Vroag en antwoord: de spreeuw

De bijdrage van de vorige week zou over de ‘meeuw’ en de ‘spreeuw’ in het Gronings gaan, maar alleen al over de ‘meeuw’ bleek zoveel te zeggen dat er voor de ‘spreeuw’ geen tijd meer over bleek. Daarom deze week: de ‘spreeuw’.

Bij de ‘meeuw’ werd al duidelijk dat het Gronings veel verschillende namen kent. Dat geldt ook voor de ‘spreeuw’. Sommige daarvan lijken sterk op elkaar, wat gemakkelijk zorgt voor nieuwe, ongebruikelijkere varianten. In maart/april 2013 behandelden we die vogel en de hoeveelheid benamingen daarvoor is werkelijk ongelooflijk.



Laten we overzichtelijk beginnen. Ter Laan noemt in zijn woordenboek maar een paar namen: sproa, sprutter en sprij. Die komen alle drie ook in de enquête voor, aangevuld met een reeks andere benamingen. De sprij wordt zeer weinig genoemd, een variant die volgens Ter Laan vooral in Westerwolde gebruikt wordt. Spraiw of spraiwe komt vaker voor, ook vooral in Westerwolde en in plaatsen dichtbij die regio is. Het is dan ook goed mogelijk dat het een met het andere te maken heeft: in het Gronings wordt de ij in jongere taal vaker ingeruild voor een ai en dat zou hier ook het geval kunnen zijn, denk aan een verschuiving van nij naar nai. Op dezelfde manier dus sprij > spraiw. Dat deze variant nieuwer lijkt te zijn zou kunnen verklaren dat Ter Laan spraiw niet opnam.



Sprudder komt ook niet voor in dat woordenboek, maar dat is zeker geen nieuwe variant. Uit Vroag&Antwoord wordt duidelijk dat die naam vrijwel uitsluitend op het Hogeland wordt gebruikt. Sprutter is gangbaar in de overige regio’s. Het is voorstelbaar dat Ede Staal er ook aan heeft bijgedragen dat sprutter door zoveel deelnemers werd opgeschreven. Sproa is vooral veel genoemd door deelnemers die het Gronings van het Oldambt spreken.



Dat zijn ook meteen de varianten die het meest voorkwamen in de enquête: sprutter, sprudder en sproa. Het Nederlandse woord spreeuw wordt ook genoteerd: van de oudste invullers geeft niemand de Nederlandse naam, maar spreeuw begint op te komen bij deelnemers die rond de oorlog geboren zijn. Het gebruik van spreeuw stijgt dus, maar niet erg snel. Dat had zich ongetwijfeld sneller voltrokken als Ede Staal over een ‘meeuw’ had gezongen, in plaats van over een ‘spreeuw’.



De genoemde woorden leiden zoals gezegd gemakkelijk tot nieuwe varianten. De volgende benamingen kwamen voor in Vroag&Antwoord: spraiw, spraiwe, spraauw, spraauwe, spreeuw, spreeuwe, sprij, sproa, sproae, sproaie, sproar, sproare, spreur, sprutter, sputter en sprudder.



Die enorme variatie is niet vreemd: de namen lijken op elkaar en bovendien wordt de spreeuw niet door iedereen elke dag benoemd, zodat de naam in het Gronings makkelijk blijft hangen. Een sputter zal dan ook geen typfoutje zijn van de invullers, want die variant werd meer dan eens genoteerd en ook presentator Rob Mulder sprak in de vooruitblik op vandaag van een sputter. Variatie alom dus in het Gronings!

Meer over dit onderwerp:
blogs vroagenantwoord ookopnoord
Deel dit artikel:

Recent nieuws