Oost-Groningen wil gelijkheid: 'We zijn tweederangsburgers'

Oost-Groningers met aardbevingsschade moeten op dezelfde manier worden geholpen als inwoners in Noord-Groningen. Dat schrijven de burgemeesters van Veendam, Bellingwedde, Pekela en Oldambt in een brief aan premier Mark Rutte.
De burgemeesters schrijven Rutte, omdat minister Henk Kamp van Economische Zaken tot nu toe op twee eerdere brieven niet heeft gereageerd.

'Dan maar naar de baas'

'Een laakbare houding. Zo zou ik niet met mijn eigen inwoners omgaan', zegt Smit. 'En ik heb van meer mensen gehoord dat het ministerie niet antwoordt op gestelde vragen. Daarom sturen we de brief maar naar de baas van het kabinet, Rutte.'
Het aantal mensen in Oost-Groningen dat aardbevingsschade heeft, stijgt. Zo zijn er alleen al in Oldambt ruim 400 mensen met schade en die moeten op een goeie manier behandeld worden, vindt Smit.

'Loket A en loket B'

Zo kunnen de Oost-Groningers voor schade niet terecht bij het Centrum voor Veilig Wonen, maar moeten ze aankloppen bij de NAM. Dat wil Smit niet.
'Iedereen moet op dezelfde manier worden geholpen. En niet 'loket A' voor de een en 'loket B' voor de ander. Maar dat geldt ook voor de regels. Ik kan bijvoorbeeld niet uitleggen dat de waardevermeerderingsregeling in onze gemeenten niet geldt.'

Tweederangsburgers?

'Ik hoop wel dat Rutte reageert. Maar ik wil ook een persoonlijk gesprek met Kamp, waarin ik uitleg wat het met je doet als je als tweederangsburger wordt behandeld.'