferdy - Patiënt in de tbs-kliniek
We komen langs het sportveld. Hier verzamelen volgens Ferdy de krachtpatsers zich. Zelf is hij meer een wandelaar: 'Als je daar begint en terugkomt, heb je precies 265 stappen genomen.'
Het sportveld binnen de muren van de kliniek
Het sportveld binnen de muren van de kliniek © Ariënne Dozeman
Via het sportveld lopen we naar de arbeidsgang. Hier zijn de verschillende werkplaatsen. Van eenvoudige taken zoals het prikken van naamkaartjes in bloempotten, tot meer complex werk als houtbewerking of lassen. Wie niet beter weet zou denken zich in een 'gewone' sociale werkplaats te bevinden.
Een werkplaats in de kliniek
Een werkplaats in de kliniek © Ariënne Dozeman

Tussen kwart voor negen en acht gaat de deur op slot

Dat je als patiënt wel degelijk opgesloten zit merkt Ferdy vooral op zijn kamer. Een ruimte van ongeveer tien vierkante meter. Van kwart voor negen 's avonds tot acht uur in de ochtend gaat zijn deur op slot. Ferdy: 'Dan komt de eenzaamheid je bezoeken.'
Het is niet alleen de deur die op slot zit, maar ook dat een ander zegt wat je moet doen. Ferdy: 'Als ik morgenochtend wakker word en ze besluiten tot een urinecontrole, dan moet ik naar beneden, mijn broek naar beneden trekken en in een potje plassen.'
De kamer van Ferdy
De kamer van Ferdy © Ariënne Dozeman
Ferdy zit in fase vier van zijn behandeling. Wat betekent dat hij zich redelijk vrij kan bewegen binnen de muren van de kliniek. Ook worden er stappen gezet richting terugkeer naar de samenleving, zoals onbegeleid verlof. Ferdy vindt het lastig zich een voorstelling te maken van een leven buiten de muren van de kliniek, jarenlang was het onbereikbaar. Hij realiseert zich wel dat de samenleving niet per se op hem zit te wachten: 'Ze hebben je liever niet terug.'
De cijfers

In 2022 waren er in Nederland gemiddeld over het jaar genomen 1.536 tbs-patiënten. Er kwamen 199 patiënten bij, dat zijn er 51 meer dan het jaar ervoor. 133 patiënten stroomden uit. Gemiddeld genomen zit iemand 9,4 jaar in tbs

Kleinschalige langdurige voorzieningen

Ferdy heeft zicht op terugkeer in de samenleving. Dat geldt niet voor Ton en Patriek, voor hen is geen plaats. Beintema: 'Jij en ik willen ook niet tegen onze zin vastgehouden worden op het moment dat dit niet meer nodig is.' Als we willen dat mensen worden behandeld, zo stelt hij, moeten we ook plekken creëren waar zij na die behandeling terecht kunnen.
Beintema: 'Je zou heel makkelijk kunnen denken dat het geen mensen zijn, maar dat zijn het wel. We ontnemen ze tijdelijk hun burgerrecht en met een goede reden. Maar dat kan niet eindeloos zijn. En dan gelden dezelfde rechten en plichten als voor u en mij: recht op een plek in de samenleving.'