NAM diept gesteente op uit Groningse bodem

Het moet meer informatie opleveren over de vraag wat zich in de bodem van Groningen afspeelt. De NAM haalt vanaf boorlocaties in Zeerijp en Stedum gesteente uit de diepe ondergrond voor nader onderzoek.
Het gaat om materiaal op drie kilometer diepte. Zo ver onder de Groningse bodem worden de meeste aardbevingen gemeten.
De onderzoeken moeten meer informatie leveren over de aardbevingen. Zo moet meer duidelijk worden over de exacte diepte van de aardbevingen, die veel schade in Groningen aanrichten.

Holle boorkop

De afgelopen weken zijn over een lengte van 180 meter gesteentemonsters uit de ondergrond van het Groningse gasveld gehaald. Daarvoor wordt een holle boorkop gebruikt.
Daarmee worden kernen van gesteente uit de bodem gehaald, zoals op een speciale boorlocatie bij Zeerijp. Er komen uiteindelijk rollen gesteente naar boven van zo'n dertig meter lang. Die gaan naar de laboratoria voor nader onderzoek.
Het gesteente wordt onderzocht bij onder meer het laboratorium van de NAM in Assen, de Universiteit Utrecht en een onderzoeksinstituut van Exxon in het Amerikaanse Houston.

Onafhankelijk?

Het onderzoek wordt uitgevoerd door het gasconcern zelf. Toch is er volgens hoofdgeoloog Clemens Visser van de NAM sprake van onafhankelijk onderzoek. 'Wij laten de analyses uitvoeren door laboratoria met een reputatie op wetenschappelijk gebied. Zij kunnen zich niet permiteren dat op wat voor manier dan ook resultaten worden beïnvloed', zegt Visser.
Over een half jaar worden de eerste resultaten verwacht van de analyses.