Auto Rütenbrock nog niet opgegraven

De auto waarmee in 1971 waarschijnlijk een dodelijk ongeluk in Ter Apel is veroorzaakt is nog niet opgegraven. Aanvankelijk zou de VW 1600 vrijdagmiddag onder de grond op het erf van een boerderij in het Duitse Rütenbrock vandaan worden gehaald, maar dat ging niet door.
De Duitse technische recherche zou de wagen opgraven en onderzoeken. Maar de huidige Nederlandse eigenaar van de boerderij is formeel de eigenaar van de auto. Hij moet beslissen wanneer de graafmachine aan het werk gaat en wat er daarna met het wrak gaat gebeuren

Bewijs

De nu 76-jarige Jan Potze, de zoon van Jurriën Potze die 42 jaar geleden werd doodgereden, heeft altijd geweten dat de Volkswagen in Rütenbrock lag begraven. Hij heeft daarover de Duitse politie geïnformeerd, maar die zou niets hebben gedaan met de informatie. Voor het ongeluk op 9 september 1971 werd destijds een man uit Zwartemeer opgepakt. Die zat drie weken vast, maar hij ontkende elke betrokkenheid. De politie moest hem uiteindelijk laten gaan omdat het bewijs, de auto, ontbrak.

Doorgereden

Getuigen hebben na het ongeluk op de kruising Moersloot-Heerenlandweg in Ter Apel een lichtblauwe Volkswagen 1600 zien rijden. Van die auto waren de voorruit en de koplamp stuk. Vermoedelijk is de dader na het ongeluk meteen doorgereden naar de vijf kilometer verderop gelegen boerderij net over de Duitse grens. In die boerderij woonde een vriendin van de man uit Zwartemeer. Volgens Jan Potze hebben buurtbewoners geholpen om de auto te begraven.
Voor de Duitse politie is de zaak afgedaan, omdat het misdrijf is verjaard.