Column: Gezinsuitbreiding

Eva Hulscher wisselt haar column af met Alice Buitenga
Eva Hulscher wisselt haar column af met Alice Buitenga © RTV Noord
We hebben gezinsuitbreiding. Tenminste, dat denk ik. Drie weken geleden kwam hij bij ons wonen. Of zij, dat kan ook.
Het is een dinsdagavond als ik op de bank mijn koorpartij aan het oefenen ben. Ik hoor het kattenluikje opengaan en daarna een boel gestommel. Direct verstoren mijn alarmbellen de muziek. Ja hoor, de kat heeft een muis mee naar binnen genomen. Dat gebeurt wel vaker, maar nog nooit eerder trippelde het slachtoffer nog door de woonkamer. Dit muisje wel. Pak ‘m, schreeuw ik tegen de kat, pak ‘m! Maar dat is meneer allerminst van plan. Rustig kijkt hij naar het doodsbange beestje en doet niks. Alleen als het muisje beweegt, tikt hij er even loom tegenaan.
Wie niet groot is, moet slim zijn en het muisje zoekt dekking in de legostad die zoon (11) heeft gebouwd. Zelf zoek ik dekking in de gang. Daar bel ik in lichte paniek mijn hulplijn. Help, roep ik, ik heb een levende muis in huis! Aan de andere kant van de lijn word ik hartelijk uitgelachen. Als bewoner van muizenstad Utrecht is vriendin behoorlijk ervaren. ‘Ik kan je wel vertellen hoe je ‘m snel en pijnloos doodmaakt?’ Nee, dat vind ik zielig, roep ik! Dat kattenmonster van ons moet het zelf maar oplossen. Liever nog wint de muis. Ik ben altijd al voor de underdog geweest.
Hoe dan ook, nu ik eenmaal de kamer uit ben, durf ik eigenlijk niet meer terug. De muziek en nog onaangeraakte thee laat ik achter bij de bank. Dan maar vroeg naar bed. Manlief mag als hij thuiskomt verslag uitbrengen van wat hij aantreft. Ik vermoed een volledig geruïneerde legostad, want zelfs boven in de badkamer hoor ik de legosteentjes kraken.
Samen gaan we de volgende dag naar beneden. Manlief had niks anders aangetroffen dan een knorrende kat, ingestorte bouwwerken en een koude kop thee. We besluiten af te wachten: of we zien onze nieuwe bewoner vanzelf een keer opduiken of het gaat stinken. Maar niks van dit alles gebeurt en weken verstrijken. Ik krijg griep, we gaan op vakantie en het muisje zijn we allang vergeten.
Tot zaterdagavond. Ah nee, hoor ik manlief roepen, een muis! Ik sta in de bijkeuken de vakantiewas te sorteren en besluit dat ik daar best wat langer over kan doen. In de kamer aanschouwt manlief hetzelfde tafereel als ik drie weken geleden. Het muisje houdt zich dood, maar is nog springlevend. De kat zit er op zijn dooie gemakje naar te koekeloeren. Het moet wel hetzelfde muisje zijn, roep ik uit, want het kattenluikje was al dicht voor de nacht. Een verse prooi heeft hij niet kunnen vangen. Ook manlief leeft tussen hoop en vrees dat de kat voor zijn ogen toeslaat. Hij probeert het muisje te vangen, maar zonder succes.
Een muizenval dan maar, besluit ik. Zo eentje waar we onze nieuwe bewoner levend in kunnen vangen. De volgende dag vertel ik de winkelmedewerker waarom ik de val nodig heb. 'Misschien zijn het wel vriendjes, zoals Tom en Jerry', oppert hij. Ik vind het een sympathiek idee: de muis die onze kat al drie weken te slim af is en hem vanuit allerlei veilige hoekjes uitlacht. Maar ja, vragen kan ik het hem niet en helaas verslaat de underdog maar zelden de favoriet.
Het is alweer dagen verder. De muizenval blijft leeg, de kat loert nergens naar en stinken doet het ook niet. Er zit niks anders op: ik accepteer de gezinsuitbreiding en geef onze nieuwe bewoner een naam: Onni. Een genderneutrale naam die blijheid en geluk betekent. Om het te vieren krijgt de kat vanavond muisjes door zijn voer.
Over de auteur
Eva Hulscher is verslaggever en presentator bij RTV Noord.