Wordfeud

'Dit komt nait goud…' Ik staar naar het bord vol letters. Ik heb net het woord 'zeven' gelegd. Met drie keer woordwaarde maakt dat toch gauw 36 puntjes. De stem van Lientje, iets dwingender. 'Dit komt nait goud!!'
Ik snap er niets van. Ik heb écht niks verkeerds gelegd. We zitten aan de grote tafel in de achterkamer. Een scrabblebord tussen ons in. Twee koffiekopjes en een leeg gebak schoteltje ernaast. En daar weer naast Tommie, onze rooie kater slapend op de zaterdagkrant. Lientje pakt mijn plankje met letters en kiept de steentjes in de doos. Hetzelfde doet ze met haar letters én die op het bord. Dan begint ze verwoed de blokjes te tellen.

Hoe ze het nu weet, is mij een compleet raadsel, maar we hebben maar honderd letters . En dat is twee te weinig. Lientje kijkt me triomfantelijk aan. 'Ik zee toch, dat komt nait goud!' Daarmee is meteen ook het einde van ons spelletje scrabble bezegeld. We hebben nog gezocht naar de vermiste N en de vermiste E. Niet gevonden. De slapende kater krijgt de schuld. De incomplete scrabbledoos verdwijnt in de spelletjeskist. De deksel klapt net iets te hard dicht. De gezellige zaterdagavond is voorbij.

Nog diezelfde week zie ik Lientje voortdurend bezig op haar mobieltje. Tijdens het koken, bij het opvouwen van de was, zelfs bij haar favoriete 'Wie is de Mol?' Ik kan m’n nieuwsgierigheid en een ietsiepietsie argwaan niet bedwingen. 'Wat bist aan t doun laiverd?’ 'Ohhh eem drok…', zegt ze zonder op te kijken. Als ik aandring, komt het hoge woord eruit. Wordfeud. Scrabble op de mobiele telefoon.

De volgende dag krijg ik cursus. Dan kan ik ook tegen haar spelen. Maar dat is niet de enige reden. 'Astoe nait kinst sloapen, kinst dit mooi speulen. Den huft t leeslampke ook nait aan'. Ik lees als ik niet kan slapen. Maar Lientje wordt wakker van het lampje. Wordfeud is de oplossing. Praten is er niet meer bij in de Oranjestraat. Twee mensen elk in een stoel met gespannen blik op een telefoon. Af en toe een vloek of een diepe zucht. Een kat kruipt verongelijkt in z’n mandje voor de kachel omdat hij geen aandacht krijgt.

Een paar dagen later ben ik ‘s morgens al vroeg wakker. Te vroeg. Het is nog pikdonker. Ik wil het lampje aanknippen. Maar denk nog net op tijd: Wordfeud. Ik pak m’n mobieltje van het nachtkastje en tik met m’n vinger naar het spel. Lientje draait zich om in haar slaap maar wordt niet wakker. Je kunt bij Wordfeud veel. Je kunt zelfs digitaal met elkaar praten. 'Eem sjetten', zegt Lientje. Ook kun je willekeurig mensen uitnodigen om te spelen. 'Random opponent' heet dat. Ik tik de button aan. Op het schermpje verschijnt 'Searching for opponent’. Voor mij wordt een tegenstander gezocht. Zal er om kwart over zes al iemand wakker zijn? Nog geen 30 seconden later licht het scherm op. Daar is m’n tegenstander al. Hoe dat allemaal kan. M’n mond zakt open van verbazing als ik de naam lees van mijn tegenstander: 'Always horny'. Mn verbazing slaat om in gene als ik de profielfoto van m’n kersverse tegenstander zie. 'Moijjje wat n piedhoane!'. Op de foto staat een geslacht zo groot 'as n poaskestoede'. In volle erectie. Always horny heeft vast andere bedoelingen dan een potje scrabble. Ik geef het spel meteen op. En 'Ah' belandt in het digitale prullenbakje. Ik was ‘m eigenlijk al weer vergeten. ’s Avonds zijn Lientje en ik elk aan een kant van de bank fanatiek verwikkeld in een nieuw spel. Ik wacht ongeduldig op haar 'leg'. 'Tou mor hor laiverd'. Ik krijg een vernietigende blik. Mijn oog valt op het digitale prullenbakje. Daar staat nog een voorbije tegenstander. Always Horny schiet me weer te binnen. Als ik naar de foto kijk, staart mij geen 'piedhoane' maar een bekende man aan. Een Winschoter. Vroeger zat ik nog bij hem op school. Op de WSG. Ik zie ‘m nog wel es lopen. Dan moet ik lachen. Die sukkel leeft ’s nachts dus een ander, geheim maar vooral ‘jachtig’ leven. Overdag is hij weer de gewone nette scrabbelende man. Hij is kennelijk even vergeten dat ook andere Winschoters wel eens vroeg wakker kunnen zijn.

Zaterdagmiddag. Lientje wil nog even 'de Straat' in. Winkeln in Winschoten. Het is druk. Dweilorkest De Klinkers hoempapaat er flink op los. Lientje steekt haar hand bij mij in de jaszak. Ze vindt het gezellig 'eem winkeln'. Bij Van der Laan kopen we Winschoter citroenballen. Lientje is er dol op. Als we de winkel uitlopen, botsen we bijna tegen een man op. Ik herken hem meteen. Always horny. Hij biedt beleefd z’n excuses aan en groet heel vriendelijk naar Lientje als hij de winkel inloopt. ‘Wat n oardege man is dat hè Hinderk’, zegt Lientje ‘Hai grout altied zo vrundelk...’

Even later lopen we langs het Handelshuis. Eer Lientje in de gaten heeft wat er gebeurt, steven ik de winkel in om een minuut later terug te komen met een groot pak in een plastic zak. 'Kiek laiverd!' en hou de tas voor haar open. Lientje kijkt naar de allernieuwste versie van scrabble. Met 102 letters, zes houten plankjes en een mooi groot écht bord.

Erik Hulsegge
Meer over dit onderwerp:
blogs opinie columns
Deel dit artikel:

Recent nieuws