Geen algemeen pardon voor paardenbakken in Grootegast

Als het aan het gemeentebestuur van Grootegast ligt komt er geen 'algemeen pardon' voor alle paardenbakken in die gemeente.
Op zo'n gedoogbeleid wordt aangedrongen door een commissie waarin alle raadsfracties zitting hebben. Die raadscommissie kwam er op initiatief van oppositiepartij VZ2000.
Onder de eigenaren van paardenbakken ontstond onrust toen de gemeente een campagne begon die de eigenaren van illegale paardenbakken dwong die bakken te verwijderen of aan te passen aan de regels.

Niet tot last

Volgens de gemeente zijn sommige bakken te groot, staan ze te dicht op woningen of geven de lichtmasten te veel licht. VZ2000 drong aan op een algemeen pardon, omdat de bakken die vaak in buitengebieden staan, volgens die partij niemand tot last zijn.

Legaliseren

De raadsbrede commissie deed in de afgelopen maanden onderzoek naar de regels in Grootegast. De commissie adviseert het college van B en W onder meer alle bestaande bakken te legaliseren, dus ook de bakken waartegen de gemeente nu optreedt.

Dezelfde regels

Verder vindt de commissie dat Grootegast dezelfde regels voor handhaving moet toepassen als de andere drie Westerkwartier-gemeenten (Zuidhorn, Marum en Leek). In die gemeenten wordt alleen opgetreden tegen paardenbakken als er klachten binnenkomen.

Onbehoorlijk bestuur

Volgens B en W kan er op grond van wettelijke regels geen algemeen pardon worden verleend. Ten eerste stellen B en W dat de al gestarte procedures tegen illegale bakken afgerond moeten worden, omdat er anders sprake is van onbehoorlijk bestuur.

Klacht indienen

Bovendien stelt het gemeentebestuur dat een gedoogbeleid ertoe leidt dat toekomstige bewoners nooit meer een klacht tegen een paardenbak van de buren kunnen indienen als zij daar last van hebben.

Gelijktrekken

B en W nemen wel het advies over om in de toekomst alleen nog op te treden tegen paardenbakken als daarover klachten binnenkomen. Het gemeentebestuur trekt daarmee haar beleid gelijk met de drie andere gemeenten
In de raadsvergadering van 21 april wordt het advies van de commissie en de reactie van B en W besproken.