Column: Ontsnapt in de Van Mesdagkliniek

Merijn Slagter
Merijn Slagter © RTV Noord
Alsof we deel uitmaken van een militaire colonne, rijden we netjes met drie auto’s vlak achter elkaar aan over de Verlengde Hereweg in Groningen. Het regent zó ontiegelijk hard, dat de ruitenwissers het amper kunnen bijbenen. Het is een doordeweekse avond in 2006 en er moet gezaalvoetbald worden, alleen de plaats van bestemming is wat anders dan gebruikelijk.
Toen ik werd gevraagd om mee te doen omdat de vaste keeper geblesseerd was, moest ik wel even met m’n wenkbrauwen fronsen. Van De Meet/Bellingwolde tot De Slingerij en van V&Z Veendam tot de B-junioren van Leekster Eagles, ik heb heel zaalvoetballend Groningen zo onderhand wel uitgespeeld. Maar van SV Animo had ik nog nooit gehoord. Was niet heel raar, werd me verteld, want zo lang bestond het team met tbs-patiënten uit de Van Mesdagkliniek nog niet.
‘We moeten in de Van Mesdagkliniek voetballen?’ Ik moest even slikken. In gedachten zie ik mezelf per ongeluk de enkel van een tegenstander breken omdat ik te laat bij de bal ben, waarna hij mij nog op de brancard verzekert me thuis op te zoeken zodra z’n tijd in de kliniek erop zit. Of ik raak binnen de Van Mesdag-muren m’n id-bewijs kwijt en moet er vervolgens blijven, omdat ze niet geloven dat ik er kwam om te voetballen.
Onderweg in de auto zijn er al zoveel slechte grappen gemaakt over het naderende voetbalpotje tegen de tbs-patiënten, dat de spanning snel is verdwenen. We beloven elkaar allemaal plechtig dat niemand z’n flesje shampoo onder de douche laat vallen en als de autodeuren worden geopend, zetten we - terwijl de regen nog steeds met bakken uit de hemel komt - in gestrekte draf koers naar de hoofdpoort. Daar bellen we aan.
Er klinkt een piep, een deur gaat open en we drukken elkaar vanwege het hondenweer nog net niet opzij om maar naar binnen te kunnen. Daar melden we ons bij een alleraardigste dame, die ons vraagt om onze identificatie. ‘Is dat nou een toegangspasje voor het Swingers Café, Jouke?’, roept een van ons lachend, waarna een uitgebreide fouillering volgt.
Achter de poortjes worden we opgewacht door Bert-Jan, de coach van de tbs’ers. Hij loodst ons door een stuk of wat afgesloten deuren naar het speelveld.
Hoewel SVA meedoet aan een zaalvoetbalcompetitie, bevindt het speelveld zich binnen de muren van de kliniek in de buitenlucht. Dat het net is gestopt met regenen, voelt dan ook als een zegen, al waren kunstgrasschoenen geen overbodige luxe geweest. ‘Dat wordt glibberen op die gladde zaalvoetbalmuiltjes, Merijn.’ Ik kijk de rest van m'n teamgenoten aan en zij hebben duidelijk wel geanticipeerd op het versleten veldje. ‘Bedankt voor de memo, jongens!’
Als we aan een warming-up beginnen, die bestaat uit lukraak ballen op doel schieten, zien we op de andere speelhelft dat de tegenstander een strak programma afwerkt onder leiding van coach Bert-Jan, die ons al even had bijgepraat. ‘De jongens mogen niet mopperen op de scheidsrechter, vloeken of gemeen spel laten zien, anders volgen er consequenties’, vertelde hij ons terwijl we door de Van Mesdag-catacomben liepen.
Als het eerste fluitsignaal klinkt, dat bijna een aanslag op onze trommelvliezen betekent, laat SVA zien best aardig uit de voeten te kunnen. Voortdurend vraag ik me af wat de spelers van de opponent op hun kerfstok hebben, maar iemand daadwerkelijk vragen naar de reden van hun tbs-verblijf is een brug te ver.
Als een van de tbs’ers volledig uit z’n plaat gaat nadat hij geen vrije trap mee krijgt van de scheidsrechter, is SVA-coach Bert-Jan onverbiddelijk: de speler wordt direct gewisseld en mag in de dug-out afkoelen.
Voor rust blijven doelpunten uit, een zeldzaamheid tijdens een zaalvoetbalwedstrijd. Terwijl de tbs'ers onder escorte naar hun kleedkamer gaan, brengt een bewaker ons een aantal flesjes sportdrank. ‘Deze wedstrijd is nog niet gespeeld, ze staan niet voor niets bovenaan’, vermoedt onze aanvoerder. Dat verwacht een aantal supporters dat ook in de kliniek verblijft eveneens, en die nemen na de pauze vlak achter m’n doel plaats in de hoop op doelpunten.
Dat zorgt voor licht ongemak, maar als ik tot tweemaal toe een doelpunt weet te voorkomen, kan ik zowaar op een compliment rekenen. ‘Ze hebben een goede keeper man’, hoor ik een zware stem achter me zeggen. Dat had-ie beter niet kunnen zeggen, want vervolgens scoort de tbs-ploeg binnen een tijdsbestek van zes minuten drie keer. We doen nog tweemaal wat terug en net als SVA denkt dat de zege in de knip zit, scoren we in de laatste minuut nog 3-3. ‘Jullie zijn ontsnapt’, zegt Bert-Jan na afloop, met een vette knipoog erachteraan.
Ondanks de late gelijkmaker is de sportiviteit er na afloop niet minder om. Alle tbs'ers schudden ons netjes de hand, waarna ze weer worden begeleid naar hun kamers. Een van hun aanvallers, die de hele wedstrijd met z’n dreadlocks in een satijnen bonnet speelde én goed was voor alle drie de doelpunten, schudt zowaar nog een grapje uit z’n mouw. ‘Als jullie thuis mogen spelen, dan gaan we voor revanche. Oh wacht, dat is ook hier.’
Over de auteur: Merijn Slagter is redacteur bij RTV Noord.