Michael zit op de vadervleugel in de gevangenis: 'Ik wil straks weer zorgen voor mijn kinderen'

Michael in zijn cel
Michael in zijn cel © Eva Hulscher/RTV Noord
‘Het is pittig hier. Mijn jongste kon nog niet lopen. Ook een stukje leren fietsen heb ik alleen meegekregen via beeldbellen. Dat zijn dingen dat je bij je eigen beseft: wat heb je gedaan, hoe ben je hier terechtgekomen en wat heb je je kinderen aangedaan?’
Aan het woord is Michael. Hij zit in de gevangenis van Veenhuizen een straf van zeven jaar uit voor overtreding van de Opiumwet. ‘De jongste was net één en is nu bijna vijf. Ze heeft haar vader alleen leren kennen in detentie. Ze kwam een keer de postbode tegen hier buiten en toen vroeg ze: ga je ook naar papa’s huis?’
Locatie Esserheem van gevangenis Veenhuizen
Locatie Esserheem van gevangenis Veenhuizen © Eva Hulscher/RTV Noord

Vadervleugel: meer contact met kinderen

Michael zit op de vadervleugel die in 2018 in Veenhuizen werd geopend. Daar krijgen gevangenen een programma dat erop is gericht het contact met hun kinderen zo goed mogelijk te houden.
Plaatsvervangend vestigingsdirecteur Rudy Sinnema: ‘Op de vadervleugel krijgen ze meer tijd om met hun kind om te gaan, meer tijd om te beeldbellen, ook vanuit de cel. Maar ze kunnen ook trainingen doen in het kader van hun vaderschap en sessies onder begeleiding van jeugdzorg omdat het contact verstoord is geraakt.’
Simon Venema van de Hanze Hogeschool deed onderzoek naar vaders in de cel. Ook doet Michael zijn verhaal:
‘Het is belangrijk dat gevangenissen aandacht besteden aan ouderschap’

Welke rol had de vader thuis?

Het concept ‘vadervleugels’ zoals in Veenhuizen is over komen waaien uit Wales. Het idee erachter: door contact met hun vader te houden of dat zelfs te verbeteren, zou het kind zich beter moeten voelen. Kinderen van gevangenen kampen namelijk vaker met problemen als depressies, angststoornissen en slechte resultaten op school. Of contact met hun vader echt helpt, was tot op heden nauwelijks wetenschappelijk onderzocht. Onderzoeker Simon Venema van de Hanzehogeschool wijdt er nu zijn proefschrift aan en komt tot de conclusie dat het zo simpel niet is.
Of het goed is voor een kind om zijn vader veel te zien, hangt af van de rol van de vader in het gezin voordat hij in de gevangenis belandde.
Tekeningen in de cel van Michael
Tekeningen in de cel van Michael © Eva Hulscher/RTV Noord
Venema: ‘Of het een betrokken vader was met positieve invloed of een gewelddadige vader die huiselijk geweld pleegde, of juist een afwezige vader, dat maakt wel uit. Je kan je voorstellen dat de consequenties heel wisselend zijn.’
Hij pleit daarom voor een aanpak waarbij per gezin wordt bekeken hoe het contact tussen vader en kind eruit zou moeten zien. ‘Het is echt maatwerk. Als de relatie goed was. is het doel: voorkomen dat ‘ie slechter wordt. Als de relatie slecht was, dan kan het doel zijn: herstel.’

Alleen ‘modelgedetineerden’ welkom

Ongeveer de helft van alle gevangenen in Veenhuizen is vader. Die kunnen niet allemaal terecht op de twee vadervleugels, met in totaal 47 cellen. Daar zitten alleen gevangenen die willen werken aan hun vaderrol. Vestigingsdirecteur Rudy Sinnema: ‘Als je aangeeft dat je daaraan mee wilt doen, moet je je eigenlijk onberispelijk gedragen. Niet scoren op drugs, geen rapporten oplopen voor een grote mond, geen ruzie. Ze moeten een modelgedetineerde zijn.'
De gezinskamer in Veenhuizen
De gezinskamer in Veenhuizen © Eva Hulscher/RTV Noord

Beter voor kinderen: meer en gezelliger contact

De vadervleugel heeft de beschikking over een huiskamer, waar de gevangene zijn kinderen kan ontvangen. Ze kunnen er een spelletje spelen, knuffelen of samen een film kijken. Gevangene Michael beeldbelt vier keer per week met zijn kinderen, doet workshops met ze en viert de speciale dagen zoals Sinterklaas en kerst samen. ‘Ze hebben die tijd niet alleen met mij, maar ook met de vrouw erbij. Dat voelt ook nog als een gezinsvorm.’
Dat is een groot contrast met vaders op de gewone afdeling. Die ontvangen hun kinderen in de centrale bezoekruimte, tegelijk met andere gevangenen en hun bezoek. Aanraken mag dan alleen bij binnenkomst en vertrek.
Venema: ‘Ongeveer de helft van alle vaders wordt door zijn kinderen bezocht, maar dit kan best traumatisch zijn voor een kind. Je moet je id-kaart laten zien, door een poortje lopen, bewakers doen misschien nors, je moet soms een kille bezoekersruimte in. Gezinnen kunnen dan besluiten helemaal niet meer te komen.’
De kinderen knutselen ook met hun vaders
De kinderen knutselen ook met hun vaders © Eva Hulscher/RTV Noord

Reëlere verwachtingen voor als ze ‘buiten komen’

Venema sprak met 39 vaders in de gevangenis. Tien van hen zaten op de vaderafdeling en 29 niet. Hij zag een duidelijk verschil: ‘We zien dat de vadervleugel bijdraagt aan de betrokkenheid van het gezin. De vaders kijken genuanceerder en realistischer naar hun gezinsleven. Ze denken bijvoorbeeld niet meer dat alles hetzelfde zal zijn als ze terugkomen. Vaak is dat in het begin wel zo.’
Michael heeft een realistischer beeld. Hij en zijn vrouw zijn nog wel samen, maar als hij vrij komt trekt hij niet direct bij zijn gezin in. 'Mijn verwachting is dat ik eerst mijn eigen route ga kiezen. Dat wil het thuisfront ook liever. Eerst gaan we gescheiden opstarten en dan rustig voor de kinderen weer naar elkaar toe groeien. Je wilt niet plotseling weer in hun leven komen, want je bent toch een tijd weggeweest.’
De cellen op de vadervleugel
De cellen op de vadervleugel © Eva Hulscher/RTV Noord

Vaderschapsplan: wat kan ik betekenen?

Zolang hij nog in detentie zit, moet hij werken aan zijn rol als vader. Ook dat hoort bij de gezinsbenadering in Veenhuizen. Ze werken met producten die de Hanzehogeschool ontwikkelde, zoals een vaderschapsplan. Dat komt bovenop het reïntegratieplan dat gaat over praktische zaken als het regelen van een woning, het omgaan met schulden en het afsluiten van een zorgverzekering.
Venema: ‘In het vaderschapsplan staat hoe hij als vader invulling kan geven aan die rol, welke doelen hij tijdens zijn detentie kan nastreven om daarna zo goed mogelijk weer in het gezin te integreren.’
Zo’n plan zou er voor alle vaders moeten komen, ook voor de mannen die voor hun detentie gewelddadig waren of nooit aanwezig. Ook dan kan hij al tijdens detentie werken aan verbetering, vindt Venema. ‘Voor complexe gevallen zou je het moeten bespreken met instanties als Jeugdzorg en Veilig Thuis. Die weten of het wijs is voor het kind om contact te hebben of niet. Het zou helpen als medewerkers getraind worden om gesprekken over het vaderschap aan te gaan.’

Behoefte aan hulp is er

Volgens Venema heeft zijn onderzoek uitgewezen dat de gevangenen zelf er behoefte aan hebben. ‘Tachtig procent zegt: ik vind het lastig om het vaderschap in te vullen tijdens detentie. Als we dan vragen: heb je behoefte aan extra ondersteuning, zegt vijftig procent ja.’
Michael herkent dat. Onlangs hielp hij nog een medegevangene, die niet wist wat hij met het beeldbellen aan moest. ‘Ik zei: vraag even een poppenhuis erbij en pak dit poppetje en dat. Die jongen kwam terug en was helemaal blij en bijna emotioneel: het ging echt fijn, ik heb gewoon die twintig minuten vol kunnen praten. Terwijl normaal wist hij met vijf minuten al niet meer hoe het moest.’
De cel van Michael
De cel van Michael © Eva Hulscher/RTV Noord
Michaels eigen contact met zijn vier kinderen is goed, al leert hij nog steeds bij. Een confronterend moment was toen een medewerker zijn dochter vroeg wat ze voelde toen hij werd opgepakt. ‘Toen zei ze: ik was eigenlijk best wel boos. Dan zit je al drie jaar vast en heb je die vraag haar nog nooit gesteld. Toen voelde ik mezelf wel tekort doen: die vraag had je ook zelf kunnen stellen.’

Minder risico op terugval

Venema’s onderzoek wijst uit dat meer aandacht voor vaderschap ook nuttig is voor de maatschappij. ‘Ik heb de data geanalyseerd van 845 gevangenen die zijn gevolgd nadat ze vrijkwamen. Op het moment dat vaders na hun detentie in hetzelfde huishouden wonen als het gezin, dan is de recidivekans lager. We moeten dus tijdens die detentie de vaderbetrokkenheid op allerlei manieren stimuleren.’
Overigens blijkt uit datzelfde onderzoek dat maar een beperkt deel zes maanden na hun vrijlating bij het gezin woont. Ook Michael gaat dus niet direct terug. Wel denkt hij dat de kans op terugval veel kleiner is bij mannen die op vadervleugel verbleven. ‘Ik verwacht dat het stukje recidive ook een stuk minder is. Je wordt dagelijks geconfronteerd met wat je hebt aangericht. Door beeldbellen krijg je alles mee van buiten, de leuke maar ook zeker de pijnlijke momenten. Die blijven je het meest bij.’
Enkele cellen van de vadervleugel
Enkele cellen van de vadervleugel © Eva Hulscher/RTV Noord

Van Veenhuizen naar alle gevangenissen

Simon Venema zou het liefst zien dat er landelijk structureel aandacht wordt besteed aan vaderschap en gezin in detentie. Zover is het niet. Wel komt er een vervolgtraject in gevangenissen in Almelo, Leeuwarden en Zaanstad. Tot vreugde van Veenhuizen-directeur Rudy Sinnema: ‘We zijn een van de 29 gevangenissen. Dit werkt niet alleen hier in het Noorden goed, dit zou in heel Nederland goed werken. Ik vind het dus heel belangrijk om dit uit te dragen naar collega’s in het land.’
Alle beetjes helpen, voegt Venema nog toe. ‘Kindvriendelijke ruimtes, bewakers die bezoekende kinderen positief benaderen, medewerkers die gesprekken voeren over vaderschap met gevangenen. Dat is geen hogere wiskunde en ook niet de grootste kostenpost.’
Michael heeft zijn doel helder voor ogen. ‘Een toekomst opbouwen voor mijn kinderen, niet meer terugkomen in de gevangenis en meer tijd spenderen met mijn kinderen. Ik was een goede vader, maar met te veel een focus op de verkeerde dingen. Als je nu terugkijkt, is er niks belangrijkers als je gezin.’
Het onderzoek
Simon Venema is onderzoeker bij Verslavingszorg Noord Nederland en is verbonden aan de Hanzehogeschool en Rijksuniversiteit Groningen. Venema’s promotieonderzoek bestond uit vier onderdelen. Hij analyseerde bestaande literatuur over het onderwerp. Hij analyseerde de data van 845 gevangenen die na hun detentie zijn gevolgd. Hij analyseerde Amerikaanse data over hoe het gezinsleven verandert tijdens detentie en interviewde in Veenhuizen gevangenen die vader zijn.

De producten die de Hanzehogeschool ontwikkelt komen voort uit een samenwerking tussen onderzoekers, studenten, professionals binnen en buiten de gevangenis en de doelgroep zelf., en worden vrij beschikbaar gesteld aan het gehele Nederlandse gevangeniswezen.

De naam van de gevangene is uit privacy-overwegingen gefingeerd.