Kankerzorg straks in minder ziekenhuizen: ‘Niet alle zorg kan meer om de hoek'

Iemand wordt behandeld op een oncologie-afdeling
Iemand wordt behandeld op een oncologie-afdeling © ANP
Protestacties, ruziënde ziekenhuisbestuurders, Kamerdebatten en uiteindelijk een rechterlijke uitspraak; de concentratie van de kinderhartcentra is gerust mislukt te noemen.
Ondertussen proberen ziekenhuizen op het gebied van oncologie en vaatchirurgie wel stappen te zetten richting concentratie. ‘Ik heb geen enkele twijfel: dit wordt geen ruzie.’

Minimum aantal ingrepen omhoog

Aan het woord is gynaecoloog-oncoloog Hans Nijman van het UMCG. Hij maakte het plan van aanpak voor de concentratie van de kankerzorg in Nederland. Ook voor de vaatchirurgie is zo’n plan van aanpak opgesteld. Beide plannen komen voort uit het zorgakkoord, waarin het ministerie van Volksgezondheid met allerlei branches in de zorg afspraken heeft vastgelegd.
Nijman: ‘We zijn vanaf 2010 al bezig met concentreren, maar het zorgakkoord geeft een enorme versnelling. Partijen zijn het er nu over eens dat je binnen de oncologie tot een verhoging van de volumenormen moet komen.’ Dat betekent dat een ziekenhuis jaarlijks een minimum aantal ingrepen moet doen. Door dit aantal te verhogen zullen er locaties afvallen die te weinig patiënten behandelen om aan de norm te voldoen. De eerste nieuwe volumenormen voor oncologie zijn bijna klaar.

Hoe vaker, hoe beter

Het idee achter concentratie van zorg is dat het de kwaliteit ten goede komt als artsen een ingreep vaker uitvoeren. Ook zou het nodig zijn om de zorg toegankelijk en betaalbaar te houden. De zorgvraag neemt toe (we worden steeds ouder) en tegelijkertijd neemt het personeelstekort toe. Daardoor zou het niet langer mogelijk zijn om overal alle zorg aan te bieden.
Gynaecoloog-oncoloog Hans Nijman van het UMCG legt in Noord Vandaag de situatie uit. Daarin is ook het verhaal van Rineke Schoemaker te zien:
'Een aantal delen van zorg is niet verstandig om in élk ziekenhuis te doen'

Ingewikkelde operaties niet overal meer

Net als bij kinderhartchirurgie gaat het bij oncologie (kankerzorg) allereerst om de zogenoemde hoogcomplexe, laagvolume zorg: ingewikkelde ingrepen die maar weinig voorkomen. Nijman: ‘Toen ik begon als gynaecoloog-oncoloog deden we operaties bij eierstokkanker in het noordoosten (Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel) op twaalf locaties. Dat zijn er nu nog drie: Groningen, Zwolle en Enschede. We hebben wekelijks digitaal overleg over alle patiënten: wie moet waar welke zorg krijgen?’
Rineke reisde al 100 kilometer
Rineke Schoemaker uit Zwolle kreeg al te maken met de gevolgen van concentratie van de zorg. In mei 2023 wordt eierstokkanker bij haar geconstateerd, die ver in haar buik is uitgezaaid. Hoewel het Isala Ziekenhuis nog wel operaties voor eierstokkanker uitvoert, moet zij naar het UMCG. Dat is het enige ziekenhuis in het noordoosten waar ze de nieuwste behandelmethode (HIPEC) toepassen. De operatie wordt hierbij gecombineerd met een chemotherapiespoeling van de buik, gevolgd door elke drie weken chemotherapie met een infuus zoals we dat kennen bij veel vormen van kanker.

‘Ik dacht: ik word geopereerd en dan heb ik mijn ribben tot aan mijn schaambeen open. Hoe ga ik dan in mijn lage auto naar Groningen? Maar mijn nichtje was hier en ze zei: ‘Maar Rineke, dit is een kans die je niet kan laten lopen. Geef mij de telefoon maar: mevrouw, u spreekt met het nichtje, ze gaat het gewoon doen hoor!’’ Elke drie weken brengt haar nicht Rineke naar het UMCG. Zelf zwerft ze een hele dag rond in de stad en ‘s avonds brengt ze Rineke weer naar huis. ‘Zonder haar had ik het niet gekund’, snikt de vrouw.

De behandeling slaat aan, Rineke is inmiddels op het oog kankervrij. Ze voelt zich bevoorrecht. ‘Niet iedereen heeft een Ria in zijn leven, die dat maar zo even doet. Er zijn ook mensen die helemaal geen netwerk hebben, of geen rijbewijs of auto. Ik ben God dankbaar dat ik hier zit, maar ook de specialisten dat ze dit allemaal hebben gekund.’

Winnaars en verliezers?

Gynaecoloog-oncoloog Hans Nijman verwacht dat het aantal ziekenhuizen dat operaties uitvoert bij eierstokkanker straks nog verder teruggaat. Maar de eerstvolgende concentratieslag wordt gemaakt bij longkanker, hoofd/halskanker, maag/slokdarmkanker, alvleesklierkanker en nierkanker. ‘De wetenschappelijke verenigingen presenteren binnen enkele weken de nieuwe volumenormen. Daarna hebben we twee jaar om er uitvoering aan te geven.’
Dat betekent dat een aantal ziekenhuizen een deel van de zorg zal verliezen. Nijman: ‘We moeten niet denken in termen van winnaars en verliezers. Nee, we gaan keuzes maken om de zorg voor elke patiënt te verbeteren. Waarom dat niet lukte bij kinderhartchirurgie? ‘Het is een ingewikkeld dossier, dat niet voor niets al tientallen jaren voor discussie zorgt, met grote belangen voor de betrokken umc's.’

Afspraken per regio

Het plan van aanpak dat Nijman schreef gaat uit van zeven grote regio’s. Als de volumenormen bekend zijn, kunnen de ziekenhuizen in zo’n regio met de herverdeling aan de slag: wie gaat wat doen? Ook patiëntenverenigingen zijn daarbij betrokken. ‘Natuurlijk zal er gesteggeld worden op momenten dat er iets verdwijnt uit een ziekenhuis dat er jaren heeft plaatsgevonden. Maar uiteindelijk ontstaat er een nieuw evenwicht. We kunnen nou eenmaal niet alles meer in het ziekenhuis om de hoek halen. De nieuwe realiteit is dat het ook tien of 150 kilometer verderop kan worden.’

Niet voorbijgaan aan gevolgen

Het grootste ziekenhuis in iedere regio en de zorgverzekeraars nemen het initiatief voor een plan. Ze moeten daarbij goed kijken naar alle mogelijke gevolgen.
Net als bij de kinderhartcentra kan het namelijk nogal wat betekenen voor een ziekenhuis als een deel van de zorg verdwijnt. Het LUMC in Leiden stelde dat hun kinder-IC niet overeind kon blijven zonder hartcentrum, het UMCG was bang dat de acute zorg eronder zou lijden. In het plan voor kankerzorg moeten regio’s daarom niet alleen in kaart brengen wat de gevolgen zijn van concentratie, maar ook beoordelen of ‘deze impact maatschappelijk gezien wenselijk is’.
Zo’n ‘impactanalyse’ kwam er bij de kinderhartcentra pas toen de ziekenhuizen in Groningen en Leiden/Amsterdam in opstand kwamen tegen het besluit van toenmalig zorgminister Hugo de Jonge om alleen de centra in Utrecht en Rotterdam open te houden. Door het bij oncologie direct te doen, zou ruzie voorkomen moeten kunnen worden, denkt Nijman. ‘We moeten een open discussie voeren binnen elk ziekenhuis en onderling.’
Minister koos eigen weg
Toen toenmalig minister Kuipers uiteindelijk alsnog zo’n impactanalyse liet maken door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) kwam deze met de aanbeveling om nog niet over te gaan tot concentratie van de kinderhartchirurgie. De zorgautoriteit vond het beter eerst een visie te ontwikkelen over de toekomst van het hele academische zorglandschap. ‘Het is risicovol dit concentratiebesluit te nemen zonder zicht te hebben op andere noodzakelijke concentratiebewegingen.’ Kuipers legde dit advies naast zich neer en besloot de vergunningen van de ziekenhuizen in Utrecht en Leiden/Amsterdam toch te beëindigen. De rechter zette op 11 januari een streep door dat besluit, waardoor alle kinderhartcentra openblijven.

Over twee jaar gaat het in

Vanaf 2026 gaan zorgverzekeraars werken met de nieuwe volumenormen voor kankerzorg. Dat betekent dat ze bijvoorbeeld longkankeroperaties niet meer inkopen bij een ziekenhuis dat niet aan de volumenormen voldoet. Ondertussen werken de ziekenhuizen al aan plannen voor concentratie van nog meer tumorsoorten. Het ministerie van VWS heeft middelen beschikbaar gesteld om te zorgen dat ziekenhuizen niet in financiële nood komen. Nijman: ‘Maar daar ben ik sowieso niet bang voor, want de zorgvraag is immers groter dan we aankunnen de komende jaren.’
Overigens heeft het ministerie uiteindelijk de macht om concentratie te verplichten als ziekenhuizen er onderling niet uitkomen, zo staat in het zorgakkoord. De rechtszaak over kinderhartchirurgie maakt duidelijk dat de rechter dergelijke besluiten kritisch zal toetsen, als ziekenhuizen daar om vragen.
Reactie OZG en Martini
Zowel het Martini Ziekenhuis als het Ommelander Ziekenhuis Groningen in Scheemda laten in een reactie weten in afwachting te zijn van de volumenormen. Pas als die er zijn, kunnen ze ingaan op de gevolgen: welke ingrepen mogen ze blijven doen en welke niet? Het Martini Ziekenhuis benadrukt dat voor alle patiënten goede oncologische zorg snel toegankelijk moet blijven. Daarbij draait het ook om de vraag: wordt er optimaal gebruik gemaakt van de beschikbare capaciteit in de ziekenhuizen en blijven de ziekenhuizen in staat ook voor de overige patiënten goede zorg te verlenen?

Beide ziekenhuizen vinden dat er nu al goed wordt samengewerkt in de regio, bijvoorbeeld in het oncologienetwerk Groningen-Drenthe. ‘Dit is een aanvulling op de al bestaande infrastructuur van multidisciplinaire overleggen (MDO’s) die al tijden bestaan en waarin het behandelplan van kankerpatiënten met elkaar wordt afgesproken. De ziekenhuizen hebben hiermee al een weg ingeslagen naar verdere samenwerking om de kwaliteit van zorg te blijven optimaliseren’, laat het OZG weten. Daaraan voegt het Scheemder ziekenhuis nog toe dat volumenormen aantoonbaar moeten ‘bijdragen aan hogere kwaliteit en niet leiden tot zorg die onnodig ver weg is of niet in het belang is van de patiënt’.