Eppe Bodde zingt met een sprankje hoop

De gelijkenis van de foto in het programmaboekje is frappant. Het brilletje van de in 1945 in Dachau vermoorde Joodse tenor Michel Gobets en die van de Winschoter Eppe Bodde. De eerste zong in 1943 in doorgangskamp Westerbork, zaterdagavond deed Bodde dat met gevoel in zijn geest als eerbetoon opnieuw.
En dat op dezelfde, beladen plek. Het verhaal van het 'Concert van Hoop'.
Op woensdag 11 augustus 1943 treedt Michel Gobets (zie foto) op tijdens een 'Konzert- und Operettenabend' in Lager Westerbork. Het symfonieorkest van het kamp speelt die avond onder leiding van Hans Neuberg enkele klassieke stukken (Mendelssohn-Bartholdy), Joodse volksliederen ('Chassan auf Schabbes') en hoogtepunten uit de operette 'Gräfin Mariza'. Kampcommandant Albert Konrad Gemmeker en z'n gevolg zitten op de eerste rij. Het is een 'unheimische' gewaarwording zaterdagavond als achter het Drents Symfonie Orkest de contouren van het onder een glazen stolp geconserveerde woonhuis van Gemmeker vaag zijn te zien.
Het concert werd georganiseerd omdat Nederland zeventig jaar geleden werd bevrijd. Daarvoor waren via het Drentse voorportaal van de vernietigingskampen 107.000 Joden, 245 Sinti en Roma en tientallen verzetsmensen in 93 treinen gedeporteerd naar Duitsland, Polen en Tsjechië. Vanuit de van transparant plastic voorziene muziektent is er zicht op 'die Rampe', het vertrekpunt van de trein naar het onbekende en onzekere. Als Eppe Bodde 'Sag ja, mein Lieb, sag ja' van Emmerich Kalman samen met sopraan Evelyne Overtoom zingt, dan klinkt en voelt dat als een sprankje hoop.
En wie kan dat af en toe niet gebruiken?