Vechtersbazen moeten vier jaar wachten op hun vonnis en komen weg met lagere straf

© Jos Schuurman (FPS)
Vier mannen uit Leek en Aduard die betrokken waren bij een vechtpartij in 2011, hebben een lagere straf gekregen, omdat de zaak flinke vertraging opliep.
De rechter legde hen elk een voorwaardelijke werkstraf van vijftig uur op met een proeftijd van een jaar, terwjil de juridische richtlijnen een gevangenisstraf van drie maanden voorschrijven.

Vechtpartij

In het Pinksterweekend in juni 2011 raakten de mannen 's nachts verwikkeld in een vechtpartij met een groepje andere mannen op een parkeerplaats op De Dam in Leek.
Kapotte lip
De persoon die aangifte deed werd tijdens de vechtpartij op de grond gegooid en in elkaar geslagen. Daarbij liep hij een kapotte lip op en beschadiging van de zenuwen in zijn handen.

Hof
Het OM boog zich verschillende malen over de zaak. Eerst werd de zaak geseponeerd, maar daartegen werd een klacht ingediend. Uiteindelijk bepaalde het hof in Leeuwarden dat het toch tot een vervolging moest komen.

'Geen verklaring voor vertraging'

Tussen het moment van aangifte en het verhoren van de verdachten zat zo'n tien maanden. Ook heeft het na de uitspraak van het hof nog anderhalf jaar geduurd voordat de zaak voor de rechter kwam. Daarvoor had de officier van justitie geen verklaring. De rechter woog de gang van zaken zwaar mee in het voordeel van de mannen.