VVD over Wereldbazar: Provincie mag zich schamen

© Flickr / Creative Commons (bewerkt)
'De provincie mag zich wel schamen.' Dat zegt Mirjam Wulfse, fractievoorzitter van de VVD in Provinciale Staten naar aanleiding van de vertraging die de Wereldbazar oploopt. Door een fout van de provincie mag de overdekte markt in Winschoten nog altijd niet worden gebouwd.
'Je weet dat de werkloosheid hoog is in Groningen, dus je wilt bedrijvigheid stimuleren', zegt Wulfse. 'En nu zorg je door onzorgvuldigheid in je eigen regelgeving dat bedrijven zich niet kunnen vestigen.'

Grootschalige detailhandel

De Raad van State bepaalde woensdagochtend dat de door de provincie verleende ontheffing voor de Wereldbazar in strijd is met de wet. De gemeente Oldambt had die ontheffing nodig, omdat in de provinciale regels nog altijd staat dat grootschalige detailhandel buiten de gemeente Groningen niet is toegestaan.
De provincie verleende de ontheffing in mei 2013. In oktober 2012 is de landelijke Wet ruimtelijke ordening echter gewijzigd. In juni 2013 paste de provincie haar eigen regels daar op aan, ook wat betreft het verlenen van ontheffingen.
De ontheffing voor de Wereldbazar was echter nog gebaseerd op de oude regels en dus al in strijd met de wet. De ontheffing - en ook het daarop gebaseerde bestemmingsplan van de gemeente Oldambt - kan in de prullenbak.

Vragen aan het college

De VVD-fractie heeft over de gang van zaken inmiddels schriftelijke vragen gesteld aan Gedeputeerde Staten. Ze wil onder andere weten of het klopt dat Gedeputeerde Staten 'haar regelgeving te heeft aangepast aan de nieuwe omgevingswet'. Ook willen de liberalen dat zo snel mogelijk contact wordt opgenomen met de directie van De Wereldbazar.

Bedroevend

'Straks geven ze er de brui aan. En dan zijn we het kwijt', zegt Wulfse. 'Dat een onderneming in Groningen negen jaar bezig moet zijn om de kans te krijgen een enorme economische impuls te realiseren is bedroevend.'

Oldambt eerst aan zet

Gedeputeerde Fleur Gräper (D66) zegt dat de gemeente Oldambt voorlopig eerst aan zet is. 'Ik heb nog geen contact gehad met de ondernemers. Het is ook nog vrij kort dag geweest. Ik weet niet of het slordigheid is, wat er is gebeurd. Ik ken de overwegingen om het zo te doen destijds niet, omdat ik daar niet bij was. We moeten nu wel constateren dat het niet goed gegaan is.'